Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie Eindhoven), 4 mei 2016
ECLI:NL:RBOBR:2016:2259
werkneemster/werkgeefster
Werkneemster is sinds 1 juni 2012 in dienst bij werkgeefster in de functie van serviceadviseur. Werkneemster vordert werkgeefster te veroordelen haar toe te staan ouderschapsverlof op te nemen zoals verzocht bij e-mail van 31 december 2015, en haar met ingang van 10 mei 2016 voor twee dagen per week, op woensdag en donderdag (totaal 19,5 uur) te werk te stellen in haar eigen functie van serviceadviseur. Werkgeefster wil het verlof alleen toekennen onder de voorwaarde dat werkneemster ook op andere vestigingen tewerkgesteld kan worden en voert daartoe het volgende aan. De Pala Group, waarvan werkgeefster deel uitmaakt, hanteert een strikt beleid dat eruit bestaat dat de functie van serviceadviseur niet parttime vervuld kan worden. Dit strikte beleid vloeit voort uit het feit dat door BMW Nederland scherp toezicht wordt gehouden op klanttevredenheid door middel van Klanttevredenheidsregelingen (KTV-regelingen). De (veelvuldige) overdracht van werkzaamheden komt niet ten goede aan de uitvoering van de werkzaamheden, het toezicht en het overzicht en heeft zijn uitwerking op de score in de KTV-regelingen.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Het criterium waaraan de vordering van werkneemster moet worden getoetst, is of werkgeefster op terechte gronden de door werkneemster gewenste invulling van haar ouderschapsverlof heeft gewijzigd. Artikel 6:5 lid 3 WAZO vereist daarvoor een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang. Geoordeeld wordt dat hier niet aan is voldaan. Werkneemster is aangesteld met standplaats Eindhoven en dient ook gedurende het ouderschapsverlof in Eindhoven te werk te worden gesteld. Dat zwaarwegende bedrijfsbelangen hieraan in de weg staan, is door werkgeefster niet aannemelijk gemaakt. Dat een beleid geldt dat alleen fulltimers de functie van serviceadviseur mogen vervullen is daarvoor onvoldoende. Ervan uitgaande dat de meeste klantcontacten binnen de tijdspanne van een dag kunnen worden afgewikkeld, ziet de kantonrechter niet in dat het vervullen van werkneemster van haar werkzaamheden op donderdag en vrijdag ernstige gevolgen zal hebben voor de tevredenheid van klanten die werkgeefster gedurende deze dagen bezoeken. De keuze van werkgeefster om gedurende het ouderschapsverlof de werkplek van werkneemster te bezetten met een tijdelijke, maar fulltime werkende kracht, dient op grond van het voorgaande voor rekening en risico van werkgeefster te blijven. Aangezien werkgeefster geen beroep toekomt op de wijzigingsbevoegdheid van artikel 6:5 lid 3 WAZO, kan zij, gedurende het ouderschapsverlof van werkneemster, zich in redelijkheid ook niet beroepen op het bepaalde in artikel 5 en artikel 19 van de arbeidsovereenkomst teneinde werkneemster op een andere vestiging tewerk te stellen.