Naar boven ↑

Rechtspraak

Groenewegen en Partners Gerechtsdeurwaarders B.V./werkneemster
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 29 september 2015
ECLI:NL:GHARL:2015:7303

Groenewegen en Partners Gerechtsdeurwaarders B.V./werkneemster

Geen ontslag op staande voet voor medewerkster gerechtsdeurwaarders die fraudeert bij Toetsing Beslagvrije Voet.

Werkneemster is in oktober 2006 in dienst getreden van GPG in de functie van telefoniste. Nadien is zij gaan werken in de functie van assistent-accountmanager, laatstelijk tegen een salaris van € 1.701,01 bruto. In januari 2011 heeft werkneemster een disciplinaire maatregel gekregen wegens excessief belgedrag: 1309 gesprekken (versus 34 tot 334 gesprekken van haar collega’s). De sanctie bestond uit een bedrag van € 1.200. Ontslag op staande voet is overwogen maar niet toegepast vanwege verzachtende omstandigheden. Op 8 december 2014 heeft werkneemster tegelijk met een aantal collega’s een interne toets gemaakt, de ‘Toetsing Beslagvrije Voet’. Tijdens het maken van de toets heeft werkneemster gebruik gemaakt van internet. Zij is als gevolg hiervan op staande voet ontslagen. De arbeidsovereenkomst is per 24 maart 2015 ontbonden.

Het hof oordeelt als volgt. ‘Onder de hierboven weergegeven omstandigheden (onderstreping hof) is het aan [geïntimeerde] gegeven ontslag op staande voet vanwege het raadplegen van internet tijdens het maken van de toets een te zwaar middel en had GPG dienen te volstaan met een lichtere maatregel.’ Met de hierboven weergegeven omstandigheden had de kantonrechter kennelijk niet alleen het oog op het feit dat GPG tevoren niet had gewaarschuwd, maar ook op het tussen de partijen vaststaande feit dat de toets tegelijkertijd met andere collega’s op de werkplek werd gemaakt, daarbij geen controle of toezicht was en medewerkers tijdens de toets antwoorden met elkaar konden uitwisselen. Het hof verenigt zich met het vervolgens door de kantonrechter gegeven oordeel dat deze wat vrijblijvende setting slecht te verenigen is met de zwaarst denkbare sanctie en dat het onder de weergegeven omstandigheden gegeven ontslag op staande voet een te zwaar middel is. Zowel bij het veelvuldig privé bellen als bij het (verboden) gebruik van internet tijdens de toets - feitelijk geheel verschillende gedragingen - is weliswaar sprake van niet integer handelen, maar van een geheel andere ernst. Het in de brief van 14 januari 2011 omschreven belgedrag van werkneemster was naar het oordeel van het hof van veel ernstiger aard dan haar internetgebruik in de genoemde setting. Het hof is daarom voorshands van oordeel dat in dit geval geen sprake is van een optelsom van gebeurtenissen die leiden tot de aanwezigheid van een dringende reden. Bovendien heeft het belgedrag van werkneemster, waarvoor zij begin 2011 een schriftelijke waarschuwing met een boete heeft gekregen, ruim vier jaar, namelijk in 2010, voor de huidige gebeurtenis plaatsgevonden.