Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Huisarts voor Huisarts Kop van Noord-Holland BV
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 13 juli 2016
ECLI:NL:RBNHO:2016:5045

werkneemster/Huisarts voor Huisarts Kop van Noord-Holland BV

Werkneemster mocht er niet gerechtvaardigd op vertrouwen dat zij ook na 104 weken arbeidsongeschiktheid 100% van het loon doorbetaald zou krijgen.

Werkneemster is op 1 maart 2011 in dienst getreden bij (de rechtsvoorganger van) Huisarts voor Huisarts van Noord-Holland BV (hierna: Huisarts voor Huisarts). Op 18 april 2013 is werkneemster ziek geworden. Bij beslissing van 24 november 2015 heeft het UWV een loonsanctie opgelegd aan Huisarts voor Huisarts tot 16 september 2015. Werkneemster vordert onder meer een verklaring voor recht dat Huisarts voor Huisarts in strijd handelt met het recht door na 18 april 2015 slechts 70% loon aan werkneemster uit te betalen. Huisarts voor Huisarts is van mening dat zij ten onrechte en onverschuldigd betalingen aan werkneemster heeft gedaan vanaf 18 april 2015. Gelet op de UWV-beslissing had zij slechts 70% van het loon hoeven te betalen tot 16 september 2015. Dit houdt in dat zij € 2.336,52 bruto te veel heeft betaald aan werkneemster, welk bedrag in reconventie wordt teruggevorderd. 

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkneemster beroept zich erop dat zij er te goeder trouw en gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat Huisarts voor Huisarts ook na twee jaar arbeidsongeschiktheid, dus na 18 april 2015, 100% van het salaris zou blijven doorbetalen. Werkneemster verwijst in dit verband naar het arrest van het Hof Den Bosch van 14 juli 2015 (ECLI:NL:GHSHE:2015:2626).

Vast staat dat geen sprake was van een wettelijke of contractuele verplichting tot doorbetaling van het loon tot 100% na 104 weken arbeidsongeschiktheid. De te beantwoorden vraag in deze is of werkneemster desalniettemin er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat ook na die tijd 100% van het loon zou worden doorbetaald. Er is geen sprake van zodanige feiten en omstandigheden dat werkneemster hiervan uit mocht gaan. Weliswaar heeft Huisarts voor Huisarts tot eind juni 2015 het loon voor 100% doorbetaald, maar zij is hiermee gestopt nadat zij haar vergissing bemerkte; zij is vanaf dat moment (tot eind oktober 2015) 70% gaan betalen. De situatie van werkneemster laat zich niet vergelijken met die in het arrest van 14 juli 2015. Het hof constateerde in die zaak dat er geen noemenswaardige verschillen waren tussen een eerdere ziekteperiode van vier maanden in 2013 – waarbij zonder grondslag 100% van het loon werd betaald – en een ziekteperiode van vier maanden in 2014. Kort gezegd overwoog het hof: in 2013 zonder reden 100%, dan ook in 2014. In de onderhavige zaak is echter wel sprake van een nieuwe situatie, te weten het verstrijken van de 104 wekentermijn. Het enkele feit dat de werkgever abusievelijk na het verstrijken van die termijn nog drie maanden 100% van het loon betaalt, brengt niet mee dat de werknemer er vervolgens gerechtvaardigd op mag vertrouwen dat dit zo doorgaat. In het bijzonder nu er in beginsel geen grondslag is voor een 100% doorbetaling. Het vorenstaande brengt met zich dat er voor Huisarts voor Huisarts geen verplichting bestond tot 100% doorbetaling van het loon na 104 weken arbeidsongeschiktheid. Wat betreft de vordering van Huisarts voor Huisarts wordt als volgt overwogen. Een werknemer behoeft slechts ‘onverschuldigd’ betaald loon terug te betalen als het voor hem/haar evident duidelijk is dat aan de zijde van werkgever sprake is geweest van een vergissing. Van zodanige vergissing is in deze zaak geen sprake, alleen al vanwege het feit dat geen van partijen de kantonrechter ter zitting duidelijk heeft kunnen maken wat exact het basisloon is dat werkneemster per maand verdient. Daar komt nog bij de onduidelijkheid over de doorbetalingsverplichting van Huisarts voor Huisarts vanwege de tot tweemaal toe herziene beslissing van het UWV. Gelet op deze omstandigheden behoefde het voor werkneemster niet evident duidelijk te zijn dat zij te veel loon had ontvangen. Volgt afwijzing van zowel de vorderingen van werkneemster als van de vordering van Huisarts voor Huisarts.