Naar boven ↑

Rechtspraak

ING/werkneemster
Ontslagcommissie, 22 maart 2016

ING/werkneemster

Ontslagcommissie ING verleent toestemming voor opzegging van de arbeidsovereenkomst. Voldoende aannemelijk gemaakt dat arbeidsplaats, over een toekomstige periode van 26 weken bezien, noodzakelijkerwijs komt te vervallen. Werkneemster wil niet terugkeren binnen de bank, zodat er geen herplaatsingsmogelijkheden zijn.

Werkneemster is sinds 1 september 1999 in dienst van ING. Zij werkte laatstelijk in de functie van Associate IT Specialist. Werkneemster is sedert 16 juni 2008 arbeidsongeschikt voor haar eigen functie en is door het UWV 45-55% arbeidsongeschikt verklaard in het kader van de WIA. Nadat de OR heeft geadviseerd over de ‘inrichting van de IT organisatie van Domestic Bank Nederland’, is werkneemster met ingang van 1 mei 2013 boventallig verklaard en overgeplaatst naar Mobility. Op 21 november 2013 heeft de Werkzekerheidscommissie het bezwaar van werkneemster tegen haar boventalligheid gegrond verklaard. Op grond van artikel 7.7 van het Sociaal Plan 2015-2017 verzoekt ING thans de commissie (ontslagcommissie ex art. 7:671a BW) toestemming om de arbeidsovereenkomst op te mogen zeggen.

De commissie oordeelt als volgt. ING heeft gemotiveerd betoogd dat de functie van werkneemster is vervallen vanwege een herinrichting van de IT-organisatie van Domestic Bank Nederland. Zij heeft in dat kader aangevoerd dat IT een cruciale rol speelt in de serviceverlening aan de klant, maar dat de afstand tot de business om diverse redenen juist is toegenomen. Ook heeft zij aangevoerd dat de IT-kosten ten opzichte van de markt te hoog zijn en dat daarom besloten is de IT-afdeling te reorganiseren en over te gaan tot een nieuwe werkwijze waardoor de functie van werkneemster is komen te vervallen. De OR heeft geadviseerd. De bestuurder heeft overeenkomstig het advies besloten. Werkneemster stelt nog dat haar functie slechts een andere naam heeft gekregen en wordt afgebouwd, maar dat de werkzaamheden nog altijd worden uitgevoerd. Met de OR is afgesproken dat medewerkers maximaal twee jaar de tijd krijgen om zich geschikt te maken voor de nieuwe functie. Dat de nieuwe functies nog geruime tijd een zekere overlap hebben vertoond met vervallen functies is in dat licht bezien niet vreemd. ING heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de arbeidsplaats van werkneemster, over een toekomstige periode van 26 weken bezien, noodzakelijkerwijs komt te vervallen als gevolg van het wegens bedrijfseconomische omstandigheden treffen van maatregelen voor een doelmatige bedrijfsvoering. De commissie stelt vast dat werkneemster niet wil terugkeren in haar oude functie, noch in een andere functie binnen de bank. Dit is door werkneemster ook tijdens de zitting bevestigd. Daaruit vloeit voort dat er geen mogelijkheden zijn om werkneemster te herplaatsen in een passende functie binnen de organisatie van ING. Verder zijn alle aan werkneemster gedane toezeggingen in het kader van de re-integratie nagekomen. Nu de wachttijd voor de WIA is verstreken, is het opzegverbod (art. 7:679 lid 1 en lid 11 BW) niet van toepassing. ING wordt toestemming verleend de arbeidsovereenkomst met werkneemster op te zeggen.