Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 3 november 2015
ECLI:NL:GHAMS:2015:4502
Artsen zonder Grenzen (AzG)/werknemer
Werknemer is op 31 augustus 2009 voor de bepaalde tijd van twee jaar bij AzG in dienst getreden in de functie van Country Manager/Head of Mission (hierna: HoM) in Zuid-Soedan tegen een salaris van laatstelijk € 2.931 bruto per maand. Op de arbeidsovereenkomsten tussen partijen was Nederlands recht van toepassing verklaard. Tevens was in die overeenkomsten een tussentijdse opzegmogelijkheid overeengekomen. Bij brief van 24 augustus 2010 heeft AzG de arbeidsovereenkomst opgezegd met ingang van 1 oktober 2010. Werknemer stelt zich op het standpunt dat sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag. De kantonrechter heeft bij het vonnis de vordering toegewezen tot een bedrag van € 35.562 (salaris over de resterende looptijd van de arbeidsovereenkomst). De kantonrechter heeft daarbij overwogen dat er aan het werknemer gegeven ontslag geen valse of voorgewende reden ten grondslag lag omdat er, anders dan werknemer had aangevoerd, geen alternatieve HoM-functies beschikbaar waren, dat werknemer de gevolgen van het ontslag in overwegende mate aan zichzelf te wijten had (werknemer weigerde langer met zijn direct leidinggevende samen te werken) maar dat het feit dat hij noch een WW-uitkering noch enige buitenlandse werkloosheidsuitkering zal ontvangen de gevolgen van het ontslag voor hem zo ernstig maken dat dit toch als kennelijk onredelijk moet worden gekwalificeerd.
Het hof oordeelt als volgt. Met AzG is het hof van oordeel dat - vanwege het ontbreken van een HoM-functie - van werknemer kon worden verwacht dat hij voor de relatief korte resterende duur van de arbeidsovereenkomst (die op 30 augustus 2011 zou eindigen) een functie als PC zou accepteren, temeer nu hij er in salaris niet op achteruit zou gaan. Dat betekent dat hij, zoals de kantonrechter ook heeft overwogen, de gevolgen van het ontslag in overwegende mate aan zichzelf te wijten heeft. Het hof ziet, anders dan de kantonrechter, geen aanleiding werknemer desondanks schadevergoeding toe te kennen. Werknemer was bij de aanvang van de arbeidsovereenkomst geen inwoner van Nederland. Dat betekent dat hij op grond van de bepaling in zijn arbeidsovereenkomst verplicht was zelf zorg te dragen voor de afdracht van socialeverzekeringspremies zodat hij een beroep zou kunnen doen op een sociale verzekering of daarmee gelijk te stellen voorziening voor het geval hij werkloos zou worden, zoals AzG heeft aangevoerd. Kennelijk heeft hij dat niet gedaan. Dat de financiële gevolgen van het ontslag voor werknemer ernstiger zijn dan indien het ontslag in de Nederlandse rechtssfeer zou hebben plaatsgevonden omdat hij geen aanspraak kan maken op een uitkering op grond van de (Nederlandse) Werkloosheidswet of een vergelijkbare regeling in Ierland, zoals hij heeft aangevoerd, - AzG heeft overigens uitdrukkelijk betwist dat werknemer geen recht heeft op een Ierse uitkering - moet daarom voor zijn risico blijven.