Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Triacc Adviseurs & Accountants BV
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Leeuwarden), 24 mei 2016
ECLI:NL:GHARL:2016:3991

werknemer/Triacc Adviseurs & Accountants BV

Werknemer heeft geen recht op een vergoeding voor opgenomen vakantiedagen, waarvan werknemer niet heeft genoten omdat hij in die periode op non-actief werd gesteld. Wel heeft werknemer recht op een vergoeding voor niet gevraagde, maar gebruikelijke verlofdagen in de kerstvakantie.

Werknemer is vanaf 1 april 2010 tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst per 1 januari 2013 in dienst geweest bij Triacc Adviseurs & Accountants BV (hierna: Triacc). In januari 2012 heeft werknemer vakantie aangevraagd voor de periode van vrijdag 13 juli 2012 t/m vrijdag 10 augustus 2012. Triacc heeft hierop niet gereageerd. Werknemer vordert veroordeling van Triacc tot betaling van € 5068 bruto voor 200 niet genoten verlofuren. De kantonrechter heeft de vordering van werknemer afgewezen. Tegen dit vonnis komt werknemer in hoger beroep.

Het hof oordeelt als volgt. Door Triacc is terecht opgemerkt dat het beroep van werknemer op artikel 7:636 lid 1 BW niet opgaat nu zich geen van de daarin bedoelde situaties heeft voorgedaan en werknemer wel recht had op loon tijdens de periode van non-activiteit. Er is voorts geen reden voor analogische toepassing van dit artikel op het onderhavige geval, dat geen enkele verwantschap heeft met de wel in artikel 7:635 leden 1 en 4 BW geregelde gevallen waarop artikel 7:636 lid 1 BW ziet. Het standpunt van werknemer dat erop neerkomt dat hij na opgave van zijn vakantiewensen nog uitdrukkelijk akkoord moest gaan met de, zonder tijdig bezwaar van de werkgever als toegekend te beschouwen, aangevraagde verlofdagen, wordt verworpen. Het kan immers altijd gebeuren dat de werknemer in verband met onvoorziene omstandigheden die periode wenst te wijzigen, maar daartoe zal hij dan in overleg met zijn werkgever moeten treden, waarbij de werkgever zich als goed werkgever heeft op te stellen. De verplichting van Triacc om zich als goed werkgever te gedragen gaat niet zo ver, dat zij uit eigen beweging aan werknemer had moeten voorstellen dat hij zijn vakantieperiode zou verplaatsen. Dat geldt ook als de werkgever moet begrijpen dat de vakantieperiode van de werknemer overschaduwd wordt door de arbeidsgerelateerde problemen. De vordering met betrekking tot de verlofdagen in de zomerperiode is terecht door de kantonrechter afgewezen. De grieven tegen de afwijzing van de vordering betreffende de kerstvakantie slagen evenwel. Triacc heeft niet gesteld dat in de vaststelling van deze verlofdagen, waarom werknemer niet zelf heeft verzocht, is voorzien op een wijze als beschreven in artikel 7:638 lid 2 BW, van welk wetsartikel ingevolge artikel 7:645 BW niet ten nadele van de werknemer mag worden afgeweken, tenzij de wet zodanige afwijking toelaat. Het enkele feit dat werknemer zich in voorafgaande jaren heeft geconfronteerd aan deze eenzijdige aanwijzing van vakantiedagen brengt niet mee dat werknemer gehouden is dat ook in de onderhavige situatie te doen. In dit geval kan ook niet uit andere omstandigheden, waaronder het tijdsverloop, afgeleid worden dat werknemer zich wederom aan het gebruik heeft geconformeerd. De vordering over 32 verlofuren zal aldus worden toegewezen.