Rechtspraak
Enigma B.V./werknemer
Enigma is een holding van verschillende werkmaatschappijen waaronder Zorggroep X. Werkneemster, geboren op 18 februari 1958, is opgeleid tot fysiotherapeut en heeft een opleiding acupunctuur gevolgd. Tot 2005 heeft zij een eigen praktijk gehad. In de periode van 1 oktober 2004 tot en met 30 september 2005 heeft werkneemster in het kader van een overeenkomst van opdracht werkzaamheden verricht voor Zorggroep X. Zij is vanaf 2005 in dienst getreden van Zorggroep X. In 2011 is werkneemster gehuwd met X, de bestuurder van Enigma. In 2013 is een arbeidsovereenkomst tot stand gekomen tussen Enigma en werkneemster. In dit niet door de partijen ondertekende stuk is verder vermeld dat werkneemster werkzaamheden verricht als directeur en belast is met de dagelijkse leiding van de onderneming van Enigma en dat in geval van ziekte een te ontvangen uitkering gedurende maximaal één jaar na aanvang van de ziekte zal worden aangevuld tot 100% van het brutosalaris dat werkneemster op het moment van ziekte verdient. Een wijzigingsbeding is niet opgenomen. In januari 2015 bedroeg het salaris van werkneemster € 6.860,07 bruto per maand. Op 12 januari 2015 is werkneemster uitgevallen wegens hartklachten. Enigma betaalt haar € 3.960,07. X en werkneemster verkeren in een echtscheidingsprocedure. Werkneemster vordert doorbetaling van 100% van haar salaris.
Het hof oordeelt als volgt.
Geen arbeidsovereenkomst wegens ontbreken gezagsverhouding tussen echtpaar?
Het betoog van Enigma dat de partijen als elkaars gelijken moeten worden beschouwd, waarmee Enigma, naar het hof aanneemt, bedoelt te betogen dat tussen hen geen gezagsrelatie bestond, gaat niet op, reeds omdat het in deze procedure niet gaat om de relatie tussen werkneemster en X als (voormalige) echtgenoten, maar om de (arbeids)relatie tussen werkneemster en Enigma. Overigens staat tussen de partijen vast dat de door werkneemster tot 2012 verrichte acupunctuur- en hartfunctiewerkzaamheden plaatsvonden onder supervisie van X , zoals werkneemster ook met betrekking tot de door haar vanaf 2012 verrichte overige werkzaamheden onbestreden heeft gesteld. Ten slotte is voor het aannemen van een gezagsverhouding niet vereist dat steeds daadwerkelijk aanwijzingen en instructies over de werkinhoud worden gegeven, maar is voldoende dat dergelijke aanwijzingen kunnen worden gegeven.
Eenzijdige wijziging arbeidsvoorwaarden
Ter rechtvaardiging van de eenzijdige verlaging van het salaris van werkneemster met ingang van 1 maart 2013 heeft Enigma een beroep gedaan op de aan artikel 7:611 BW ontleende mogelijkheid tot eenzijdige wijziging door de werkgever van een arbeidsvoorwaarde en verwezen naar het arrest van de Hoge Raad in de zaak Stoof/Mammoet van 11 juli 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BD1847). Zoals werkneemster terecht heeft aangevoerd, heeft Enigma geen voorstel tot wijziging van het salaris van werkneemster gedaan, maar heeft zij de wijziging zonder enig overleg met werkneemster doorgevoerd. Werkneemster heeft verder terecht aangevoerd dat voor de beoordeling of een voorstel redelijk is - en of sprake is van gewijzigde omstandigheden die tot het voorstel aanleiding hebben gegeven - nodig is dat die gewijzigde omstandigheden voldoende vaststaan. Ter onderbouwing van haar stelling dat sprake is van een slechte financiële situatie heeft Enigma een beroep gedaan op de conceptjaarstukken 2014. Bij die stukken heeft de door werkneemster ingeschakelde financieel deskundige echter veel vraagtekens en opmerkingen geplaatst, zodat op grond van die stukken niet zonder meer van een slechte financiële situatie van Enigma kan worden uitgegaan en dus ook niet van gewijzigde omstandigheden.