Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Breda), 20 april 2016
ECLI:NL:RBZWB:2016:2452

werknemer/werkgeefster

Werkgeefster is aansprakelijk voor schade die werknemer als gevolg van zijn ziekte maligne mesothelioom heeft geleden. Immateriële schadevergoeding ad € 65.000 toegekend. Beslissing omtrent materiële schadevergoeding aangehouden.

In geschil is of werkgeefster op grond van artikel 7:658 BW aansprakelijk is voor de door werknemer geleden en te lijden schade ten gevolge van de bij hem vastgestelde ziekte maligne mesothelioom. Daarbij is het allereerst de vraag of werknemer tijdens zijn dienstverband bij werkgeefster is blootgesteld aan asbest. Werknemer stelt dat in de koorden van de kijkluikjes van de ovens bij werkgeefster destijds asbest zat en dat daardoor al blootstelling plaatsvond, subsidiair dat blootstelling heeft plaatsgevonden doordat de koorden niet tijdig (voor het moment van slijtage) werden vervangen. Werknemer is toegelaten om zijn stelling te bewijzen.

Met betrekking tot de vraag of werknemer is geslaagd in zijn bewijslevering oordeelt de kantonrechter als volgt. Op basis van getuigenverklaringen neemt de kantonrechter als vaststaand aan dat er afdichtingskoorden aanwezig waren op de luikjes van de ovens bij werkgeefster. Onder meer uit de door werknemer overgelegde lijst van de Arbeidsinspectie van 1980 blijkt dat asbestkoord in ovens werd gebruikt. Gelet op het voorgaande, twee uitvoerige verklaringen van inspecteurs en nu er geen enkele aanwijzing is dat de koorden van ander materiaal waren dan van asbest neemt de kantonrechter als vaststaand aan dat de koorden van asbest waren. Blijkens een aantal verklaringen kwam het bij werkgeefster voor dat de koorden van de luikjes door veelvuldig gebruik beschadigd waren. De kantonrechter is van oordeel dat door de beschadigde koorden met het oog niet-waarneembare vezels in de lucht werden verspreid en daardoor het risico er was dat deze werden ingeademd. Gelet op het voorgaande en nu werknemer uit hoofde van zijn functie bij werkgeefster het bakproces diende te controleren door gebruik van de inspectieluikjes met asbestkoorden is de kantonrechter van oordeel dat werknemer daardoor aan asbest is blootgesteld. Een en ander betekent dat werkgeefster op grond van artikel 7:658 lid 2 BW in beginsel aansprakelijk is voor de schade die werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden heeft geleden, tenzij werkgeefster aantoont dat zij de in lid 1 van voormeld artikel genoemde zorgplicht jegens werknemer is nagekomen. Werkgeefster stelt haar zorgplicht te zijn nagekomen, maar concretiseert haar stelling niet. Voorts is niet komen vast te staan dat werknemer bij een andere werkgever, dan wel in zijn eigen bedrijf, is blootgesteld aan asbest. De slotsom van het voorgaande is dat werkgeefster aansprakelijk is voor de schade die werknemer als gevolg van zijn ziekte maligne mesothelioom heeft geleden.

Met betrekking tot de hoogte van de schadevergoeding acht de kantonrechter het volgende van belang. Werknemer is op zijn 45ste levensjaar getroffen door de ernstige ziekte maligne mesothelioom. Op 22 februari 2010 is hij geopereerd, waarbij de gehele rechterlong is verwijderd evenals het borstvlies, anderhalve rib en eenderde van het middenrif. Hij heeft twee chemokuren ondergaan. Op de comparitiezitting heeft hij gesteld alleen met overleven bezig te zijn. Onbetwist is dat zijn prognose infaust blijft. Daarnaast heeft de kantonrechter voor de begroting van de immateriële schade acht geslagen op het normbedrag dat het IAS hanteert en op diverse uitspraken van rechters in vergelijkbare zaken. Gelet hierop wordt een bedrag van € 65.000 aan immateriële schadevergoeding redelijk en passend geacht. Werknemer vordert voorts onder meer een bedrag ter hoogte van € 223.398,84 als materiële schadevergoeding. Werkgeefster betwist de hoogte van deze vordering en voert inhoudelijk verweer. De kantonrechter adviseert partijen om in overleg te treden over de hoogte van de materiële schade van werknemer. Voorts overweegt de kantonrechter dat zij niet uitsluit dat benoeming van een onafhankelijke deskundige noodzakelijk zou kunnen zijn om duidelijkheid over deze schade van werknemer te krijgen. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.