Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/AGC Nederland B.V. t.h.o.d.n. ADGC Alkmaar
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 20 juni 2016
ECLI:NL:RBNHO:2016:4991

werknemer/AGC Nederland B.V. t.h.o.d.n. ADGC Alkmaar

Geen grond om de vervallen Beleidsregels Ontslagtaak UWV toe te passen, waarin is bepaald dat de redelijkheid meebrengt dat bij het bepalen van de uitwisselbaarheid van functies een zekere overdrachtsperiode nodig om in de andere functie ingewerkt te raken wordt ingecalculeerd. Opzegging niet in strijd met a-grond.

Werknemer is op 12 mei 1986 voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij AGC. Na verkregen toestemming van het UWV is de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 april 2016 opgezegd. Werknemer verzoekt primair herstel van de arbeidsovereenkomst. Hij voert aan dat het UWV ten onrechte toestemming heeft verleend de arbeidsovereenkomst op te zeggen. Hij stelt dat het UWV bij zijn beoordeling van de ontslagaanvraag van AGC, gelet op het bepaalde in de memorie van toelichting bij artikel 7:669 BW, ten onrechte heeft geoordeeld dat de overdrachtsperiode sinds de invoering van de WWZ niet langer een in aanmerking te nemen criterium is bij de beoordeling of functies al dan niet onderling uitwisselbaar zijn. Verder stelt werknemer dat de functies van chauffeur resteelwagen en chauffeur bokkenwagen, gelet op de korte overdrachtsperiode, uitwisselbaar zijn.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Er bestaat in beginsel geen basis om de thans vervallen Beleidsregels Ontslagtaak UWV toe te passen, waarin is bepaald dat de redelijkheid meebrengt dat bij het bepalen van de uitwisselbaarheid van functies een zekere overdrachtsperiode nodig is om in de andere functie ingewerkt te raken wordt ingecalculeerd. De omstandigheid dat, zoals werknemer stelt, in de memorie van toelichting (hierna: MvT) bij artikel 7:669 BW staat dat met dit artikel geen wijziging wordt beoogd ten opzichte van hetgeen is geregeld in het Ontslagbesluit en de daarop gebaseerde Beleidsregels Ontslagtaak UWV, maakt dit niet anders. Allereerst ziet deze opmerking op de vraag of herplaatsing mogelijk is. Daarnaast kan met een dergelijke algemene opmerking in de MvT een vervallen beleidsregel niet opnieuw worden ingevoerd. Voorts overweegt de kantonrechter dat in de Ontslagregeling, gelet op het bepaalde in de artikelen 11, 12 en 13 en de samenhang tussen deze artikelen, het begrip ‘peildatum’ is gekoppeld aan het begrip ‘uitwisselbare functies’. Ook hieruit leidt de kantonrechter af dat sprake moet zijn van uitwisselbaarheid van functies op het moment dat een verzoek om te mogen beëindigen is gedaan en dat daarbij geen overdrachtsperiode in aanmerking dient te worden genomen. Werknemer heeft voorts niet gemotiveerd weersproken dat in de functie van chauffeur bokkenwagen wordt gereden met grotere en zwaarder beladen vrachtwagens dan in de functie van chauffeur resteelwagen en dat de bokkenwagens zijn uitgevoerd met zware kranen. In dit licht komt het standpunt van AGC dat een chauffeur naast het behalen van het kraanbewijs ook de nodige kraan- en rijervaring behoeft alvorens als zelfstandig chauffeur bokkenwagen te worden ingezet, de kantonrechter aannemelijk voor. Geoordeeld wordt dat de functie van chauffeur bokkenwagen en de functie van chauffeur resteelwagen op de peildatum als bedoeld in artikel 12 lid 1 van de Ontslagregeling niet uitwisselbaar zijn. Het standpunt van werknemer dat AGC geen juiste ontslagvolgorde heeft aangehouden wordt niet gevolgd en de opzegging is niet in strijd met artikel 7:669 lid 3 onderdeel a BW. Volgt afwijzing van het verzoek.