Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 3 maart 2016
ECLI:NL:RBDHA:2016:2420
Qualified4U Nederland B.V./werknemer
Werknemer heeft in de periode van 13 juli 2015 tot 1 september 2015 werkzaamheden verricht voor Qualified4U Nederland B.V. (hierna: Q4U), waarvoor hij een (contant) bedrag van € 1.000 heeft ontvangen. Aan werknemer is door Q4U een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met ingangsdatum 1 september 2015 toegezonden. Bij e-mail van 31 augustus 2015 heeft werknemer aan Q4U laten weten af te zien van de tweede arbeidsovereenkomst, omdat Q4U het voornoemde bedrag van € 1.000 niet op tijd betaald heeft en daardoor het vertrouwen in de toekomst bij werknemer is verdwenen. Werknemer is op 1 september 2015 en nadien niet meer bij Q4U verschenen om te komen werken. Q4U vordert dat werknemer wordt veroordeeld tot betaling van de som van € 3.959,42. Aan haar vordering legt Q4U ten grondslag dat tussen partijen per 1 september 2015 een arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen en dat werknemer, door op 31 augustus 2015 aan te geven dat hij het werken bij Q4U niet zag zitten en daarna niet meer bij Q4U te verschijnen, schadeplichtig jegens Q4U heeft gehandeld. De opzegtermijn is door werknemer immers niet in acht genomen. Werknemer verweert zich en stelt dat tussen partijen geen arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen, nu hij de arbeidsovereenkomst niet van zijn handtekening voorzien retour heeft gezonden aan Q4U. Voor zover er wel sprake zou zijn van een arbeidsovereenkomst tussen partijen, heeft werknemer deze voor ingangsdatum buitengerechtelijk ontbonden wegens onvoorziene omstandigheden dan wel wegens een dringende reden.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Er is per 1 september 2015 tussen partijen wel degelijk een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot stand gekomen. Het zetten van een handtekening en het retour zenden van een ondertekende versie is in de gegeven omstandigheden slechts een formaliteit aangezien er tussen partijen in ieder geval overeenstemming bestond over de essentialia van de overeenkomst. Niet gesteld of gebleken is dat partijen over de arbeidsovereenkomst nog in onderhandeling waren. De vraag is vervolgens of werknemer de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig heeft opgezegd door voor aanvang aan Q4U te laten weten dat hij niet meer komt werken. Ook het huidige arbeidsrecht kent een gesloten stelsel van het eindigen van een arbeidsovereenkomst. Eenzijdige beëindiging door opzegging ervan is er één. De opzeggende partij dient in beginsel de wettelijke opzegtermijn in acht te nemen. Werknemer stelt dat hij hiertoe niet gehouden was. Primair heeft werknemer aangevoerd dat de arbeidsovereenkomst buitengerechtelijk is ontbonden wegens onvoorziene omstandigheden. Dit volgt de kantonrechter niet. Indien werknemer meent dat een opzegging van de arbeidsovereenkomst vanwege onvoorziene omstandigheden, wat daar ook van zij, de tussen partijen geldende opzegtermijn doet verkorten of hem de bevoegdheid gaf de overeenkomst anderszins onverwijld te doen eindigen, had hij dat dienen te motiveren en te onderbouwen. Nu werknemer dat heeft nagelaten wordt dit verweer als onvoldoende onderbouwd verworpen. Werknemer heeft subsidiair aangevoerd dat de arbeidsovereenkomst op grond van een dringende reden voor ingangsdatum is opgezegd, nu Q4U het loon niet heeft betaald op de tussen partijen overeengekomen tijd. Deze handelwijze is naar het oordeel van de kantonrechter weliswaar laakbaar, maar niet zodanig ernstig dat die op dat moment een onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigde. Daarbij is in overweging genomen dat Q4U werknemer tijdig een redelijk voorstel heeft gedaan waardoor het bedrag alsnog op de afgesproken tijd zou zijn betaald. Door dat aanbod te weigeren creëerde werknemer een situatie waarin het voor Q4U onmogelijk werd de afspraak op voldoende passende alternatieve wijze na te komen. Het voorgaande betekent dat werknemer bij de opzegging van de arbeidsovereenkomst de opzegtermijn van een maand in acht had moeten nemen, hetgeen hij niet heeft gedaan. Dat maakt hem schadeplichtig jegens Q4U. Q4U heeft als vergoeding een maandsalaris gevorderd. Gelet op het bepaalde in artikel 7:672 lid 9 BW is dat toewijsbaar.