Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 4 mei 2016
ECLI:NL:RBNHO:2016:4296
Protestantse Gemeente Castricum/werknemer
Werkneemster is op 1 december 2004 bij PG Castricum in dienst getreden. De laatste functie die werkneemster vervulde, is die van jeugdwerker, met een salaris van € 1.200,40 bruto per maand. PG Castricum is onderdeel van de Protestantse Kerk in Nederland (hierna: PKN). Op de kerkenraadsvergadering van 2 september 2013 heeft werkneemster een emotionele uitbarsting gehad. De kerkenraad heeft vervolgens de hulp ingeroepen van de PKN om PG Castricum te adviseren en te begeleiden over hoe de gemeente verder kan gaan nu de verhoudingen in de gemeente onder druk zijn komen te staan. Op 10 juni 2015 heeft werkneemster zich ziek gemeld. Partijen hebben vervolgens geprobeerd middels mediation eruit te komen, hetgeen niet is gelukt. Op 5 januari 2016 is werkneemster hersteld gemeld. Thans verzoekt PG Castricum primair de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van verwijtbaar handelen en subsidiair op grond van verstoorde arbeidsverhouding. Ter onderbouwing daarvan heeft PG Castricum onder meer gesteld dat werkneemster een te autonome rol vervult en dat zij moeite heeft met de bestaande structuur binnen de gemeente. Werkneemster voert gemotiveerd verweer. Als tegenverzoek vordert werkneemster een billijke vergoeding en een transitievergoeding van € 5.728,47 bruto.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De kantonrechter is van oordeel dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding tussen partijen. Werkneemster heeft dit ter zitting betwist, maar voldoende is gebleken dat de arbeidsverhouding verstoord is geraakt door de voortdurende discussie over het verschil in visie op geloofsbelijding in de gemeente, meer in het bijzonder de wijze waarop partijen hun tegengestelde standpunten jegens elkaar hebben geformuleerd. Zonder hier te kort te willen doen aan de mate van concretisering van die verstoring, voert een nader onderzoek naar de ware toedracht hoogstens tot de vaststelling van het bestaan van een verschil van inzicht omtrent de organisatie, communicatie en beleid van PG Castricum. Naar het oordeel van de kantonrechter vormt de uitkomst van dat geschil een autonome aangelegenheid van PG Castricum en haar geloofsgenoten. Immers, het beginsel van scheiding tussen kerk en staat brengt mee dat terughoudendheid geboden is bij de beoordeling door de burgerlijke rechter van door een kerk vastgestelde regelingen omtrent interne rechtsverhoudingen. Zonder daarmee de persoonlijke gevolgen en beleving in dit geding te willen relativeren, dient een en ander te leiden tot de onontkoombare conclusie dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding. Waar het gaat om de persoonlijke gevolgen en beleving staat vast dat acht mediationsessies hebben plaatsgevonden om partijen weer tot elkaar te brengen in verband met de tussen partijen gereden verschillen van inzicht, terwijl niet is gebleken dat deze sessies hebben geleid tot enige verbetering in de onderlinge verhoudingen. De arbeidsovereenkomst dient daarom ontbonden te worden wegens een verstoorde arbeidsverhouding. De kantonrechter ziet geen aanleiding om een billijke vergoeding toe te kennen. PG Castricum heeft namelijk meerdere pogingen verricht om tot een oplossing te komen. Immers als onbetwist staat vast dat de voormalig voorzitter van de kerkenraad vele gesprekken heeft gevoerd met werkneemster. Daarnaast staat vast dat PG Castricum een gemeenteadviseur heeft ingeschakeld, er een time-out en acht mediationsessies hebben plaatsgevonden, hetgeen niet tot een oplossing heeft geleid. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen aan de kant van PG Castricum.
In de zaak van het tegenverzoek wordt als volgt geoordeeld. Uit artikel 7:673 lid 1 BW volgt dat PG Castricum aan werkneemster een transitievergoeding verschuldigd is indien de arbeidsovereenkomst ten minste 24 maanden heeft geduurd en de arbeidsovereenkomst op verzoek van PG Castricum is ontbonden. Aan deze beide voorwaarden is voldaan. De kantonrechter veroordeeld PG Castricum daarom tot betaling van een transitievergoeding ad € 5.382,14.