Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 3 mei 2016
ECLI:NL:GHARL:2016:3541
Stichting Vrijwillig Vervroegd Uittreden voor de Particuliere Beveiliging/werknemer
Werknemer is per 1 april 2012 vervroegd uitgetreden en ontving sindsdien een VUT-uitkering van de Stichting Vrijwillig Vervroegd Uittreden voor de Particuliere Beveiliging (hierna: de Stichting). Om het inkomen van werknemer niet te veel te laten fluctueren ontving werknemer een vaste toeslag onder de noemer ‘objecttoeslag’. Werknemer heeft de Stichting verzocht om deze objecttoeslag mee te nemen in de VUT-uitkering. De Stichting heeft dit verzoek afgewezen omdat volgens de Stichting onvoldoende is aangetoond dat de toeslag bij het vaste salaris behoort. Werknemer vordert veroordeling van de Stichting tot het meenemen van de door werknemer genoten objecttoeslag in de hoogte van de VUT-uitkering met terugwerkende kracht vanaf 1 april 2012. De kantonrechter heeft de vordering van werknemer toegewezen. Tegen dit vonnis komt de Stichting in hoger beroep.
Het hof oordeelt als volgt. In de kern gaat het om de vraag of de door werknemer ontvangen zogenoemde objecttoeslag mede de hoogte van de VUT-uitkering bepaalt, en dus of deze toeslag onder de in artikel 6 lid 1 van de VUT-cao genoemde ‘laatstgenoten brutoloon’ dan wel de ‘onregelmatigheidstoeslag’ wordt begrepen. Daarmee gaat het primair om uitleg van deze bepaling. In de VUT-cao is de term ‘objecttoeslag’ als zodanig niet expliciet opgenomen. In deze cao wordt in artikel 6 weliswaar het begrip ‘onregelmatigheidstoeslag’ genoemd, maar dit begrip wordt in deze cao niet gedefinieerd of toegelicht. Daarmee biedt de VUT-cao zelf geen enkel kader voor de uitleg van het beding en de daarin gebruikte begrippen. Het hof ziet daarom aanleiding om aansluiting te zoeken bij de tevens tussen partijen geldende cao voor de Particuliere Beveiliging (hierna: cao Particuliere Beveiliging). Uit artikel 78 van deze cao kan worden afgeleid dat de beide cao’s aldus met elkaar verbonden zijn dat voor de uitleg van de VUT-cao tevens aansluiting kan worden gezocht bij hetgeen in de cao Particuliere Beveiliging is bepaald. Ook in de cao Particuliere Beveiliging komt het begrip onregelmatigheidstoeslag niet expliciet voor. In artikel 21 van deze cao is echter wel bepaald dat de arbeidstijd door middel van een vast rooster of invulrooster wordt vastgelegd. In artikel 43 van de cao is voorts onder het kopje ‘beloning bijzondere uren’ bepaald dat voor het verrichten van arbeid tijdens bijzondere uren op het basisuurloon over de gewerkte uren een toeslag moet worden betaald overeenkomstig het opgenomen overzicht, onder meer en voor zover hier van belang, met 10% op weekdagen tussen 18.00 uur en 24.00 uur. De zogenoemde objecttoeslag bevatte onder meer deze component van 10% toeslag. De objecttoeslag strekte er bovendien toe om de door werknemer verrichte extra werkzaamheden, lees overwerk, te vergoeden, maar dan wel middels een forfaitair bedrag. Daarmee heeft deze ‘objecttoeslag’ naar het oordeel van het hof niets van doen met het begrip ‘objectbeveiliging’ zoals de Stichting heeft aangevoerd, nog daargelaten wat dat voor gevolgen zou hebben voor de vaststelling van de ontvangen beloning, maar heeft de toeslag het karakter van een onregelmatigheidstoeslag als bedoeld in artikel 6 van de VUT-cao. Het hof verenigt zich dan ook met het oordeel van de kantonrechter dat de objecttoeslag niets anders is dan een forfaitaire onregelmatigheidstoeslag of in ieder geval een vaste toeslag die in bedragen per periode kunnen verschillen maar waarop de werknemer, behoudens de hoogte van het bedrag, kan rekenen. Tot slot behelst de strekking van artikel 6 van de VUT-cao dat wat een werknemer structureel aan inkomsten verdiende tijdens zijn dienstverband, wordt meegenomen bij de berekening van de grondslag voor de VUT-uitkering. Het gaat dan zowel om de normale uren die volgens rooster moesten worden gewerkt ná 18.00 uur als om de (structurele) overuren die na afloop van de normale dienst moesten worden gewerkt en die onder het voorheen bestaande systeem ook als zodanig werden uitbetaald. De zogenoemde objecttoeslag ziet op deze uren en dient ook daarom als een onregelmatigheidstoeslag in de zin van artikel 6 van de VUT-cao te worden aangemerkt dan wel ten minste als een (vast) onderdeel van het loon. Volgt bekrachtiging van het bestreden vonnis.