Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds Beroepsgoederenvervoer over de weg en verhuur van kranen/Sleep en takeldienst X BV
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 15 december 2015
ECLI:NL:GHAMS:2015:5252

Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds Beroepsgoederenvervoer over de weg en verhuur van kranen/Sleep en takeldienst X BV

Uitleg werkingssfeerbepalingen en samenloop opleidingsfondsen collectieve arbeidsovereenkomst Opleidings- en Ontwikkelingsfonds Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen en de collectieve arbeidsovereenkomst voor het Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor het Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf. Toetsingskader AVV van belang bij uitleg (verbod op samenloop).

SOOB int premies op grond van de collectieve arbeidsovereenkomst opleidings- en ontwikkelingsfonds beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen (verder de SOOB-cao). Bij besluit van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 oktober 2012 is de SOOB-cao algemeen verbindend verklaard met ingang van 1 januari 2013 en tot 30 juni 2014. Bij besluit van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 15 april 2010, en aansluitend bij besluit van 23 november 2011, is met ingang van 21 april 2010 en tot 1 januari 2017 algemeen verbindend verklaard een aantal bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst voor het Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor het Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf (verder: de OOMT-cao). X wordt door de stichting die de OOMT-cao uitvoert aangemerkt als bijdrageplichtig op grond van die cao. X betaalt bijdragen aan deze stichting. X betaalt niet aan SOOB. SOOB heeft in eerste aanleg gevorderd X te veroordelen om aan haar te betalen de som van € 25.425,29, te vermeerderen met vertragingsrente, met veroordeling van X in de proceskosten. SOOB heeft daartoe gesteld dat X onder de werkingssfeer van de SOOB-cao valt, dat zij facturen en aanmaningen heeft verzonden aan X maar dat X desondanks niet heeft betaald. Het door haar gevorderde bedrag bestaat uit achterstallige premies met rente en kosten. De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis, kort gezegd, overwogen dat uit de bewoordingen van onderdeel B.1 van de werkingssfeerbepaling van de SOOB-cao volgt dat voor niet-toepasselijkheid van die cao voldoende is dat een onderneming een eigen bedrijfstak-cao dient toe te passen, en voorts dat SOOB niet heeft bestreden dat op X de OOMT-cao van toepassing is. De kantonrechter heeft op deze gronden de vordering van SOOB afgewezen, met veroordeling van SOOB in de proceskosten.

Het hof oordeelt als volgt. Partijen hebben alleen een debat gevoerd over de uitleg van het werkingssfeerartikel van de SOOB-cao zoals die gold van 2009 tot en met 31 december 2012 en daarmee over de vraag of X in deze periode al dan niet onder de werkingssfeer van de SOOB-cao viel. SOOB vordert echter ook betaling van premies over de periode van 1 januari tot en met 30 september 2013. Partijen hebben zich niet uitgelaten over de vraag of X op grond van het in 2013 geldende werkingssfeerartikel onder de werking van de SOOB-cao viel. Het hof zal partijen in de gelegenheid stellen zich bij akte daarover uit te laten. Het hof overweegt voorts dat naast enige andere wijzigingen ook de tekst (en opmaak) van de uitzonderingsvoorwaarden van het werkingssfeerartikel, die partijen verschillend uitleggen, per 1 januari 2013 is gewijzigd. Dit is mogelijk van betekenis voor de uitleg van de oude tekst. Ook daarover mogen partijen zich bij hun te nemen akte uitlaten. Bij de beoordeling van dit geschil dient mede in aanmerking te worden genomen dat aannemelijk is dat beide cao’s aldus zijn geformuleerd dat een overlapping van de werkingssfeer daarvan zo veel mogelijk wordt voorkomen. In dat verband komt mede betekenis toe aan het feit dat werkingssfeerbepalingen van een cao die overlappen met dergelijke bepalingen van een andere cao, blijkens de beleidsregels van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, neergelegd in het Toetsingskader Algemeen Verbindend Verklaring CAO-bepalingen (laatstelijk Stcrt. 2013, nr. 34009), niet algemeen verbindend worden verklaard, terwijl een overeenkomstig beleid wordt gevoerd voor de verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds. Het hof geeft partijen in overweging in hun akten ook hieraan aandacht te besteden.

  • Instantie: Gerechtshof Amsterdam
  • Locatie: Amsterdam
  • ECLI: ECLI:NL:GHAMS:2015:5252
  • Roepnaam: Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds Beroepsgoederenvervoer over de weg en verhuur van kranen/Sleep en takeldienst X BV
  • Zaaknummer: 200.162.421/01
  • Nummer: AR-2015-1284
  • Rechters: D. Kingma, A.M.A. Verscheure en G.C. Boot
  • Advocaten: J.A. Trimbach en H.E.C.A. Vlasman
  • Wetsartikelen: CAO Opleidings- en Ontwikkelingsfonds Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen, CAO Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor het Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf en Toetsingskader AVV
  • Onderwerpen: Uitleg
  • Trefwoorden: uitleg cao, werkingssferen, samenloop en Toetsingskader AVV