Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/UWV
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Leeuwarden), 24 februari 2016
ECLI:NL:RBNNE:2016:716

werknemer/UWV

Ontslag op staande voet wegens het raadplegen en verkopen van privacygevoelige informatie uit UWV-systemen is rechtsgeldig. Werknemer wordt veroordeeld tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding van ruim € 15.000. 

Werknemer is op 1 mei 1992 bij UWV in dienst getreden. Werknemer is als Adviseur werkgeversdiensten verantwoordelijk voor de bemiddeling en plaatsing van uitkeringsgerechtigden. Naast zijn werkzaamheden bij UWV runt werknemer sinds 1 januari 2007 ook een eigen onderneming. Het is een organisatie-adviesbureau op het gebied van personeelsbeleid, dat zich onder meer bezighoudt met de begeleiding en coaching van (startende) ondernemers. Werknemer heeft in 2015 vanuit zijn onderneming meerdere facturen aan VOF gestuurd. Op 21 september 2015 is een melding van een mogelijke schending van de integriteit bij ‘Bureau Integriteit’ van UWV binnengekomen. Naar aanleiding van deze melding is nader onderzoek verricht door Bureau Integriteit. Op 25 november is werknemer op staande voet ontslagen. Thans verzoekt werknemer primair het ontslag op staande voet te vernietigen. Het UWV voert gemotiveerd verweer.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Het ontslag op staande voet is rechtsgeldig gegeven. Daarover wordt het volgende overwogen. Het UWV heeft aan het ontslag op staande voet onder meer ten grondslag gelegd dat werknemer in strijd met de hem bekende regels, meerdere malen onder werktijd privacygevoelige informatie uit UWV-systemen heeft geraadpleegd en deze informatie tegen betaling heeft verstrekt aan VOF, een commerciële derde. Uit het gesprekverslag van 23 november 2015 volgt dat werknemer op verzoek van VOF, informatie over werknemers van werkgevers die klant waren van VOF heeft opgezocht in het systeem van UWV en deze informatie tegen betaling heeft verstrekt aan VOF. Ook volgt uit deze verklaring dat werknemer met het verstrekken van de informatie niet in het kader van zijn functie een ‘match’ probeerde te creëren tussen uitkeringsgerechtigden en werkgevers, maar dat hij VOF met de informatie heeft willen helpen om haar in de markt te zetten. Werknemer kan evenmin gevolgd worden in zijn standpunt dat leidinggevende A toestemming heeft gegeven voor deze werkzaamheden. Hij heeft namelijk geen concrete feiten en omstandigheden aangevoerd die de conclusie rechtvaardigen dat leidinggevende A ervan op de hoogte was dat de onderneming van werknemer door VOF werd betaald voor het verstrekken van vertrouwelijke informatie afkomstig uit de systemen van UWV, zodat van expliciete toestemmingverlening/instemming geen sprake kan zijn. Door aldus te handelen heeft werknemer de voor hem geldende regels met voeten getreden, en de kantonrechter acht deze schending van de regels zodanig ernstig dat dit, ondanks de ernstige gevolgen van het ontslag voor werknemer, ontslag op staande voet wegens een dringende reden rechtvaardigt. Werknemer heeft zich subsidiair op het standpunt gesteld dat het ontslag op staande voet niet onverwijld is gegeven. De kantonrechter volgt hem ook hierin niet en overweegt daartoe als volgt. Uit de opsomming in het rapport van het Bureau Integriteit volgt dat er steeds slechts korte periodes hebben gezeten tussen elkaar opvolgende stappen en de genomen stappen ogen voorts relevant voor het te verrichten onderzoek. Ook de periode waarbinnen de interne besluitvorming heeft plaatsgevonden, is niet onredelijk lang geweest. Het vorenstaande leidt tot de slotsom dat het aan werknemer gegeven ontslag op staande voet standhoudt. Nu het ontslag op staande voet op 25 november 2015 is gegeven, is werknemer derhalve aan UWV een gefixeerde schadevergoeding van € 15.114,45 verschuldigd. De verzoeken van werknemer worden afgewezen.