Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 29 maart 2016
ECLI:NL:RBLIM:2016:2713
werknemer/Exploitatiebedrijf Wierts B.V.
Werknemer is op 1 januari 2007 in dienst getreden bij Wierts BV. Wierts BV heeft op 5 november het UWV verzocht om de arbeidsovereenkomst met werknemer op te zeggen op grond van artikel 7:669 lid 2 aanhef en onderdeel a BW. Deze toestemming is verleend. Werknemer verzoekt Wierts te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding van €13.125,85 en een billijke vergoeding van €15.000.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Ten aanzien van de transitievergoeding moet worden geoordeeld dat werknemer een te hoge vergoeding verzoekt. Anders dan werknemer betoogt telt de periode dat hij via Herland Bouwgroep Milieutechniek BV (hierna: Herland) als timmerman werkzaamheden bij Wierts BV verrichte niet mee voor de berekening van de hoogte van de transitievergoeding. Aanvankelijk heeft werknemer gesteld dat hij in de periode 15 maart 2004 tot 1 januari 2007 voor Wierts BV gewerkt heeft op detacheringsbasis. Die stelling moet worden verworpen nu de juistheid daarvan door Wierts BV gemotiveerd is betwist en waarbij Wierts BV ook heeft gewezen op de door werknemer overgelegde bijlage 6 waarin de directeur van Herland verklaart dat werknemer via onderaanneming bij Wierts BV heeft gewerkt. Werknemer heeft verder niet kunnen onderbouwen dat hij door Herland in de betreffende periode was gedetacheerd bij Wierts BV. Hij heeft wel ter zitting verklaard dat hij niet de enige timmerman van Herland was die bij Wierts werkte, maar dat al naar gelang het werkaanbod er meer of minder of ook wel geen Herland-collega’s op het werk werkzaam waren. Van algemene bekendheid is dat in de aannemerij in verhouding tot andere bedrijfstakken, werk in onderaanneming uitgeven normaal en veelvoorkomend is. Op grond van het voormelde moet het er derhalve voor worden gehouden dat werknemer uit hoofde van een overeenkomst van onderaanneming tussen Herland en Wierts BV bij Wierts BV tewerkgesteld was. Anders dan werknemer heeft gesteld kan in die situatie niet worden gezegd dat Wierts BV opvolgend werkgever is in de zin van artikel 7:673 lid 4 onderdeel b BW van Herland: als werknemer van de onderaannemer naar de principaal overstapt, volgt deze laatste niet op maar ontstaat een nieuwe rechtsverhouding van een totaal andere aard. Ook het gegeven dat de activiteiten van Herland, anders dan die van Wierts BV, uitsluitend betrekking hadden op asbestsanering en niet op bouwkundig werk, alsmede het feit dat werknemer telkens op projectbasis via onderaanneming zijn werkzaamheden bij Wierts BV heeft verricht pleiten tegen het veronderstellen van opvolgend werkgeverschap. De door Wierts te betalen transitievergoeding bedraagt dan ook slechts € 9.966,24. Werknemer vordert de billijke vergoeding primair op grond van artikel 7:682 lid 1 aanhef en onderdeel b BW. Het betoog van werknemer houdt kort gezegd in dat, indien Wierts BV aan het UWV de juiste informatie zou hebben verstrekt, Wierts BV geen toestemming voor de opzegging zou hebben gekregen. Bij zijn feitelijke onderbouwing van zijn verzoek op deze grondslag ziet werknemer evenwel over het hoofd dat het enkele feit dat het UWV toestemming heeft gegeven op basis van de door de werkgever verstrekte onjuiste informatie onvoldoende is om de werkgever te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding. De werknemer moet dan namelijk ook stellen dat herstel van de arbeidsovereenkomst in redelijkheid niet mogelijk is vanwege ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Omdat werknemer hieromtrent niets heeft aangevoerd, moet worden geoordeeld dat hij niet heeft voldaan aan zijn stelplicht. Werknemer heeft subsidiair verzocht aan hem een billijke vergoeding toe te kennen omdat Wierts BV niet als goed werkgever gehandeld heeft. Voor die situatie heeft de wetgever in artikel 7:682 lid 2 BW voor de werknemer de mogelijkheid geschapen om herstel van de arbeidsovereenkomst of een billijke vergoeding te verzoeken. Hieruit volgt dat in de door werknemer geschetste omstandigheden artikel 7:611 BW geen (aanvullende) grondslag naast artikel 7:682 lid 1 BW kan bieden voor toewijzing van een billijke vergoeding. Volgt afwijzing van de vorderingen.