Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 24 mei 2016
ECLI:NL:GHSHE:2016:2011
Federatie Nederlandse Vakbeweging/Farm Trans B.V., Farm Trans Organische Grondstoffen B.V., Farm Trans Fresh en Frozen B.V.
FNV vordert in deze procedure nakoming van artikel 73 CAO voor het Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen. Artikel 73 cao is de zogenoemde charterbepaling. Uit onderzoek van de ISZW zou blijken dat de ondernemingen niet, conform artikel 73 lid 1 cao, bedongen hebben dat, indien er ritten uitbesteed worden aan buitenlandse bedrijven zoals Farm Trans Polen, de chauffeurs in dienst van deze buitenlandse ondernemingen betaald worden conform de in de cao opgenomen basisarbeidsvoorwaarden. In eerste aanleg is FNV niet-ontvankelijk verklaard, omdat zij uit de verkeerde naam Farm Trans had gedagvaard (FNV Transport en Logistiek in plaats van Federatie Nederlandse Vakbeweging. Zie AR 2015-0723).
Het hof oordeelt als volgt.
Ontvankelijkheid
Uit het proces-verbaal van de zitting in kort geding van 29 juni 2015 blijkt dat Farm Trans heeft begrepen dat zij was gedagvaard door de partij bij de cao en dat dát dus haar wederpartij was. Uit de door Farm Trans in het geding gebrachte conclusie van eis in reconventie van 29 juni 2015 en haar pleitaantekeningen van 27 juli 2015 blijkt ook dat zij haar verweer heeft afgestemd op de cao-partij die de procedure tegen haar voerde en eveneens haar vorderingen in reconventie op die cao-partij heeft afgestemd. FNV heeft betoogd dat zij op 23 juli 2015, derhalve voor de zitting van 27 juli 2015, haar statuten heeft overgelegd zodat Farm Trans de statuten op dat moment had kunnen controleren en in zoverre verweer had kunnen voeren. Het hof begrijpt uit het betoog van Farm Trans dat het haar op 24 juli 2015 duidelijk werd dat sprake was van een vergissing. Op dat moment, waarop Farm Trans ermee bekend werd dat FNV Transport en Logistiek slechts een naam was waaronder FNV (ook) handelde, moet zij dan ook hebben begrepen dat in werkelijkheid de procedure vanaf het begin door FNV werd gevoerd, zij het onder de naam FNV Transport en Logistiek. Dit betekent dat FNV vanaf het begin moet worden beschouwd als materiële procespartij en dat FNV Transport en Logistiek in werkelijkheid niet anders kon zijn dan een aanduiding van dezelfde materiële partij. Farm Trans heeft naar het oordeel van het hof onvoldoende gesteld om aannemelijk te maken dat zij hierdoor onredelijk in haar belangen is geschaad. Gelet op het voorgaande, en mede de deformaliseringstendens van de Hoge Raad in aanmerking nemende, stond het FNV naar het oordeel van het hof vrij om de partijnaam in de dagvaardingen in hoger beroep te wijzigen en in overeenstemming te brengen met de werkelijkheid (vgl. HR 11 september 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI4198, HR 13 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1881 en recent HR 15 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:668).
Charterbepaling
Uit verklaringen van chauffeurs, een contract van een van hen en voorbeelden van boordcomputerberichten blijkt dat weliswaar op papier in Polen wordt gereden, maar in de praktijk de chauffeurs met busjes naar vestigingsplaats X worden gebracht en van daar hun werkzaamheden, onder leiding van de Nederlandse vennootschappen, verrichten. Chauffeur X is in vier jaar tijd maar één keer in Polen geweest, voor keuring van de auto, en de rest van de tijd heeft hij vier weken op, één week af, in en vanuit Nederland gereden. Farm Trans heeft blijkens het proces-verbaal van de zitting in eerste aanleg van 29 juni 2015, ook nadat de kantonrechter haar had voorgehouden toch verweer te kunnen voeren tegen de inhoud van het gestelde, niets anders aangegeven dan dat zij geen verweer kan voeren tegen een ‘spookpartij’. Naar het oordeel van het hof zijn de stellingen van FNV in de dagvaarding en de verwijzing naar de producties, waartegenover Farm Trans geen, althans volstrekt onvoldoende verweer heeft gevoerd, voldoende om in dit kort geding voorshands te concluderen dat in een bodemprocedure geoordeeld zal worden dat in het geval van Farm Trans sprake is van de door FNV gestelde schending van artikel 73 cao. Dit betekent dat de vordering van FNV tot het gebieden van Farm Trans om te voldoen aan het bepaalde in artikel 73 cao moet worden toegewezen, met dien verstande dat de gevorderde terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2013, gelet op de aard van de vordering in dit kort geding, niet toewijsbaar is. Het gebod zal worden toegewezen vanaf de datum van dit arrest. Het hof ziet aanleiding de gevorderde dwangsom, van € 5.000 per keer en per dag dat Farm Trans aan de veroordeling niet mocht voldoen, te maximeren tot een som van in totaal € 1.000.000 (vgl. overigens in het kader van bestuurlijke boetes Kamerstukken II 2015/16, 34408, 3, p. 17-18 en 29-30).