Rechtspraak
werknemer/Nidera B.V.
Werknemer is van 1 mei 2008 tot en met 30 september 2010 in dienst geweest bij Nidera in de functie van statutair bestuurder. Werknemer heeft over de boekjaren 2007 en 2008, zowel de ITSG-bonus als de AISG-bonus ontvangen. Over het boekjaar 2009 heeft werknemer de ITSG-bonus ontvangen, maar niet de AISG-bonus. Over het financieel boekjaar 2010 heeft werknemer geen enkele bonus ontvangen. Bij brief van 28 februari 2014 is namens werknemer aanspraak gemaakt op uitbetaling van onder meer de AISG-bonus over 2009 en 2010. Op verzoek van werknemer heeft de rechtbank bij beschikking van 29 juli 2014 een voorlopig getuigenverhoor gelast. Thans vordert werknemer Nidera te veroordelen tot betaling van de AISG-bonus ad US$ 1.230.000 over het boekjaar 2009, alsmede de AISG-bonus over het boekjaar 2010 ter grootte van US$ 1.107.810. Nidera voert gemotiveerd verweer.
De rechtbank oordeelt als volgt. Tussen partijen is in geschil of sprake is van een contractuele bonus of van een discretionaire bonus. De rechtbank dient hiervoor allereerst te beoordelen of de door werknemer gestelde toezegging inderdaad is gedaan. Daartoe wordt als volgt overwogen. Werknemer heeft gesteld dat Nidera heeft erkend dat de AISG-bonus over het boekjaar 2007 en 2008 is betaald en eveneens heeft erkend dat de AISG-bonus inderdaad is toegezegd, zij het dat volgens Nidera deze bonus een ‘discretionair’ karakter draagt. Ter onderbouwing van deze stelling heeft werknemer een in het kader van het voorlopig getuigenverhoor aan de rechtbank verzonden brief overgelegd. Desgevraagd is namens Nidera ter comparitie medegedeeld dat er een (informele) mondelinge afspraak bestond dat werknemer – als het goed ging – een bonus zou ontvangen met betrekking tot het AISG-gedeelte. Gelet op de inhoud van voormelde brief gaat de rechtbank ervan uit dat de door werknemer gestelde mondelinge bonustoezegging door Nidera is gedaan. De tekst van de ‘supersede’ clausule in de arbeidsovereenkomst (‘this contract supersedes all previous agreements’) is onvoldoende specifiek om de in 2006 toegezegde aanspraak op de AISG-bonus te doen vervallen. Dat die aanspraak na ondertekening van de arbeidsovereenkomst nog bestond blijkt uit de uitkering van de AISG-bonus in februari 2009 (ruim tien maanden na de ondertekening van de arbeidsovereenkomst eind april 2008). Voorts heeft werknemer ter zitting een aannemelijke verklaring gegeven over de reden waarom de AISG-bonus niet in de arbeidsovereenkomst is opgenomen, te weten omdat deze werd uitbetaald op een wijze die mogelijk niet te verenigen valt met (internationale) belastingregels (op een Zwitserse nummerrekening). Ook heeft werknemer toegelicht dat hij niet verantwoordelijk was voor het vastleggen van de afspraken over de AISG-bonus in zijn eigen arbeidsovereenkomst. Vervolgens dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of Nidera een discretionaire bevoegdheid heeft bedongen ten aanzien van de toekenning van de AISG-bonus en zo ja, in hoeverre Nidera van die bevoegdheid gebruik mag maken. Daartoe wordt als volgt overwogen. Nidera heeft gesteld dat de toekenning van een AISG-bonus altijd heeft behoord tot de discretionaire bevoegdheid van de RvC. Deze stelling is door Nidera echter niet feitelijk onderbouwd, terwijl dat mede gelet op de verklaringen van HR-directeur, getuige 2 en het onder 4.12 vermelde mailbericht, wel op haar weg had gelegen. Onder discretionaire bevoegdheid verstaat de rechtbank een door Nidera gemaakt voorbehoud bij het al dan niet toekennen van de AISG-bonus. Gesteld noch gebleken is dat Nidera de AISG-bonus duidelijk als discretionaire regeling heeft aangemerkt en steeds aan werknemer duidelijk heeft gemaakt dat de toekenning van de AISG-bonus geen toekomstige aanspraken schept. Er is derhalve geen sprake van een door Nidera bedongen en als zodanig aan werknemer gepresenteerde discretionaire bevoegdheid. Slotsom is dat de AISG-bonus over het boekjaar 2009 zal worden toegewezen zoals gevorderd. De AISG-bonus over het boekjaar 2010, dat liep van oktober tot en met september, zal pro rata worden toegewezen over de periode dat werknemer feitelijk werkzaamheden heeft verricht voor Nidera (tot 14 mei 2010).