Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 16 februari 2016
ECLI:NL:RBNHO:2016:1411
Koninklijke Vezet B.V. /werknemer
Werkgever verzoekt de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1 onder a BW. Aan dit verzoek legt werkgever ten grondslag dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding en dat herplaatsing van werknemer niet meer mogelijk is. Dit wordt niet door werknemer weersproken.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Nu werknemer heeft erkend dat de arbeidsverhouding verstoord is, en partijen het erover eens zijn dat die verstoring onherstelbaar is en herplaatsing van werknemer niet meer mogelijk moet worden geacht, zal de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbinden. Gelet op de standpunten van partijen is immers sprake van een redelijke grond voor ontbinding als bedoeld in artikel 7:671b lid 1 onder a BW, in verbinding met artikel 7:669 lid 3 onder g BW. Partijen zijn het erover eens dat de verstoorde arbeidsverhouding niet aan een der partijen in overwegende mate kan worden verweten. Partijen zijn het erover eens dat sprake is van een opzegtermijn van twee maanden. Daarvan uitgaande zal de arbeidsovereenkomst met toepassing van artikel 7:671b lid 8 onder a BW worden ontbonden met ingang van 1 mei 2016.