Naar boven ↑

Rechtspraak

ondernemingsraad van Regionaal Opleidingen Centrum Mondriaan College/Regionaal Opleidingen Centrum Mondriaan
Rechtbank Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 15 januari 2016
ECLI:NL:RBDHA:2016:524

ondernemingsraad van Regionaal Opleidingen Centrum Mondriaan College/Regionaal Opleidingen Centrum Mondriaan

Enge wetsuitleg van artikel 18 lid 4 WOR (rechter kan alleen bepalen dat de ondernemer uitvoering moet geven aan de verplichting om met de OR een urenbudget vast te stellen) in casu te beperkt. Rechter stelt urenbudget van de OR vast bij gebreke van onderlinge overeenstemming.

Naar aanleiding van een wijziging van onder meer de Wet medezeggenschap onderwijs 1992 is in 2011 de medezeggenschap voor medewerkers bij ROC Mondriaan niet langer georganiseerd in een medezeggenschapsraad (hierna: MR), maar in een ondernemingsraad (hierna: OR) in de zin van de WOR. Ten tijde van het bestaan van de MR bepaalde de van toepassing zijnde CAO BVE dat 0,35% van de personeelsbezetting aangewend mocht worden ten behoeve van de facilitering van de MR. Na de structuurwijziging is deze bepaling verdwenen en is de facilitering van de OR gebaseerd op de artikelen 17 en 18 van de WOR. Om de transitie van de bepalingen van de CAO BVE naar de bepalingen van de WOR te vergemakkelijken, is tussen de Vereniging MBO Raad en de betrokken vakorganisaties een overgangsregeling gesloten. Deze overgangsregeling is vervallen op 31 december 2012. Partijen zijn er gedurende de looptijd van de overgangsregeling niet in geslaagd tot een vaststelling van het urenbudget voor de OR te komen. Door partijen is, tevergeefs, eerst een bemiddelaar en daarna de bedrijfscommissie ingeschakeld om te bemiddelen en advies te geven. ROC Mondriaan heeft bij brief van 1 juli 2014 eenzijdig het urenbudget voor de OR vastgesteld op 4,5 fte, met terbeschikkingstelling van een ambtelijk secretaris aan de OR. De OR verzoekt om ROC Mondriaan te gebieden met de OR overeen te komen dat het urenbudget in de faciliteitenregeling wordt vastgesteld op basis van 6,1 fte. ROC Mondriaan verweert zich tegen het verzoek van de OR door te stellen dat de financiƫle middelen in het onderwijs beperkt zijn en dat het streven bestaat om deze middelen zo veel mogelijk aan te wenden voor het onderwijs.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Partijen zijn het oneens over de mate van facilitering in termen van een urenbudget van de OR. Het uitgangspunt van de WOR is dat ondernemer en OR het budget gezamenlijk vaststellen. Gelet op de letterlijke bewoording van lid 4 van artikel 18 WOR kan de kantonrechter niet meer dan te bepalen dat de ondernemer uitvoering moet geven aan de verplichting om met de OR een urenbudget vast te stellen. De kantonrechter is echter van oordeel dat een dergelijke wetsuitleg, zeker in dit geval, te beperkt is. Partijen hebben immers, zelfs na uitgebreide onderhandelingen, inschakeling van een bemiddelaar en advies van de bedrijfscommissie, geen overeenstemming kunnen bereiken. HOewel noch de wetsgeschiedenis noch de jurisprudentie aanknopingspunten biedt dat de kantonrechter deze beslissing neemt, is de kantonrechter van oordeel dat hij op basis van het verzoekschrift van de OR en het verweer van de ROC Mondriaan en bij gebreke van overeenstemming tussen partijen in dit geval het urenbudget kan vaststellen. Toetssteen hierbij is de beantwoording van de vraag hoeveel tijd de OR in redelijkheid nodig heeft om zijn werk naar behoren te kunnen doen. De overgangsregeling kan hiervoor geen basis meer bieden, nu deze is komen te vervallen op 31 december 2012. Gelet op het feit dat het urenbudget op grond van door de OR opgestelde Praktijkanalyse geen uitgangspunt kan zijn nu de OR aan activiteiten die de OR zelf tot haar takenpakket rekent, een aanzienlijke urenbesteding als tijdbesteding heeft opgevoerd, en gelet op het feit dat de OR in het laatste overleg bereid was met 5,3 fte genoegen te nemen, en gelet op het feit dat ROC Mondriaan van 3,5 fte was opgeschoven naar 4,5 fte, en ten slotte gelet op het feit dat ROC Mondriaan in het laatste overleg met de OR iets meer flexibiliteit had kunnen tonen, bepaalt de kantonrechter dat ROC Mondriaan gevolg dient te geven aan artikel 18 WOR door aan de OR een faciliteitenregeling vast te stellen op basis van 5,0 fte, uitgaande van het voortzetten van het ter beschikking stellen aan de OR van een ambtelijk secretaris.

  • Instantie: Rechtbank Den Haag
  • Locatie: 's-Gravenhage
  • ECLI: ECLI:NL:RBDHA:2016:524
  • Roepnaam: ondernemingsraad van Regionaal Opleidingen Centrum Mondriaan College/Regionaal Opleidingen Centrum Mondriaan
  • Zaaknummer: 4290480 RP VERZ 15-50501
  • Nummer: AR-2016-0062