Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Operator Groep Delft B.V.
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 17 mei 2016
ECLI:NL:RBAMS:2016:3068

werknemer/Operator Groep Delft B.V.

Arbeidsovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd?

Op 5 augustus 2015 hebben OGD en werknemer een ‘voorovereenkomst voor arbeidsovereenkomst’ gesloten. OGD is een ICT-dienstverlener en houdt zich bezig met ICT-consultancy, maar detacheert ook studenten aan opdrachtgevers voor diverse klussen, voornamelijk op tijdelijke helpdeskfuncties. Sinds enige jaren exploiteert OGD een shared service desk (verder: SSD) waaraan opdrachtgevers hun helpdesk kunnen uitbesteden. Bij e-mail van 29 januari 2016 heeft OGD aan werknemer bericht dat het dienstverband per 29 januari 2016 eindigt. Werknemer heeft zich daarbij beroepen op een vast dienstverband. Bij e-mail van 12 februari 2016 heeft OGD aan werknemer laten weten dat hij weer aan de slag kan bij OGD en dat werknemer is uitgenodigd om een en ander te bespreken. Thans verzoekt werknemer een vergoeding wegens onregelmatige opzegging ad € 3.890 en een billijke vergoeding ad € 50.000.

De kantonrechter oordeelt als volgt. De schriftelijke overeenkomst tussen partijen wordt gekwalificeerd als een zogenaamde voorovereenkomst, waarin partijen de voorwaarden hebben neergelegd waaronder zij met elkaar een arbeidsovereenkomst aangaan en waarbij is bepaald dat pas sprake is van een arbeidsovereenkomst als OGD werknemer oproept en werknemer aan die oproep gehoor geeft. In dat geval ontstaat ingevolge punt 3 van die overeenkomst een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en wel voor de duur van het project waarop werknemer werd ingezet. Onduidelijk is echter gebleven waaruit de zogenaamde projecten, waarvoor werknemer is opgeroepen, hebben bestaan. In ieder geval is niet opgehelderd waaruit de ‘projecten’ bij de instanties bestonden en wanneer de verwachte einddatum van een project was of hoe deze einddatum werd vastgesteld. Voor werknemer is niet duidelijk geweest op welke wijze het einde van een project werd bepaald. In deze procedure is ook niet uit de doeken gedaan waaruit het project bij V&D bestond. Dat werknemer aan het begin van de derde arbeidsovereenkomst met OGD op de hoogte is gebracht van de (verwachte) duur van het project, of waaruit het bepaalbare einde bestond, is gesteld noch gebleken. Het voorzienbare einde was voor partijen derhalve niet inzichtelijk. Het gevolg daarvan is dat niet gesproken kan worden van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Dat betekent dat de derde arbeidsovereenkomst moet worden beschouwd als een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en die arbeidsovereenkomst derhalve niet met een eenzijdige mededeling van OGD kon worden opgezegd. Nu OGD zich niettemin op het standpunt heeft gesteld dat de arbeidsovereenkomst was geëindigd, heeft werknemer terecht een beroep gedaan op artikel 7:672 lid 9 BW. De arbeidsovereenkomst had bij een regelmatige opzegging geduurd tot 1 februari 2016 (art. 7:672 lid 1 onderdeel a BW). Omdat werknemer loon heeft ontvangen tot 1 januari 2016, heeft hij recht op een vergoeding gelijk aan het loon over één maand. Volgens de onweersproken stelling van werknemer bedroeg het loon over januari en februari 2016 € 3.890 bruto. Dat bedrag zal worden toegewezen aan vergoeding wegens onregelmatige opzegging. De billijke vergoeding wordt vastgesteld op een bedrag van € 500 bruto. Daarbij neemt de kantonrechter in aanmerking dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen slechts een paar maanden heeft geduurd en voorts dat OGD werknemer, na zijn e-mail van 5 februari 2016, vrijwel meteen heeft laten weten dat hij weer aan de slag kon bij OGD en hem heeft uitgenodigd om op kantoor te komen om een en ander praktisch te bespreken. OGD heeft daarmee onderkend dat de opzegging misschien niet terecht was en heeft geprobeerd de opzegging zo veel mogelijk ongedaan te maken. Werknemer is daarop, zo volgt uit de e-mailwisseling, niet serieus ingegaan en heeft het aanbod van OGD om te komen werken om onduidelijke redenen afgehouden. Voor zover werknemer in dit verband eisen heeft gesteld aan de locatie van zijn werkzaamheden – niet in Delft – is OGD daar terecht niet op ingegaan, zodat dit haar niet kan worden verweten.