Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Infour Adviesburo voor Reklame en Marketing B.V.
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 16 juni 2016
ECLI:NL:RBLIM:2016:5225

werknemer/Infour Adviesburo voor Reklame en Marketing B.V.

Vernietiging opzegging arbeidsovereenkomst. Werkgever heeft de wederindiensttredingsvoorwaarde geschonden. Het inzetten van een zzp’er gedurende vier maanden teneinde een project te voltooien, kan bezwaarlijk als niet structureel worden aangemerkt. Werknemer is niet in de gelegenheid gesteld zijn werkzaamheden te hervatten.

Werknemer is met ingang van 1 maart 2008 bij Infour in dienst getreden, laatstelijk werkzaam in de functie van art director. Sinds 23 februari 2015 is werknemer arbeidsongeschikt wegens ziekte. Op 4 september 2015 heeft de bedrijfsarts werknemer hersteld verklaard. Vervolgens heeft Infour bij het UWV een ontslagaanvraag ingediend wegens bedrijfseconomische redenen. Op 30 november 2015 heeft het UWV toestemming verleend om de arbeidsovereenkomst op te zeggen. In de beslissing van het UWV is een wederindiensttredingsvoorwaarde opgenomen. Bij brief van 1 december 2015 heeft Infour de arbeidsovereenkomst opgezegd tegen 1 februari 2016. Thans verzoekt werknemer de opzegging te vernietigen. Werknemer voert hiervoor onder meer aan dat de arbeidsovereenkomst in strijd met artikel 7:670 BW is opgezegd en de opzegging derhalve vernietigbaar is. Als tweede grondslag betoogt werknemer dat er geen redelijke grond voor opzegging van de arbeidsovereenkomst is. Ten derde stelt werknemer dat Infour de wederindiensttredingsvoorwaarde heeft geschonden. Subsidiair verzoekt werknemer een transitie- en een billijke vergoeding. Infour voert gemotiveerd verweer.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Indien werknemer het niet eens was met het bij hem wel bekende advies van de bedrijfsarts van 4 september 2015 had het op de weg van werknemer gelegen om tegen dat advies te ageren. Dat heeft werknemer nagelaten. Evenmin heeft werknemer een deskundigenoordeel aangevraagd, zodat de kantonrechter dient uit te gaan van de juistheid van het advies van de bedrijfsarts. De conclusie is dat Infour niet heeft opgezegd in strijd met artikel 7:670 BW, zodat de opzegging van de arbeidsovereenkomst niet op die grond vernietigbaar is. Voorts stelt de kantonrechter, evenals het UWV, dat Infour genoegzaam heeft onderbouwd dat over de periode 2013 tot september 2015 sprake is geweest van een teruglopende omzet en werkvermindering. De conclusie van het UWV dat Infour aannemelijk heeft gemaakt dat het vanwege bedrijfseconomische omstandigheden noodzakelijk is dat er bij haar arbeidsplaatsen verdwijnen, wordt dan ook door de kantonrechter gedeeld. Dat het UVW in haar beslissing op de ontslagaanvraag de verwachting heeft uitgesproken dat Infour in de toekomst geen zzp’ers gaat inzetten voor werkzaamheden voor werknemer, maakt nog niet dat er automatisch ook sprake is van een valse of voorgewende reden. Kortom, er is niet in strijd met artikel 7:669 lid 3 onderdeel a of b BW opgezegd. Vastgesteld wordt dat de wederindiensttredingsvoorwaarde is gebaseerd op het bepaalde in artikel 7:681 lid 1 onderdeel d BW, zodat ook de gevolgen van een (eventuele) schending van die voorwaarde door dit artikel worden gereguleerd. Uit de zinsnede ‘door een ander laat verrichten’ volgt dat deze voorwaarde ook geldt indien een uitzendkracht of zzp’er wordt ingehuurd voor dezelfde werkzaamheden als de werkzaamheden die voorheen door werknemer werden verricht. Niet vereist is dus dat die ander bij de werkgever in dienst treedt. Dat er door Infour een zzp’er is ingezet voor dezelfde werkzaamheden als werknemer voorheen verrichtte, staat als niet weersproken vast. Ook staat als niet weersproken vast dat de zzp’er die werkzaamheden in de periode november 2015 tot en met februari 2016 voor Infour heeft verricht. Alhoewel partijen discussiëren over de vraag of de inzet van een zzp’er structurele of niet structurele werkzaamheden betreft, is die discussie blijkens de door het UWV geformuleerde voorwaarde helemaal niet relevant. Uit de wederindiensttredingsvoorwaarde blijkt namelijk niet dat het om structurele werkzaamheden moet gaan. Voldoende is immers dat ‘dezelfde werkzaamheden‘=’ door een ander worden verricht. Het inzetten van een zzp’er gedurende vier maanden teneinde het project verhuurgids Boels te voltooien, kan bezwaarlijk als niet structureel worden aangemerkt. Ten slotte staat vast dat Infour werknemer niet in de gelegenheid heeft gesteld om zijn werkzaamheden op de bij Infour gebruikelijke voorwaarden te hervatten. Derhalve heeft Infour de wederindiensttredingsvoorwaarde overtreden. De conclusie is dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst op grond van het bepaalde in artikel 7:681 lid 1 onderdeel d BW vernietigbaar is.