Naar boven ↑

Rechtspraak

Matrix Connection V.O.F./Matrix Reconnected V.O.F.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 25 januari 2016
ECLI:NL:RBROT:2016:1554

Matrix Connection V.O.F./Matrix Reconnected V.O.F.

Onrechtmatige concurrentie (zonder concurrentiebeding). Onrechtmatig om in dezelfde straat een nieuwe winkel te beginnen, die wat uitstraling en doel betreft identiek is aan die van de voormalig werkgever en die een handelsnaam voert die slechts in geringe mate afwijkt van die van de voormalig werkgever. Rechter wijst echter geen concurrentieverbod toe, omdat anders beide winkels dicht zijn.

X en Y hebben op 1 april 2006 Matrix Connection opgericht. Matrix Connection exploiteert een winkel waar onder meer frisdrank, brillen, mobiele telefoons en accessoires worden verkocht en waarin een kapper werkt. A en Z waren sinds 1 april 2006 in dienst bij Matrix Connection. Op 7 oktober 2015 hebben A en Z de VOF Matrix Reconnected ingeschreven in het handelsregister. Op 31 oktober 2015 hebben zij beiden ontslag genomen bij Matrix Connection. Per 1 december 2015 heeft Matrix Reconnected een winkel gestart. In de winkel worden dezelfde activiteiten geƫxploiteerd als bij Matrix Connection. De winkel van Matrix Connection is sinds 2 januari 2016 niet meer open geweest als gevolg van een conflict tussen X en Y. Matrix Connection vordert Matrix Reconnected te verbieden om gedurende twee jaar een zaak gelijksoortig aan die van Matrix Connection te vestigen of te drijven, financieel bij een dergelijke zaak belang te hebben, daarin of daarvoor werkzaam te zijn, dan wel daarin een aandeel te hebben binnen een straal van 5 kilometer van waar Matrix Connection is gevestigd. Matrix Connection stelt hierbij dat A en Z stelselmatig en substantieel het duurzame bedrijfsdebiet van Matrix Connection afbreken en dat sprake is van onrechtmatige concurrentie.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Matrix Reconnected moest begrijpen dat het onrechtmatig is in een dergelijke situatie in dezelfde straat een nieuwe winkel te beginnen, die wat uitstraling en doel betreft identiek is aan die van de voormalig werkgever en die een handelsnaam voert die slechts in geringe mate afwijkt van die van de voormalig werkgever. Dat de omzet van de onderneming van Matrix Connection door het vertrek van A en Z naar een pand een stuk verderop in de straat als gevolg hiervan zou kelderen, was te voorzien. Matrix Reconnected heeft als verweer aangevoerd dat zij van Y als vertegenwoordiger van Matrix Connection schriftelijke toestemming heeft gekregen een winkel te beginnen. Die toestemmingsbrief kan Matrix Reconnected echter niet baten. De brief is opgesteld en getekend door Y. Matrix Connection beroept zich terecht op de beperking van de bevoegdheid van de afzonderlijke vennoten die in het handelsregister is opgenomen, waaruit blijkt dat voor rechtshandelingen in strijd met het doel van de vennootschap medewerking van alle vennoten is vereist. De voorzieningenrechter acht het evident dat de toestemming aan Matrix Reconnected niet in het belang van Matrix Connection was en naar mag worden aangenomen in strijd was met het doel van Matrix Connection. Bovendien is geen sprake van een gerechtvaardigd vertrouwen aan de zijde van Matrix Reconnected, zodat een beroep op de onbevoegdelijk verrichte rechtshandeling aan haar kan worden tegengeworpen. Gelet op het feit dat tot juli 2015 Y Matrix Connection als werkgever heeft vertegenwoordigd jegens A en Z is het denkbaar dat zij ervan uitgingen dat Y bevoegd was in alle gevallen Matrix Connection te vertegenwoordigen. In dit specifieke geval is het echter niet aannemelijk dat sprake is geweest van gerechtvaardigd vertrouwen, omdat A en Z wisten dat X en Y beiden vennoot zijn van de VOF en omdat zij bekend waren met de ruzie die tussen X en Y was ontstaan over de vennootschap. Daarnaast moeten zij hebben begrepen dat een concurrerende winkel dicht bij de winkel van Matrix Connection directe gevolgen zou hebben voor de omzet van Matrix Connection en, gelet op hun inbreng tot dat moment in Matrix Connection, wellicht zelfs gevolgen zou hebben voor het voortbestaan van die winkel. In deze situatie mochten ze niet zonder meer uitgaan van de zelfstandige vertegenwoordigingsbevoegdheid van Y. Als gevolg van het onderhavige geschil en het geschil tussen de vennoten van Matrix Connection is de winkel van Matrix Connection niet meer geopend sinds 2 januari 2016. De verhouding tussen X en Y is zodanig verstoord dat heropening op korte termijn ook niet aan de orde is. Daarnaast is kennelijk een gegeven dat enkel A en Z in staat waren de reparatiewerkzaamheden ter zake van telefoons uit te voeren. In deze situatie ziet de voorzieningenrechter in de belangenafweging aanleiding het gevorderde verbod niet toe te wijzen, nu toewijzing mogelijk tot gevolg zal hebben dat geen van beide winkels nog actief zal zijn. Het geschil zal zich moeten oplossen door een verantwoorde financiƫle genoegdoening. Dat is evenwel niet gevorderd en ook niet toewijsbaar in kort geding. Volgt afwijzing van het gevorderde.