Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 4 maart 2016
ECLI:NL:RBMNE:2016:1297
Era Contour B.V./werknemer
Werknemer is sinds 20 september 2010 in dienst van (de rechtsvoorganger van) Era Contour B.V. (hierna: Era), aanvankelijk werkzaam in de functie van Projectcoördinator. Op 16 oktober 2013 heeft een herschikking van taken plaatsgevonden, nadat werknemer klaagde over een te hoge werklast. Op 5 februari 2014 heeft een gesprek plaatsgevonden, waarin werknemer is medegedeeld dat, ondanks de herschikking van taken, nog steeds geen verbetering heeft plaatsgevonden in de invulling van de werkzaamheden door werknemer, dat Era heeft geconstateerd dat er doorlopend sprake is van structurele achterstanden in planning, uitvoering en facturering, dat de communicatie te wensen overlaat en dat daardoor een van de opdrachtgevers van Era zelfs heeft aangegeven geen nieuwe opdrachten meer aan Era te zullen verstrekken. Werknemer werd verzocht zich op korte termijn te beraden over de mogelijkheden om tot structurele verbetering van zijn functioneren te komen. Op 9 april 2015 heeft een voortgangsgesprek plaatsgevonden, waarin wederom is aangegeven dat door Era onvoldoende verbetering in het functioneren is waargenomen. Aan werknemer is medegedeeld dat de mogelijkheden van herplaatsing zullen worden onderzocht. Tevens is werknemer toegezegd dat hij ondersteuning zal krijgen bij de uitvoering van zijn taken. Werknemer is in juni 2015 in een andere functie ingezet. Op 23 september 2015 heeft Era aan werknemer medegedeeld dat ook de herplaatsing niet heeft geleid tot een verbetering van het functioneren van werknemer en dat zij het dienstverband met hem wenst te beëindigen. Era verzoekt de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden vanwege diens ongeschiktheid tot het verrichten van de bedongen arbeid (d-grond). Werknemer voert verweer en verzoekt, ingeval het ontbindingsverzoek wordt toegewezen, hem een billijke vergoeding van € 40.000 bruto toe te kennen. Era heeft hem onvoldoende ondersteund en doelbewust aangestuurd op een breuk, aldus werknemer.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Uit het gesprek van 5 februari 2014 valt af te leiden dat werknemer zijn zaken niet op orde had. Werknemer erkent dat er problemen in de werkorganisatie zijn ontstaan en dat hij weleens fouten heeft gemaakt, maar stelt dat de kritiek op zijn functioneren niet valt te wijten aan zijn onvermogen om de functie uit te oefenen. Werknemer stelt dat het te wijten was aan de hoge werklast. Era heeft naar aanleiding daarvan besloten tot een herschikking van taken en, als dat onvoldoende tot resultaten leidt, tot het ondersteunen van werknemer door collega’s bij verschillende taken. Nu zelfs dat niet tot oplossingen leidt, kan niet geconcludeerd worden dat het enkel een hoge werklast is die ervoor zorgt dat er kritiek bestaat op het functioneren van werknemer. Als na enige tijd de kritiek blijft bestaan wordt gesproken over herplaatsing, maar ook dit werd geen succes. Het betroffen werkzaamheden die eenvoudiger waren dan die horen bij de functie van projectleider en werknemer had die met gemak moeten kunnen vervullen. Op grond van het voorgaande heeft Era voldoende aannemelijk gemaakt dat werknemer gedurende zekere tijd niet heeft voldaan aan de eisen die Era redelijkerwijs aan de functievervulling door werknemer mocht stellen. Tevens heeft Era werknemer hiervan tijdig in kennis gesteld en hem de mogelijkheid gegeven zijn functioneren te verbeteren. Er is voldoende vorm gegeven aan een verbetertraject. Niet gebleken is overigens dat de ongeschiktheid het gevolg is van onvoldoende zorg van Era voor scholing of voor de arbeidsomstandigheden van werknemer. Evenmin is gesteld noch gebleken dat herplaatsing van werknemer in een andere passende functie binnen een redelijke termijn mogelijk is. Het ontbindingsverzoek wordt ingewilligd. De kantonrechter ziet geen aanleiding om aan werknemer een billijke vergoeding toe te kennen. De opmerking dat Era doelbewust heeft aangestuurd op een breuk is - voor zover hier al een ernstig verwijtbaar handelen door Era uit kan worden afgeleid - door werknemer onvoldoende onderbouwd.