Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Roermond), 5 oktober 2015
ECLI:NL:RBLIM:2015:8667
Waterfront B.V./werknemer
Werknemer is sinds 2003 in dienst van Waterfront als vrachtwagenchauffeur. Werknemer is eind 2012 een relatie aangegaan met een vrouwelijke collega, A, op dat moment de partner van een andere collega, de heer B. A heeft per 31 juli 2013 zelf ontslag genomen. Werknemer heeft zich op 23 juli 2013 ziek gemeld. Hij ervaart ernstige knieproblemen, hetgeen uiteindelijk heeft geleid tot een knieoperatie waarbij een knieprothese is geplaatst. Werknemer is met ingang van 21 juli 2015 geheel hersteld verklaard. Waterfront verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1 onderdeel a BW, in verbinding met artikel 7:669 lid 3 onderdeel g BW. Waterfront stelt dat sprake is van een verstoorde arbeidsrelatie en legt daaraan het volgende ten grondslag. Waterfront heeft werknemer en A aangesproken op hun relatie en zij heeft aangegeven dit zeer onwenselijk te vinden, te meer nu deze relatie voor veel onrust binnen het bedrijf heeft gezorgd. Werknemer heeft dit Waterfront niet in dank afgenomen en dit heeft geleid tot een veranderde houding van werknemer ten opzichte van zijn werkgever. Werknemer heeft zich meermaals op pretentieuze, cynische en laagdunkende wijze uitgelaten over het bedrijf jegens derden en collega’s. Waterfront kwalificeert dit als doelbewust het gezag van Waterfront ondermijnen. Ook het feit dat werknemer heeft getracht binnen de schuldsaneringsregeling een hoger vrij te laten bedrag te genereren heeft kwaad bloed gezet bij Waterfront.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Er is geen sprake van een redelijke grond voor ontbinding als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 onderdeel g BW. Vast staat dat de situatie die volgens Waterfront tot de verstoorde arbeidsverhouding heeft geleid in juli 2013 is beëindigd met de uitdiensttreding van mevrouw A en de ziekmelding van werknemer. De daarop volgende ziekteperiode heeft voortgeduurd tot medio juli 2015. Feit is aldus dat de betrokken personen die voor de gestelde onrust op de werkvloer zouden hebben gezorgd reeds ruim twee jaar niet meer op de werkvloer aanwezig zijn geweest. Waterfront heeft het standpunt dat een terugkeer van werknemer binnen haar organisatie onherroepelijk weer zou zorgen voor onrust op geen enkele wijze nader onderbouwd. Daar komt nog bij dat als niet weersproken is komen vast te staan dat er intussen een nieuwe gezinssituatie is ontstaan, in die zin dat de affectieve relatie tussen werknemer en A heeft geleid tot een vaste relatie tussen beiden waaruit ook inmiddels een kind is geboren. Voorts heeft werknemer gesteld dat er een goed contact is met de ex-man van A, die nog steeds bij Waterfront werkzaam is. Waterfront laat dit onweersproken. Werknemer is volledig hersteld verklaard, is beschikbaar voor het verrichten van zijn eigen werkzaamheden en kan zonder beperking per direct worden ingezet. Voorts is niet komen vast te staan óf en in welke mate werknemer op enig moment zijn werkzaamheden deels heeft hervat en of werknemer daaropvolgend onjuiste informatie aan de bewindvoerder in de WSNP heeft doorgegeven. De kantonrechter stelt vast dat partijen op dit punt diametraal tegenover elkaar staan. Zo werknemer al onjuiste informatie heeft verstrekt, is niet gebleken dat dit tot enig nadeel bij Waterfront heeft geleid. Volgt afwijzing van het ontbindingsverzoek.