Naar boven ↑

Rechtspraak

Roessen & Roessen Bedrijfsdiensten B.V./Algemeen Christelijke Politiebond c.s.

Schade door het niet kunnen verlenen van diensten bij ontruimingen als gevolg van de collectieve actie ‘geen spoed, geen politie’, behoort tot de risico’s van een ieder die deelneemt aan het economisch verkeer in een democratisch georganiseerde samenleving waarin het recht op collectieve actie voor werknemers(organisaties) is erkend.

Roessen & Roessen verleent in opdracht van woningcorporaties en deurwaarders haar diensten bij (onder meer) het ontruimen en nadien schoon opleveren van woningen en bedrijfspanden. In maart 2015 zijn de onderhandelingen tussen de Staat en gedaagden (Algemeen Christelijke Politiebond, Nederlandse Politiebond, Vereniging van Middelbare en Hogere Politieambtenaren en de Algemene Nederlandse Politie Vereniging) over een nieuwe cao voor de politie vastgelopen. In augustus 2015 zijn gedaagden overgegaan tot het voeren van collectieve acties. In het kader van de actie ‘geen spoed, geen politie’ is politiemedewerkers gevraagd hun assistentie aan deurwaarders bij ontruimingen stop te zetten. Sedert 14 september 2015 wordt er bij ontruimingen door politiemedewerkers geen assistentie meer verleend, tenzij er sprake is van een gevaarlijke situatie of van een calamiteit. Roessen & Roessen stelt zich op het standpunt dat zij door de actie ‘geen spoed, geen politie’ disproportioneel zwaar in haar bedrijfsvoering wordt getroffen, waardoor zij aanzienlijke schade lijdt. Gesteld wordt dat de actie onrechtmatig is.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Naar voorlopig oordeel wordt Roessen & Roessen door de actie ‘geen spoed, geen politie’ van gedaagden niet onevenredig zwaar getroffen in haar bedrijfsvoering. Ondanks de door Roessen & Roessen genoemde aantallen van ontruimingen per week die tijdens de actie niet kunnen plaatsvinden en het (mogelijk) niet verlengen van de contracten van enkele medewerkers, kan niet worden geoordeeld dat de door Roessen & Roessen geleden schade op dit moment zo omvangrijk is dat deze onaanvaardbaar is. Meegewogen wordt dat gedaagden onbetwist hebben gesteld dat Roessen & Roessen nog steeds winstgevend is, zodat duurzame gevolgen van de actie vooralsnog niet aannemelijk zijn geworden. Hier komt bij dat Roessen & Roessen onvoldoende gemotiveerd heeft weersproken dat de ontruimingen, waar geen gevaar of ernstige calamiteiten te verwachten zijn, ook zonder politieassistentie kunnen worden uitgevoerd, maar dat het de (door bedrijfseconomische overwegingen ingegeven) keuze van de woningbouwcorporatie zelf is om alle ontruimingen op te schorten. Dat betekent dat het verband tussen de actie(s) en het wegvallen van het hier bedoelde werk van Roessen & Roessen minder eenduidig is dan Roessen & Roessen meent. Al met al behoort de hier bedoelde schade tot de risico’s van een ieder die deelneemt aan het economisch verkeer in een democratisch georganiseerde samenleving waarin het recht op collectieve actie voor werknemers(organisaties) als middel om in de economische verhoudingen een balans te vinden is erkend. Tot slot is meegewogen dat de politie, gelet op haar maatschappelijke taak, beperkt is in de keuze van haar actiemiddelen. Volgt afwijzing van de vorderingen.