Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 22 september 2015
ECLI:NL:GHAMS:2015:4378
werknemer/SGA Schoonmaak B.V.
Tussen partijen bestaat sinds 26 mei 1997 een arbeidsovereenkomst. Werknemer is bij SGA in dienst getreden als schoonmaker, aanvankelijk voor 12,5 uur per week en later - vanaf 2003 - voor 15 uur. Onderwerp van het onderhavige geschil is onder meer of en zo ja wanneer de overeengekomen arbeidstijd is uitgebreid naar 16,25 uur per week. De kantonrechter heeft overwogen dat op grond van het rechtsvermoeden van artikel 7:610b BW het aantal arbeidsuren vanaf periode november 2007 16,25 uur per week bedraagt en dat werknemer zich eerst vanaf 1 mei 2012 beschikbaar heeft gehouden meer dan 15 uur per week te werken, zodat hij vanaf 1 mei 2012 aanspraak kon maken op loon over 16,25 uur per week. De kantonrechter heeft de loonvordering van werknemer vanaf 1 mei 2012 toegewezen en de vorderingen voor het overige afgewezen. Werknemer stelt dat hij zich reeds in 2007 beschikbaar heeft gesteld om arbeid te verrichten tot de door hem gestelde omvang van 16,25 uur per week. Hij wijst op loonstroken uit dat jaar, waaruit blijkt dat hij gedurende een aantal weken 16,25 uur of meer heeft gewerkt. Uit het feit dat hij zoveel uren werkte volgt dat hij beschikbaar was. Hij heeft er ook voortdurend bij SGA op aangedrongen zijn arbeidstijd aan te passen.
Het hof oordeelt als volgt. Het feit dat werknemer vanaf 2007 regelmatig meer dan 15 uur per week heeft gewerkt, betekent, anders dan hij blijkbaar meent, niet vanzelf dat hij zich ook in de weken dat hij voor 15 uur of minder werk kreeg opgedragen beschikbaar heeft gehouden 16,25 uur per week te werken. Daartoe was een uitdrukkelijke kennisgeving van werknemer vereist en die kennisgeving blijkt eerst uit de genoemde brief van hem aan SGA van 27 april 2012, zoals de kantonrechter ook heeft overwogen.