Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting De Alliantie/werknemer
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 17 juni 2016
ECLI:NL:RBMNE:2016:3347

Stichting De Alliantie/werknemer

Transitievergoeding topfunctionaris wordt niet door WNT genormeerd. Het is niet (meer) aan de rechter om een vergoeding te bepalen, zodat verzoek om toekenning van de transitievergoeding wordt afgewezen.

Werknemer is sinds 1 september 2001 in dienst van De Alliantie. De Alliantie verzoekt om ontbinding van de arbeidsovereenkomst, op grond van artikel 7:671b en 7:669 lid 3 – naar de kantonrechter begrijpt – onderdeel g BW. In het lichaam van het verzoekschrift wordt door De Alliantie weliswaar de grond ‘sub h’ genoemd, maar haar verdere onderbouwing sluit volledig aan bij de g-grond, te weten een verschil van inzicht over de wijze waarop de werkzaamheden moeten worden verricht. Reden waarom de kantonrechter aanneemt dat de genoemde h-grond berust op een verschrijving. De Alliantie heeft ter onderbouwing van haar verzoek aangevoerd dat tussen partijen verschil van inzicht is ontstaan over de wijze waarop werknemer invulling dient te geven aan de door hem uit te voeren taken. Ondanks inspanningen van partijen is het niet gelukt om het verschil van inzicht te overbruggen en in overleg tot een aanvaardbare oplossing te komen. Hiervan kan geen der partijen een verwijt worden gemaakt. Herplaatsing in een andere passende functie is, ook met behulp van scholing, niet mogelijk gebleken.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Er is een redelijke grond voor ontbinding, zodat het verzoek wordt toegewezen. Ten aanzien van het verzoek een transitievergoeding toe te kennen overweegt de kantonrechter als volgt. Werknemer is topfunctionaris in de zin van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). Nu het recht op transitievergoeding (‘De werkgever is aan de werknemer een transitievergoeding verschuldigd’) en de hoogte daarvan (rechtstreeks, dwingend en eenduidig) wordt bepaald in artikel 7:673 BW, is de transitievergoeding een uitkering die voortvloeit uit een wettelijk voorschrift. De transitievergoeding valt derhalve onder de uitzonderingen, genoemd in artikel 1.1 onderdeel i WNT, en telt daardoor niet mee voor de som van uitkeringen waarvoor de WNT een maximum stelt. Kortom, de transitievergoeding wordt in het onderhavige geval niet door de WNT genormeerd. Op grond van artikel 7:673 BW is de transitievergoeding evenwel aan een maximum gebonden, te weten (lid 2 van dat artikel) € 76.000 of een bedrag gelijk aan ten hoogste het loon over twaalf maanden indien dat loon hoger is dan dat bedrag. De kantonrechter constateert dat de transitievergoeding, waar werknemer op grond van (de berekening zoals weergegeven in de eerste zin van) artikel 7:673 lid 2 BW recht op heeft, hoger is dan € 76.000, doch niet hoger dan het loon van werknemer over twaalf maanden. Een transitievergoeding van € 87.610,17 is derhalve niet in strijd met artikel 7:673 BW. Omdat het thans echter, sinds 1 juli 2015, niet (meer) aan de kantonrechter is om in een situatie als de onderhavige een vergoeding te bepalen, zal de verzochte toekenning van de transitievergoeding worden afgewezen. De transitievergoeding kan door partijen in een beëindigingsovereenkomst worden vastgelegd, voor zover al niet voldoende uit de wet voortvloeit dat de werkgever, onder in de wet geformuleerde voorwaarden, de transitievergoeding verschuldigd is.