Rechtspraak
werkneemster/Slotervaartziekenhuis B.V.Rechtbank Amsterdam, 12 mei 2016
werkneemster/Slotervaartziekenhuis B.V.
Werkneemster (59 jaar) is in 1986 als analist in dienst getreden bij (een rechtsvoorganger van) het Slotervaartziekenhuis. Sinds 11 juli 2011 is werkneemster arbeidsongeschikt. De bedrijfsarts heeft een aantal keer geoordeeld dat er een probleem is in de arbeidsrelatie en geen ziekte of gebrek in engere zin. Er hebben gesprekken plaatsgevonden en werkneemster heeft korte tijd haar werk hervat. De bedrijfsarts heeft vier keer mediation geadviseerd. Op 8 juli 2013 kreeg werkneemster een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend. Na verkregen toestemming is de arbeidsovereenkomst per 1 juni 2015 opgezegd, omdat de arbeidsongeschiktheid voortduurde en geen uitzicht was op herstel. Werkneemster vordert voor recht te verklaren dat het ontslag kennelijk onredelijk is en vordert een schadevergoeding van € 167.045.
De kantonrechter oordeelt als volgt. In de andere procedure (zie AR 2016-0526) is geoordeeld dat de arbeidsongeschiktheid van werkneemster niet tot aan het Slotervaart toerekenbare schade heeft geleid voor wat betreft de periode maart 2011 t/m 29 augustus 2011. Dat oordeel wordt hier overgenomen. In de periode na 29 augustus 2011 gaat het erom of het Slotervaart te verwijten valt dat werkneemster nog steeds arbeidsongeschikt is. Geoordeeld wordt dat dit niet het geval is. Slotervaart heeft serieus gepoogd het conflict te beëindigen en werkneemster te re-integreren. Dat het Slotervaart vervolgens ruim een jaar nadat werkneemster een loongerelateerde WGA-uitkering kreeg een einde wilde maken aan een leeg dienstverband is begrijpelijk. Door werkneemster nog twee jaar suppletie van haar uitkering aan te bieden heeft het Slotervaart, in aanmerking genomen wat er allemaal is gebeurd, in het kader van die beëindiging voldoende rekening gehouden met de belangen van werkneemster. Het ontslag is niet kennelijk onredelijk.