Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/KPN B.V.
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 24 november 2015
ECLI:NL:GHDHA:2015:3149

werknemer/KPN B.V.

Het stond werkgever vrij om, na sluiten vaststellingsovereenkomst, werknemer te weigeren een toegangspas tot een bedrijfsgebouw in eigendom van werkgever te verstrekken in het kader van indiensttreding bij nieuwe werkgever. Belang van werkgever om integriteitsrisico’s in haar bedrijfsgebouwen te vermijden weegt in dit geval zwaarder.

Werknemer is van 1 augustus 1991 tot 1 januari 2012 bij KPN B.V. (hierna: KPN) in dienst geweest. De arbeidsovereenkomst tussen partijen is beëindigd middels een vaststellingsovereenkomst van 30 december 2011 nadat werknemer op staande voet was ontslagen vanwege onrechtmatig gebruik van de hem door KPN ter beschikking gestelde tankpas. Werknemer heeft de tankpas een groot aantal malen gebruikt (of laten gebruiken) om auto’s van anderen van brandstof te voorzien en heeft toegestaan dat zijn door KPN ter beschikking gestelde telefoon voor gesprekken in het criminele circuit is gebruikt. Per 15 april 2013 is werknemer in dienst getreden van Alcatel Lucent (hierna: Alcatel). Dit bedrijf was destijds gehuisvest in gebouwen die eigendom zijn van (en in medegebruik zijn bij) KPN. Werknemer had een toegangspas nodig van KPN om zijn werkzaamheden voor Alcatel te kunnen verrichten. Op 12 april 2013 heeft KPN geweigerd de toegangspas aan werknemer te verstrekken. Alcatel heeft de arbeidsovereenkomst met werknemer gedurende de proeftijd beëindigd. Werknemer vordert KPN te veroordelen tot betaling van schadevergoeding aan werknemer.

Het hof oordeelt als volgt. Werknemer bepleit dat sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de vaststellingsovereenkomst door KPN, doordat deze hem op de ‘zwarte lijst’ heeft geplaatst en aldus, in aanvulling op het ontslag, nog een extra maatregel heeft opgelegd, te weten de weigering van de toegangspas. De vaststellingsovereenkomst van 30 december 2011 reikt echter naar het oordeel van het hof niet zover dat het KPN niet meer vrij zou staan later te weigeren aan werknemer een toegangspas te verstrekken om daarmee bedrijfspanden van KPN te kunnen betreden. De clausule waarin partijen afspreken niets meer van elkaar te vorderen te hebben of zullen krijgen, kan redelijkerwijs niet zo worden opgevat dat KPN daarmee ook afstand zou hebben gedaan van haar bevoegdheid werknemer in de toekomst geen toegang tot haar bedrijfspanden te verlenen. Dat klemt temeer waar het voor werknemer duidelijk moet zijn geweest dat KPN de door haar ontdekte gedragingen van werknemer zeer hoog opnam. Ook was in de vaststellingsovereenkomst bepaald dat partijen zich in de toekomst tegenover elkaar zullen gedragen overeenkomstig de normen van goed werkgever- en goed werknemerschap. Gezien de bewoordingen van die regeling en de bedoelingen van partijen (toepassing Haviltex-norm) moet de conclusie worden getrokken dat KPN hierin geen afstand heeft gedaan van haar bevoegdheid om als eigenaar/verhuurder haar kennis van de gebeurtenissen die tot het ontslag hebben geleid aan te wenden ter bescherming van haar eigen belangen. De vraag of KPN, geheel los van de vaststellingsovereenkomst, onrechtmatig heeft gehandeld jegens werknemer dient ook ontkennend te worden beantwoord. Uitgangspunt is dat KPN, als eigenaar van haar bedrijfsgebouwen en als ondernemer, de bevoegdheid heeft aan derden de toegang tot haar bedrijfsgebouwen te ontzeggen. Die bevoegdheid heeft wel grenzen en kan misbruikt worden, in het bijzonder wanneer zich de in artikel 3:13 lid 2 BW bedoelde onevenredigheid van de over en weer betrokken belangen voordoet. Van een dergelijke onevenredigheid is echter in dit geval geen sprake. Werknemer had een belang bij het verkrijgen van de toegangspas om zijn werkzaamheden voor Alcatel te kunnen verrichten. Echter, dat belang weegt niet zwaarder dan het belang van KPN om integriteitsrisico’s in haar bedrijfsgebouwen te vermijden. Volgt afwijzing van de vorderingen van werknemer en bekrachtiging van het vonnis van de kantonrechter.