Naar boven ↑

Rechtspraak

CNV Vakmensen.nl c.s./APM Terminals Rotterdam B.V. c.s.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 6 april 2016
ECLI:NL:RBROT:2016:2549

CNV Vakmensen.nl c.s./APM Terminals Rotterdam B.V. c.s.

Aanbieden van aanvullende (betere) arbeidsvoorwaarden is deels in strijd met ondernemings-cao (een standaard-cao). Het buiten toepassing verklaren van het aanbod van werkgever leidt tot een resultaat dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, zodat het aanbod wordt toegestaan en de vordering van de vakbonden tot nakoming van de cao wordt afgewezen.

APMTR houdt zich bezig met de ontwikkeling en de commerciële exploitatie van een containerterminal. De werknemers van APMTR vallen onder de ondernemings-cao die APMTR heeft gesloten met de vakbonden en die loopt van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2017 (hierna: de cao). Vanaf februari 2015 voeren de bedrijven in de containersector in de haven van Rotterdam (hierna: de containerbedrijven), waaronder APMTR en APMT MVII, overleg met de vakbonden over een werkgelegenheidsplan voor de gehele sector, onder leiding van het Havenbedrijf Rotterdam. Bij brieven van 31 december 2015 hebben de vakbonden een ultimatum gesteld aan de containerbedrijven. Op 7 januari 2016 heeft een 24 uursstaking plaatsgevonden. Op 6 januari 2016 heeft APMTR een ‘Akkoord Werkgelegenheid APMT Rotterdam BV’ (hierna: het Akkoord) gesloten met de ondernemingsraad met betrekking tot de werkgelegenheidsgarantie, schadeloosstelling bij boventalligheid, uitbreiding van de Senioren Fit-regeling en een vergoeding indien een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet wordt verlengd. De werknemers is verzocht bij akkoord de Aanvulling te ondertekenen en retour te zenden aan APMTR. De vakbonden stellen zich op het standpunt dat APMTR, door een aanvulling op de arbeidsovereenkomst af te spreken met de ondernemingsraad en deze aan de werknemers aan te bieden, in strijd met de cao heeft gehandeld. De vakbonden vorderen dan ook nakoming van de cao. Het verweer van APMTR strekt ertoe de vakbonden niet-ontvankelijk te verklaren in hun vordering, althans hen deze te ontzeggen. De ondernemingsraad heeft gevorderd zich te mogen voegen aan de zijde van APMTR ex artikel 217 Rv.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Nu de wens van de ondernemingsraad om als procespartij op te treden niet te herleiden is tot een taak en/of bevoegdheid die aan hem op grond van de WOR is toebedeeld, kan de ondernemingsraad niet worden toegelaten om zich in deze procedure te voegen aan de zijde van APMTR. Gelet op het bestaande geschil tussen partijen inzake de wijze waarop de cao dient te worden geïnterpreteerd, hebben de vakbonden een voldoende spoedeisend belang. De kern van het geschil ziet op de vraag of APMTR met het afspreken van het Akkoord en het aanbieden van de Aanvulling aan haar werknemers in strijd heeft gehandeld met de cao. Uit de bewoordingen van artikel 2, 3, 6 en 9 van de cao leidt de kantonrechter af dat APMTR bij het afspreken van de loon- en arbeidsvoorwaarden met haar werknemers in beginsel niet kan afwijken van wat daarover in de cao is bepaald, tenzij de cao daarvoor de ruimte biedt – zoals in artikel 12 van de cao over het einde van het dienstverband en artikel 17 van de cao over de inzetbaarheid van groep C - of in het geval de wijziging is overeengekomen met de vakbonden. De cao dient dan ook te worden aangemerkt als een standaard-cao voor zover het de onderwerpen betreft die daarin geregeld zijn. Uit de bewoordingen van deze artikelen noch uit de rest van de cao kan worden opgemaakt dat de door APMTR overeen te komen arbeidsvoorwaarden uitputtend zijn geregeld in de cao. De Aanvulling ziet op vier punten: een vergoeding bij het einde van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, de werkgelegenheidsgarantie, een schadeloosstelling bij boventalligheid en de Senioren Fit-regeling. Nu de cao op dit punt geen afwijking toelaat, zijn de aangeboden werkgelegenheidsgarantie en de schadeloosstelling die gelden gedurende de looptijd van de cao, in beginsel niet toegestaan. Hetzelfde geldt voor de Senioren Fit-regeling. Ook hier duldt de cao geen afwijking, zodat het gedeelte van de aangeboden uitbreiding die werking heeft gedurende de looptijd van de cao in beginsel niet is toegestaan.

Tussen partijen is niet in geschil dat met de komst van twee geautomatiseerde terminals op Maasvlakte II de werkgelegenheid binnen de containersector mogelijkerwijs in gevaar komt en dat deze omstandigheid veel onrust creëert onder de werknemers binnen de sector. Niet onbegrijpelijk is dat de vakbonden, in het algemene belang van de werknemers in de containersector, met de containerbedrijven willen komen tot afspraken op sectorniveau die alle door hen vertegenwoordigde leden in de sector - kort gezegd - een baangarantie voor de komen jaren geven, maar de vakbonden dienen de middelen te gebruiken die daarvoor aan hen zijn gegeven. Daartoe behoort niet het willen tegenhouden van het Akkoord en de Aanvullingen, enkel om te voorkomen dat de door hen beoogde sectorafspraken als gevolg van die aanvullende afspraken binnen APMTR in gevaar zouden kunnen komen. Door te weigeren om inhoudelijk te praten over de cao, zolang op sectorniveau geen afspraken zijn gemaakt en derhalve het belang van alle werknemers van de sector voorop te stellen ten koste van de werknemers van APMTR, gebruiken de vakbonden hun bevoegdheid in feite voor een doel waarvoor die niet is gegeven en is hun handelwijze aan te merken als misbruik van bevoegdheid in de zin van artikel 3:13 BW. Daarbij komt dat de vakbonden met APMTR een ondernemings-cao hebben gesloten, op grond waarvan zij contractspartners zijn die jegens elkaar redelijkheid en billijkheid in acht dienen te nemen. Daar waar APMTR vrijwillig aan het sectoraal overleg deelneemt en niet verplicht is tot enige resultaats- of inspanningsverbintenis, hebben de vakbonden op basis van de cao jegens APMTR een inspanningsverbintenis om met haar in overleg te treden over wijzigingen of aanvullingen die APMTR wenst door te voeren. Dit klemt des te meer, nu APMTR het Akkoord en de Aanvulling heeft opgesteld met het oog om rust te creëren onder haar werknemers in de situatie waarin op sectorniveau onduidelijk is of en wanneer afspraken worden gemaakt (waarvoor APMTR overigens niet alleen afhankelijk is van de vakbonden maar ook van de andere containerbedrijven) en nu onweersproken is gebleken dat de Aanvulling een aanmerkelijke verbetering van de arbeidsvoorwaarden inhoudt. Dit wordt ondersteund door het feit dat reeds 80% van de werknemers van APMTR heeft ingestemd met de Aanvulling. Naar het voorlopige oordeel van de kantonrechter leidt het buiten toepassing laten van het Akkoord en de Aanvulling daarom tot een resultaat dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Het aanbieden van de Aanvulling aan de werknemers van APMTR wordt toegestaan. Er is derhalve geen aanleiding om, vooruitlopend op een bodemprocedure, de gevraagde voorziening toe te wijzen.