Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 18 maart 2016
ECLI:NL:RBNHO:2016:4074
werknemer/Strogoff Fresh Food BV
Werknemer is op 17 juni 2013 in dienst getreden bij Strogoff Fresh Food BV. Op 3 november 2015 is mondeling aan werknemer medegedeeld dat zijn arbeidsovereenkomst niet zou worden verlengd en dat zijn arbeidsovereenkomst op 30 november 2015 zou eindigen. Werknemer verzoekt Strogoff te veroordelen tot betaling van een vergoeding van € 2.273 wegens het niet nakomen van de aanzegverplichting als bedoeld in artikel 7:668 lid 1 onderdeel a BW. Verder verzoekt de werknemer Strogoff te veroordelen tot betaling van € 3.300 ter zake ongeoorloofde verrekening van min-uren.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Aan de mondelinge aanzegging tijdens het gesprek op 3 november 2015 komt geen betekenis toe, nu het voldoen aan de aanzegverplichting schriftelijk dient te gebeuren. Voor het betrachten van enige soepelheid met betrekking tot het wettelijk schriftelijkheidsvereiste, nu volgens Strogoff werknemer wist waar hij aan toe was, biedt het wetsartikel geen enkele ruimte nu de wet uitdrukkelijk verlangt dat de werkgever de werknemer schriftelijk informeert. Werknemer heeft voorts betwist de brief van 6 januari 2015 en de mail van 2 november 2015 te hebben ontvangen. Wat daar ook van zij, in deze stukken wordt werknemer niet geïnformeerd over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst zodat geen sprake is van een aanzegging in de zin van artikel 7:668 lid 1 onderdeel a BW. Immers, in de brief van 6 januari 2015 wordt de arbeidsovereenkomst toegezonden en wordt slechts medegedeeld dat deze van rechtswege eindigt op 30 november 2015. In de mail van 2 november 2015 staat dat aan het einde van de maand het arbeidscontract eindigt en dat Y graag voor de volgende dag een evaluatiegesprek wil inplannen. Deze mededelingen laten de mogelijkheid open dat er na 30 november 2015 een volgende arbeidsovereenkomst zou worden aangeboden. Aan de stelling van Strogoff dat zij schriftelijk op 3 november 2015 aan werknemer heeft medegedeeld dat zijn arbeidsovereenkomst niet wordt verlengd, gaat de kantonrechter voorbij. Immers, de door Strogoff gedane mededeling is een algemene mededeling gericht aan alle medewerkers van Strogoff en niet aan werknemer persoonlijk, hetgeen wel had gemoeten. De conclusie is dan ook dat Strogoff de aanzegverplichting in het geheel niet is nagekomen. Strogoff zal worden veroordeeld tot betaling van een bedrag aan loon voor één maand, te weten € 2.273. Ten aanzien van de verrekening van min-uren wordt als volgt overwogen. Uit de overgelegde salarisspecificatie van december 2015 volgt dat Strogoff 243,50 min-uren heeft geregistreerd. Dit is een bedrag van € 3.372,48 dat Strogoff heeft verrekend met het salaris van werknemer. Werknemer heeft ter zitting erkend dat hij het jaar 2015 is begonnen met 120 min-uren wegens privéproblematiek. Dit deel van de min-uren komt voor rekening en risico van werknemer. Dit betekent dat er nog 123,5 min-uren resteren. Door Strogoff is onbetwist gesteld dat werknemer elke zaterdag de min-uren kon inhalen, dat er daadwerkelijk werk was, maar dat werknemer al andere afspraken had staan, waardoor hij de uren niet heeft ingehaald. Dit betekent dat vast staat dat werknemer te weinig uren heeft gewerkt. De oorzaak daarvan lag bij werknemer en behoort dus in redelijkheid niet voor rekening van Strogoff te komen. De vordering wordt derhalve afgewezen.