Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 17 november 2015
ECLI:NL:RBLIM:2015:9669
werknemer/Intergarde Beheer B.V.
Werknemer is in dienst van Intergarde. Laatstelijk heeft hij de functie van manager ICT & ERP vervuld. Op 14 december 2009 heeft de algemeen directeur van Intergarde schriftelijk verklaard dat werknemer ‘is aangewezen als preventiemedewerker in het kader van de Arbowetgeving’. Op 5 juni 2015 heeft Intergarde toestemming van UWV gevraagd om de arbeidsovereenkomst met werknemer op te zeggen op grond van bedrijfseconomische redenen. UWV heeft op 23 juli 2015 deze toestemming verleend, waarna Intergarde bij brief van 28 juli 2015 de arbeidsovereenkomst met werknemer heeft opgezegd tegen 31 oktober 2015. Werknemer vordert loondoorbetaling en wedertewerkstelling. Ter onderbouwing van zijn vordering voert hij aan dat op grond van artikel 7:670a lid 1 aanhef en onderdeel c (oud) BW Intergarde de arbeidsovereenkomst slechts met toestemming van de kantonrechter had kunnen opzeggen en dat Intergarde heeft verzuimd die toestemming te vragen.
De kantonrechter is van oordeel dat er op grond van hetgeen partijen over en weer aangevoerd hebben er thans onvoldoende zekerheid bestaat dat een vordering van werknemer in een bodemprocedure tot het oordeel zal leiden dat Intergarde wegens het ontbreken van toestemming van de kantonrechter in strijd met artikel 7:670a lid 1 aanhef en onderdeel c (oud) BW heeft opgezegd. Dat werknemer door Intergarde op 14 december 2009 is aangewezen als preventiemedewerker in het kader van de Arbowetgeving staat vast. Dit enkele gegeven is evenwel onvoldoende om met succes een beroep te kunnen doen op artikel 7:670a lid 1 aanhef en onderdeel c (oud) BW aangezien in die bepaling is vermeld dat de werknemer als zodanig werkzaam moet zijn. Gelet op de betwisting door Intergarde, had het op de weg van werknemer gelegen zijn stelling dat hij daadwerkelijk werkzaam is geweest als deskundig werknemer als bedoeld in artikel 13 lid 1 en 2 van de Arbeidsomstandighedenwet nader te onderbouwen met concrete(re) stellingen en/of schriftelijke stukken. Hij heeft dat evenwel nagelaten waardoor thans onvoldoende zekerheid bestaat dat een soortgelijke vordering van werknemer in een bodemprocedure zal slagen. Volgt afwijzing van de vordering.