Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 29 september 2015
ECLI:NL:GHSHE:2015:3795
werkneemster/Stichting Dynamiek Scholengroep
Werkneemster is sinds 2 september 1985 bij Dynamiek (haar rechtsvoorganger) in dienst als leerkracht (muziekles), 0,1645 fte. Zij heeft voor diverse scholen van Dynamiek gewerkt. Na een hartinfarct in augustus 2008 is zij begin 2009 volledig hersteld (en arbeidsgeschikt). Er is toen gezocht naar passend werk, maar dit is niet gevonden. Werkneemster heeft van 2009 tot einde arbeidsovereenkomst geen arbeid voor Dynamiek verricht. Deze laatste heeft tot einde arbeidsovereenkomst het salaris uitbetaald aan werkneemster. Dynamiek stelt zich op het standpunt dat zij onverschuldigd loon heeft betaald. Dynamiek voert aan dat op grond van goed werknemerschap werkneemster zelf contact had moeten opnemen met de vraag of er voor haar werkzaamheden waren. Dynamiek stelt de begindatum op augustus 2010 omdat toen voor werkneemster duidelijk had moeten zijn dat zij niet in het jaarlijkse formatieplan was opgenomen. Zij mocht er voorts niet op vertrouwen dat de afspraak met de personeelsadviseur vier jaar lang ongewijzigd zou blijven in die zin dat zij recht bleef houden op salarisdoorbetaling, aldus Dynamiek. De kantonrechter heeft geoordeeld dat werkneemster (eerst) in augustus 2011 als goed werknemer contact had moeten opnemen. Over de periode 2011 tot einde dienstverband (2014) heeft Dynamiek onverschuldigd betaald.
Het hof oordeelt als volgt. Volgens werkneemster kwam de mededeling van de toenmalige personeelsadviseur van Dynamiek dat zij geen contact meer hoefde op te nemen op haar over als een contactverbod. Zij heeft daarbij toegelicht dat hij een intimiderende persoonlijkheid had en boos was geworden nadat zij een aantal keren contact had opgenomen. Volgens Dynamiek moet de mededeling van de toenmalige personeelsadviseur van Dynamiek worden opgevat als een dringend verzoek geen contact meer op te nemen. Hoe dit verder ook zij, het hof volgt werkneemster in haar standpunt dat er een drempel was ontstaan voor werkneemster om alsnog contact op te nemen, hetgeen voor risico van Dynamiek dient te komen (de mededelingen van de toenmalige personeelsadviseur van Dynamiek als personeeladviseur van Dynamiek moeten immers aan Dynamiek worden toegerekend). Het geschil in hoger beroep spitst zich dan ook toe op de vraag of vanaf 1 september 2011 (of enig ander moment in de periode waar het hier om gaat – 1 september 2011 tot en met september 2013) het feit dat werkneemster geen arbeid heeft verricht in redelijkheid niet meer voor rekening van Dynamiek als werkgever behoort te komen. Niet ter discussie staat dat het salaris, ondanks het feit dat werkneemster vanaf januari 2009 geen arbeid verrichtte, aanvankelijk niet onverschuldigd is betaald (de rechtsgrond daarvoor is de arbeidsovereenkomst tussen partijen) en dat sprake was van een situatie als bedoeld in artikel 7:628 lid 1 BW. Het hof beantwoordt voormelde vraag ontkennend, in die zin dat er geen omslagpunt is aan te wijzen waarop het feit dat werkneemster geen arbeid heeft verricht in redelijkheid niet meer voor rekening van Dynamiek als werkgever behoort te komen. Dynamiek stelt dat werkneemster in ieder geval vanaf 2011 niet meer te goeder trouw was omdat zij wist of had behoorde te weten dat zij ‘buiten beeld’ was geraakt, nu drie formatieperiodes waren verstreken zonder dat er vanuit Dynamiek contact met haar was opgenomen, en werkneemster desondanks geen contact heeft opgenomen met Dynamiek om te informeren of er voor haar nog werkzaamheden konden worden gevonden. Volgens Dynamiek heeft werkneemster misbruik gemaakt van de ontstane situatie door al die jaren stil te blijven zitten en salaris te ontvangen zonder hiervoor een tegenprestatie te leveren. Het hof oordeelt dat dit niet het geval is. Een reden te meer om de oorzaak dat werkneemster geen arbeid heeft verricht in de desbetreffende periode in redelijkheid voor rekening van Dynamiek te laten komen in de zin van artikel 7:628 lid 1 BW, is dat Dynamiek wist althans kon weten dat zij werkneemster salaris betaalde maar, naar zij stelt, niet meer zocht naar (passend) werk voor werkneemster.