Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Essent Personeel Service N.V.
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie 's-Hertogenbosch), 5 november 2015
ECLI:NL:RBOBR:2015:6225

werkneemster/Essent Personeel Service N.V.

Werkneemster heeft op grond van cao recht op suppletie WW-uitkering, waarbij toegekende ontbindingsvergoeding in mindering wordt gebracht. Niet onderbouwd waarom prestaties werkneemster achterblijven bij peergroup, zodat zij recht heeft op een bonus.

Werkneemster is op 1 november 2013 in dienst getreden van Essent in de functie van Director B2B. In de arbeidsovereenkomst worden enkele hoofdstukken/artikelen uit de CAO Productie- en Leveringsbedrjjven (PLb) van toepassing verklaard, waaronder hoofdstuk 18 over aanvulling van de WW-uitkering bij werkloosheid als gevolg van een reorganisatie. Als gevolg van een reorganisatie is de functie van werkneemster komen te vervallen. De arbeidsovereenkomst is ontbonden onder toekenning van een vergoeding van € 43.000 bruto. De kantonrechter heeft geoordeeld dat er nog zoveel onduidelijkheden bestaan omtrent de toekenning, hoogte en duur van de loonsuppletie dat er aanleiding is om hiermee bij het bepalen van een ontbindingsvergoeding rekening te houden. Met ingang van 2 maart 2015 is aan werkneemster een WW-uitkering toegekend. Met ingang van 1 april 2015 is werkneemster in dienst getreden bij Eurofiber Nederland in de functie van Commercial Director. De WW-uitkering is met ingang van die datum stopgezet. Werkneemster vordert voor recht te verklaren dat hoofdstuk 18 van de cao PLb 2013 op de arbeidsverhouding tussen partijen van toepassing is en dat werkneemster recht heeft op suppletie van haar WW-uitkering voor zover zij aan de voorwaarden die in hoofdstuk 18 van de cao PLb 2013 zijn genoemd. Daarnaast vordert zij betaling van een bonus.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Partijen verschillen van mening over de uitleg van de arbeidsovereenkomst. Hoofdstuk 1 van de cao bevat een aantal algemene bepalingen, waaronder de werkingssfeer van de cao. Op zichzelf beschouwd valt werkneemster op grond van die bepalingen wegens haar functie als directielid buiten de werkingssfeer van de cao. Desondanks worden in de arbeidsovereenkomst naast hoofdstuk 1 een aantal andere cao-bepalingen specifiek van toepassing verklaard, waaronder de bepalingen van hoofdstuk 18. Niet valt in te zien dat op grond van dergelijke algemene bepalingen zoals neergelegd in hoofdstuk 1, de expliciet toepasselijk verklaarde cao-bepalingen opzij worden gezet. Dit klemt temeer nu in die arbeidsovereenkomst tevens expliciet is opgenomen dat de overige, niet van toepassing verklaarde, bepalingen van die cao buiten toepassing blijven en worden vervangen door de in deze overeenkomst opgenomen bepalingen. De door Essent voorgestane uitleg van de overeenkomst wordt dus niet gevolgd. Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of werkneemster recht heeft op de door haar gevorderde vergoeding op grond van de in hoofdstuk 18 cao geregelde suppletieregeling. Nu de kantonrechter in de ontbindingsprocedure geen rekening gehouden heeft met de loonsuppletie, dient in de onderhavige procedure, waarin nakoming van de suppletieregeling wordt gevorderd, de ontbindingsvergoeding in aanmerking te worden genomen. Immers, volgens vaste jurisprudentie dient, indien de rechter in de ontbindingsprocedure zonder bekend te zijn met een tussen partijen overeengekomen afvloeiingsregeling een vergoeding naar billijkheid heeft toegekend, de rechter die in een latere procedure heeft te oordelen over de vordering tot nakoming van die afvloeiingsregeling, de toegekende ontbindingsvergoeding in zijn beschouwingen te betrekken, indien het debat van partijen daartoe aanleiding geeft (HR 2 april 2004, JAR 2004/112). Naar analogie daarvan is gelijk te stellen een geval als het onderhavige waarin de ontbindingsrechter weliswaar wel bekend is geweest met een soortgelijke regeling, maar daarmee bij het vaststellen van de vergoeding bewust geen rekening heeft gehouden. Geoordeeld wordt dat werkneemster overeenkomstig hoofdstuk 18 van de cao PLb recht heeft op suppletie van haar WW-uitkering, met dien verstande dat op die betalingen de aan werkneemster toegekende ontbindingsvergoeding van € 43.000 (bruto) in mindering moet worden gebracht.

Ten aanzien van de door werkneemster gevorderde uitbetaling van een bonus wordt als volgt geoordeeld. In de arbeidsovereenkomst zijn de voorwaarden omschreven waaraan de werknemer moet voldoen wil hij in aanmerking komen voor de bonus. Gesteld noch gebleken is dat werkneemster niet aan die voorwaarden voldaan heeft. Zij had in aanmerking moeten komen voor een bonus. Vervolgens dient de vraag beantwoord te worden, wat de hoogte van die bonus had moeten zijn. Werkneemster heeft, met een verwijzing naar het arbeidsvoorwaardelijk overzicht dat voor haar gold, gesteld dat 40% van de bonus wordt ingevuld door het bedrijfsresultaat, hetgeen door Essent niet, althans onvoldoende gemotiveerd betwist is. Dit deel van de bonus wordt vastgesteld op € 9.733,33. Ten aanzien van het individuele resultaat heeft werkneemster aangevoerd dat de brutomargetarget van de businessunit waaraan zij leiding gaf tot en met oktober 2014 102% bedroeg en de winstgevendheidtarget 95%. Daarnaast heeft zij gesteld dat de bonus ook uitgekeerd is aan al haar ondergeschikten. Deze stellingen heeft Essent onweersproken gelaten. Zij heeft op haar beurt gesteld dat niet gezegd kan worden dat werkneemster slecht presteerde, maar dat in de onderlinge vergelijking met anderen uit de peergroup besloten is om haar geen bonus toe te kennen, en dat in zijn algemeenheid niet gezegd kan worden dat als de ondergeschikten van een leidinggevende goed presteren, dit ook wil zeggen dat een leidinggevende goed presteert. Het had op de weg van Essent als werkgever gelegen om aan de hand van relevante cijfers en stukken nader te onderbouwen en inzichtelijk te maken in welk opzicht werkneemster ten opzichte van haar peergroup achterbleef. Zij heeft dat echter nagelaten. Dit betekent dat werkneemster ook aanspraak kan maken op het gedeelte van de bonus dat bepaald wordt door de individuele prestaties (€ 19.999,99).