Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Betjes Transport BV c.s.
Rechtbank Noord-Holland, 4 november 2015
ECLI:NL:RBNHO:2015:9484

werkneemster/Betjes Transport BV c.s.

Werkgeversaansprakelijkheid als gevolg van bedrijfsongeval. Werkneemster heeft tijdens het lossen van de vrachtwagen een bundel van 1000 kg op haar been gekregen. Gevaarzettende situatie die verband houdt met uitvoering werkzaamheden. Werkgever heeft niet voldaan aan stelplicht dat zij haar zorgplicht is nagekomen.

Werkneemster was in dienst van Betjes Transport BV (hierna: Betjes) in de functie van vrachtwagenchauffeur. Op 13 augustus 2007 heeft werkneemster het bedrijf D.R.A.I. Nederland BV (hierna: Drai) bezocht voor een levering van drie met staaldraad bijeengebonden bundels met stalen buizen. Tijdens het lossen van de bundels is het been van werkneemster bekneld geraakt, waardoor zij letsel heeft opgelopen. De gemachtigde van werkneemster heeft Betjes bij brief van 4 december 2013 aansprakelijk gesteld voor alle schade die werkneemster als gevolg van het bedrijfsongeval lijdt. Na onderzoek te hebben verricht, heeft Goudse Schadeverzekeringen NV (hierna: Goudse Verzekeringen) aan de gemachtigde van werkneemster meegedeeld dat Betjes niet in haar zorgplicht als werkgever is tekortgeschoten en dat zij de door werkneemster geleden schade dan ook niet kan vergoeden. Werkneemster vordert dat de kantonrechter voor recht verklaart dat Betjes en Goudse verzekeringen (hierna: Betjes c.s.) hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door werkneemster ten gevolge van het ongeval geleden en nog te lijden schade.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Vast staat dat het gewicht van de op 13 augustus 2007 in de vrachtwagen aanwezige bundels 1000 kilo per bundel bedroeg. Daaruit volgt genoegzaam dat de laad- en loswerkzaamheden in zijn algemeenheid kunnen worden bestempeld als gevaarlijk. Gelet op het feit dat bij Drai de kraandrijver geen zicht had op wat zich afspeelde in de laadruimte maakt dat sprake was van een intrinsiek gevaarlijke situatie. De situatie bij Drai was immers zo, en dat wist Betjes, dat de kraandrijver alleen kon zien wat in de vrachtwagen gebeurde, als het zeil van de zijkant van de vrachtwagen was opengeschoven. Gelet op de onweersproken stelling van werkneemster dat alle andere afnemers van Betjes de werkplek zodanig hadden ingericht dat bij het lossen zicht was op de laadruimte, maakt dit de situatie bij Drai uniek. Betjes c.s. wordt dan ook niet gevolgd in hun standpunt dat de lading, bundels van drie meter lange buizen van 1000 kilo, ongevaarlijk was. Aan de stelplicht van Betjes c.s. dienen in een geval als het onderhavige - een ongeval, met letselschade tot gevolg, welk ongeval voortvloeit uit een gevaarzettende situatie die rechtstreeks verband houdt met en inherent is aan de uitvoering van de werkzaamheden van werkneemster - hoge eisen te worden gesteld. Betjes c.s. hebben echter tegen het uitdrukkelijk gemaakte verwijt van werkneemster dat Betjes onvoldoende toezicht hield en geen instructies gaf, enkel ingebracht dat dit niet nodig was, omdat de omstandigheden bij Drai daarom niet vroegen. Onder voornoemde evident risicovolle omstandigheden had het minst genomen op de weg van Betjes gelegen haar chauffeurs uitdrukkelijk te instrueren het zeil van de zijkant van de vrachtwagen open te schuiven. Indien dit niet het beoogde resultaat zou opleveren, lag het op de weg van Betjes haar chauffeurs op een zodanige wijze te instrueren dat de communicatie tussen de chauffeur en de kraandrijver te allen tijde optimaal was. Ook mocht van Betjes worden verwacht dat zij haar chauffeurs instrueerde de lading te verankeren, zodat de lading niet kon schuiven. De omstandigheden waaronder bij Drai werd gewerkt vroegen om deze instructies en maatregelen. Bovendien vroegen deze omstandigheden om toezicht van Betjes op behoorlijke naleving van de instructies. Daarbij neemt de kantonrechter in aanmerking dat de kans dat het risico zich verwezenlijkt niet zo gering was dat instructies en nader toezicht in redelijkheid niet van Betjes kon worden verwacht. Volgt toewijzing van de vordering van werkneemster.