Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 9 februari 2016
ECLI:NL:RBGEL:2016:1385

werknemer/werkgeefster

Zwaarwegende bedrijfsbelangen rechtvaardigen concurrentiebeding in arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (zwembadbranche). Schorsing concurrentiebeding jaar na einde werkzaamheden bij werkgeefster.

Werknemer is sinds 6 oktober 2014 in dienst in de functie van zwembadmonteur. Na verlenging van de arbeidsovereenkomst met zes maanden is tussen partijen op 16 september 2015 een arbeidsovereenkomst tot stand gekomen voor de duur van elf maanden. In de arbeidsovereenkomst is een concurrentiebeding opgenomen, dat tot twee jaar na het eindigen van de arbeidsovereenkomst van toepassing is. Er zijn vijf redenen opgenomen waarom het concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfsbelangen van de werkgeefster. De arbeidsovereenkomst is door opzegging van werknemer geëindigd met ingang van 22 januari 2016. Werknemer vordert schorsing van het concurrentiebeding. Hij stelt dat er geen zwaarwegende bedrijfsbelangen zijn die het opnemen (dan wel handhaven) van het concurrentiebeding rechtvaardigen.

De kantonrechter oordeelt als volgt. De eerste vraag die voorligt is of het overeengekomen concurrentiebeding rechtsgeldig is. In casu is aan de minimale formele vereisten voor motivering voldaan. Uit het - schriftelijk met een meerderjarige werknemer overeengekomen - beding blijkt immers welke zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen het betreft en waarom deze belangen (volgens werkgeefster) noodzakelijk maken dat een uitzondering op de hoofdregel nodig is. Vervolgens ligt de vraag voor of het concurrentiebeding noodzakelijk is wegens zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen (art. 7:653 lid 3 onderdeel a BW). Werkgeefster heeft afdoende onderbouwd waarom zij werknemer met het oog op de door hem uit te voeren werkzaamheden en (deswege) te vergaren kennis over klanten, prijzen, leveranciersgegevens, werkwijzen en know-how in het door haar bediende afzetgebied heeft willen binden aan het concurrentiebeding. Met de enkele stelling van werknemer dat hij ‘geen specifieke kennis heeft opgedaan’ van prijslijsten, klantenlijsten et cetera heeft hij het bedrijfsgevoelige karakter van de gegevens en het belang van bescherming daarvan onvoldoende gemotiveerd betwist. Voorts wordt beoordeeld of werknemer door onverkorte handhaving van het beding onbillijk wordt benadeeld in verhouding tot het te beschermen belang van werkgeefster (art. 7:653 lid 3 onderdeel b BW). Werkgeefster heeft gesteld dat X een geduchte concurrent is. De stelling van werknemer dat hij bij handhaving van het concurrentiebeding zijn baan bij X zal verliezen en alsdan geen recht zal hebben op een WW-uitkering heeft niet het gewenste resultaat. Werknemer heeft ondanks de wetenschap van een slechts drie maanden daarvoor overeengekomen concurrentiebeding de overstap naar X willen realiseren zonder voorafgaand overleg met c.q. instemming van werkgeefster hetgeen voor zijn rekening dient te blijven. Daarbij komt nog dat het beding zich in geografische zin beperkt tot een staal van 30 kilometer en werkgeefster onbetwist heeft aangevoerd dat werknemers perspectief zich niet noodzakelijkerwijs beperkt tot de zwembadbranche, gelet op zijn elektrotechnische achtergrond en ervaring. Er is geen aanleiding voor schorsing van het concurrentiebeding met ingang van de door werknemer gevraagde datum. Wel wordt, gelet op de wederzijdse belangen van partijen, aanleiding gezien de werking van het concurrentiebeding te schorsen na ommekomst van een jaar na de datum waarop werknemer zijn werkzaamheden bij werkgeefster daadwerkelijk heeft gestaakt, derhalve per 5 januari 2017. Hierbij is in aanmerking genomen dat de overeengekomen duur aanmerkelijk langer is dan de - in het algemeen gesproken - steeds meer gebruikelijke periode van (maximaal) twaalf maanden, dat informatie over prijzen en dergelijke naar haar aard na verloop van tijd minder concurrentiegevoelig wordt en dat tussen partijen (ook) een geheimhoudingsbeding geldt.