Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 24 november 2015
ECLI:NL:GHDHA:2015:3203
werknemer/Geomet BV
Werknemer is op 2 maart 1998 in dienst getreden van Geomet als medewerker buitendienst, laatstelijk was hij werkzaam als sondeermeester. Op 12 augustus 2008 is werknemer een bedrijfsongeval overkomen tijdens het werk toen hij met een handboor een distributiekabel raakte. Nadat hij weer volledig was hersteld, ervaart werknemer vanaf december 2009 dusdanige hinder van zijn schade dat hij bepaalde werkzaamheden niet meer kan doen. Bij brief van 29 november 2011 van het UWV aan werknemer naar aanleiding van een aanvraag van werknemer voor een WIA-uitkering, bericht het UWV dat werknemer omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is, geen WIA-uitkering zal kunnen krijgen. Ook oordeelt het UWV op grond van een meegestuurd re-integratie verslag dat Geomet voldoende heeft gedaan aan re-integratie en dat haar verplichting om bij ziekte loon door te betalen na de wachttijd van 104 weken stopt. Nadat Geomet eind januari 2012 een ontslagvergunning voor werknemer heeft aangevraagd (met als reden in de aanvraag dat de arbeidsongeschiktheid van werknemer (bijna) twee jaar had geduurd en Geomet aan haar re-integratieverplichtingen gedurende deze periode heeft voldaan) en na daartegen gevoerd verweer door werknemer, verleent het UWV bij beslissing van 8 mei 2012 vergunning voor het ontslag van werknemer op grond van langdurige arbeidsongeschiktheid en omdat geen mogelijkheden aanwezig zijn om werknemer binnen de onderneming van Geomet in passend werk te herplaatsen, ook niet met behulp van scholing. Met gebruikmaking van deze vergunning heeft Geomet het dienstverband met werknemer tegen 31 augustus 2012 opgezegd. Sedert 12 maart 2012 heeft werknemer weer nieuw werk omdat hij in dienst is getreden bij Floor Systeem te Voorhout. Bij een minnelijke regeling met de ongevallenverzekeraar van Geomet is tussen werknemer en de verzekeraar overeengekomen dat werknemer als schadevergoeding voor de gevolgen van het bedrijfsongeval op 12 augustus 2008 een bedrag van € 220.000 netto ontvangt. Werknemer vordert schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag. De kantonrechter heeft de vordering afgewezen.
Het hof oordeelt als volgt. Het hof stelt voorop dat vaste rechtspraak is dat een werknemer die wegens langdurige arbeidsongeschiktheid wordt ontslagen geen recht heeft op een vergoeding uit kennelijk onredelijk ontslag, ook niet indien sprake is van een lang dienstverband, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden die toch een vergoeding rechtvaardigen (HR 15 februari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2206). Met betrekking tot de vraag of er sprake is van bijzondere omstandigheden als hiervoor bedoeld en werknemer toch recht heeft op een vergoeding, overweegt het hof het volgende. Ter beoordeling van de al of niet kennelijke onredelijkheid van die opzegging in verband met het gevolgencriterium, zal het hof eerst bezien welke schade werknemer lijdt en zal lijden als gevolg van het ontslag. Van de schadecomponenten die werknemer naar voren heeft gebracht laat het hof het in de dagvaarding gestelde verlies aan inkomen ad respectievelijk € 51.840 (verschil tussen maandinkomen bij Geomet en nieuwe werkgever tot aan pensioengerechtigde leeftijd) en € 49.352 (misgelopen inkomsten in verband met overwerk) buiten beschouwing. Immers, Geomet heeft tegen deze schadepost bij conclusie van antwoord gemotiveerd verweer gevoerd, door erop te wijzen dat de in het schaderapport gegeven onderbouwing van het maandelijkse verlies aan inkomen inclusief overuren - die heeft geleid tot de lumpsumuitkering van de schadeverzekeraar ad € 220.000 - nagenoeg exact overeenkomt met de in de dagvaarding ten aanzien van deze schadeposten gegeven onderbouwing. Ook laat het hof de immateriële schade ad € 15.000 buiten beschouwing. Hoewel het hof van oordeel is - anders dan de kantonrechter - dat Geomet wel degelijk steken heeft laten vallen tijdens het re-integratieproces, zoals onder meer blijkt uit het deskundigenoordeel van 1 oktober 2010, waarin het UWV constateert dat Geomet niet genoeg activiteiten heeft gedaan in het re-integratietraject om aan de eisen die de Wet verbetering poortwachter stelt te voldoen, is niet of onvoldoende gebleken dat van een aantasting in de persoon als bedoeld in artikel 6:106 lid 1 aanhef en onderdeel b BW sprake is geweest. Volgt verwerping van het beroep.