Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Varkensfokbedrijf X BV
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 19 januari 2016
ECLI:NL:GHSHE:2016:157

werkneemster/Varkensfokbedrijf X BV

Geschil tussen werkneemster en een varkensfokbedrijf over indeling door werkgever van werkneemster in een functiegroep volgens de CAO voor Dierhouderij en de beloning op grond daarvan. Werkneemster slaagt in bewijsvoering werkzaamheden conform hogere functie. Loonvordering toegewezen.

(Zie AR 2015-0204.) Werkneemster is van mei 2009 tot april 2012 in dienst geweest van werkgever. Op de arbeidsovereenkomsten was de CAO voor Dierhouderij van toepassing. Werkneemster vordert in deze procedure achterstallig loon wegens onjuiste functiewaardering. Daartoe stelt zij het volgende. Zij heeft gewerkt als dierenverzorger zoals omschreven in het functiehandboek. Die functieomschrijving stemt ook overeen met de functie die in de arbeidsovereenkomsten is opgenomen (‘carer of cattle’/veeverzorger) en met haar kwalificaties. Zij had beloond moeten worden naar functiegroep E (functie 4.10) waar de functie dierenverzorger in valt. Verder zijn de functiejaren niet correct toegepast. Varkensfokbedrijf heeft tegen het gevorderde verweer gevoerd. Volgens haar was werkneemster werkzaam als algemeen medewerker en incidenteel verrichtte zij werkzaamheden van assistent-dierenverzorger. Zij is dan ook terecht op de voet van algemeen medewerker (functie 4.01) beloond. Volgens de kantonrechter had werkneemster ingedeeld dienen te worden in de functie assistent-dierenverzorger. Het hof heeft bij tussenarrest werkneemster opgedragen te bewijzen dat haar werkzaamheden onder de functieomschrijving als gevorderd vallen.

Het hof oordeelt als volgt. Het verzorgen van dieren betreft volgens de functieomschrijving van ‘assistent dierenverzorger’ slechts het verlenen van assistentie, dus verzamelen en vangen van dieren, in bedwang houden van dieren, maar niet het ‘zelf’ verzorgen van dieren. Het verzorgen van dieren behoort wel tot de taak van de ‘dierenverzorger’. Voor zover uit de verklaringen van getuige 2 en bedrijfsleider Varkensfokbedrijf volgt dat werkneemster bij sommige werkzaamheden betreffende de verzorging moest worden gecontroleerd, laat dat onverlet dat zij deze werkzaamheden wel verrichtte. Overigens blijkt uit de verklaringen dat de door werkneemster uitgevoerde taken de functie van ‘dierenverzorger’ soms zelfs overstegen, omdat zij op sommige dagen en voor wat betreft sommige taken zelf beslissingen nam, hetgeen duidt op de functie van ‘allround dierverzorger’. Werkneemster is ook geslaagd in het bewijs dat zij tijdens het gehele dienstverband de werkzaamheden van een ‘dierenverzorger’ heeft verricht. Weliswaar heeft getuige 2 verklaard dat het inwerken van werkneemster zo’n twee maanden heeft geduurd (bedrijfsleider Varkensfokbedrijf heeft dat zelfs op een half jaar geschat), maar uit die verklaringen blijkt niet dat werkneemster tijdens die inwerkperiode veel beperktere taken had of dat zij slechts werkzaamheden heeft verricht die behoren bij die van een ‘assistent dierenverzorger’.