Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 9 december 2015
ECLI:NL:RBROT:2015:9702
Imtech Marine B.V./werknemer
Werknemer is benaderd voor de functie van algemeen directeur van Imtech. Hij was werkzaam bij Z in de functie divisie CEO en verdiende € 230.000 bruto per jaar exclusief bonussen en overige emolumenten. Partijen zijn overeengekomen dat werknemer op 1 oktober 2015 in dienst treedt bij Imtech in de functie van algemeen directeur met een salaris van (afgerond) € 280.000 bruto per jaar exclusief bonussen en overige emolumenten. Er geldt geen proeftijd en de arbeidsovereenkomst is voor onbepaalde tijd. Werknemer heeft zijn arbeidsovereenkomst bij Z opgezegd. Op 13 augustus 2015 is het faillissement uitgesproken van Royal Imtech N.V. Imtech (verzoekster) is niet failliet verklaard. De aandelen in Imtech zijn overgenomen door twee vennootschappen. Imtech verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:671b lid 1 onderdeel a jo. artikel 7:669 lid 3 onderdeel h BW. Imtech voert het volgende aan. De nieuwe aandeelhouders van Imtech zijn van mening dat werknemer niet de juiste man is om leiding te geven aan een bedrijf dat verre van gezond is. Daarnaast heeft hij geen ervaring in de maritieme wereld. Het verweer van werknemer strekt tot afwijzing van het verzoek. Werknemer heeft een zelfstandig tegenverzoek ingediend. Werknemer legt aan zijn vordering ten grondslag dat Imtech tekort is geschoten in de nakoming van de arbeidsovereenkomst (art. 7:686 jo. 7:265 BW) en vraagt voorts Imtech te veroordelen in de door hem geleden en te lijden schade (in totaal € 689.456,24).
De kantonrechter oordeelt als volgt. Het verzoek van Imtech wordt afgewezen. Waar het op neerkomt is dat de werkgever, op basis van persoonlijke opvattingen van de nieuwe aandeelhouders, haar standpunt heeft herzien en werknemer liever niet in dienst heeft. Die situatie is niet te brengen onder een van de in artikel 7:669 lid 3 onderdelen c tot en met g genoemde ontslaggronden. De door Imtech aangevoerde omstandigheden leveren ook geen grond op om de arbeidsovereenkomst te ontbinden ex artikel 7:669 lid 3 onderdeel h BW. De aangevoerde omstandigheden liggen in de risicosfeer van Imtech. Ook omstandigheden in de risicosfeer van de werkgever kunnen een h-grond opleveren, maar de aangevoerde omstandigheden in deze zaak zijn daartoe onvoldoende.
Ten aanzien van het tegenverzoek van werknemer wordt het volgende overwogen. De enkele omstandigheid dat de nieuwe aandeelhouders van mening zijn dat werknemer niet geschikt is als algemeen directeur van Imtech wegens het ontbreken van maritieme ervaring en van ervaring met herstructureringen, maakt niet dat Imtech werknemer de uitvoering van het werk waarvoor hij is geselecteerd en aangenomen mag onthouden. Imtech heeft eerst tijdens het kort geding toegezegd het basissalaris van werknemer te zullen voldoen, voor wat betreft de overige arbeidsvoorwaarden heeft zij dat in het midden gelaten. Ook daar schiet zij tekort. Bij de beoordeling van (de ernst van) de tekortkomingen van Imtech speelt mede een rol dat werknemer in opdracht van Imtech is gehunt, uitgebreid heeft gesproken met de raad van bestuur van Royal Imtech en vanwege de door deze aangeboden arbeidsovereenkomst zijn dienstverband bij Z heeft opgezegd waar hij, zoals hij ter zitting onbetwist heeft verklaard, niet meer terug kan. Imtech heeft naar het zich laat aanzien te gemakkelijk gedacht over de mogelijkheid van beëindiging van de arbeidsovereenkomst met werknemer, gelet ook op het feit dat zij hem als compensatie daarvoor aanvankelijk slechts één maand salaris heeft aangeboden. De tekortkomingen van Imtech zijn voldoende ernstig om ontbinding op grond van artikel 7:686 jo. 7:265 BW te rechtvaardigen. De schade kan niet nauwkeurig worden vastgesteld nu deze hoofdzakelijk afhankelijk is van toekomstige gebeurtenissen. De overstap zou voor werknemer een aanzienlijke salarisverbetering opleveren (afgerond € 50.000 bruto per jaar). Indien werknemer erin zou slagen weer een functie te verkrijgen op het niveau van zijn functie bij Z, en als hij die functie een ruim aantal jaren zou behouden, dan levert dat een aanzienlijke inkomensterugval op ten opzichte van zijn salaris bij Imtech. Indien hij die functie een achttal jaren zou behouden, hetgeen geen onrealistische veronderstelling is gelet op de lengte van zijn dienstverband bij Z (sinds 2008) en het feit dat er zonder aanbod van Imtech voor hem geen aanleiding was bij Z te vertrekken, zou zijn schade, zonder rekening te houden met eventuele salarisverhogingen, acht maal € 50.000 bruto ofwel € 400.000 bruto bedragen. De schade zal op dit bedrag worden vastgesteld. Nu hierbij geen rekening is gehouden met toekomstige salarisverbeteringen zal evenmin rekening worden gehouden met mogelijke effecten van een contante waardeberekening van dat deel van de schade dat in de toekomst valt. Daarnaast heeft werknemer aanspraak gemaakt op eenmalige betalingen ter zake een sign-on bonus van € 35.000 bruto en een aandelenengerelateerde beloning ter waarde van € 31.000 bruto. Deze vorderingen worden naast de schadevergoeding toegekend. Een beroep van Imtech op artikel 4.1 arbeidsovereenkomst, voor zover daarin is bepaald dat werknemer de sign-on bonus dient terug te betalen als de arbeidsovereenkomst voor 1 januari 2017 wordt beëindigd, hetgeen zich hier voordoet, is in de omstandigheden van het geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. De beëindiging van de arbeidsovereenkomst is niet alleen geïnitieerd door Imtech maar Imtech heeft werknemer zelfs niet de kans geboden aan de overeenkomst uitvoering te geven.