Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 12 juli 2016
ECLI:NL:RBLIM:2016:6097
werkneemster/Reinaert Kliniek BV
Werkneemster is met ingang van 12 oktober 2010 in dienst getreden bij Reinaert Kliniek BV (hierna: Reinaert). Op 22 juni 2016 heeft X medegedeeld dat werkneemster op non-actief wordt gesteld omdat zij volgens Reinaert ongeoorloofd ‘bezig’ was met de computer van de directeur. Reinaert heeft aan het UWV verzocht toestemming te verlenen om de arbeidsovereenkomst met werkneemster op te zeggen. Werkneemster vordert wedertewerkstelling.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De door werkneemster gestelde en door Reinaert onvoldoende betwiste feiten die zijn voorafgegaan aan de non-actiefstelling van 22 juni 2016 geven sterke aanwijzingen voor de veronderstelling dat Reinaert heeft getracht de arbeidsovereenkomst met werkneemster op andere dan de daarvoor wettelijk toegestane wijze te beëindigen en, toen werkneemster zich daartegen verweerde, vervolgens heeft gepoogd het werken voor werkneemster zo onaangenaam mogelijk te maken. Zo heeft Reinaert, zonder toestemming van het UWV en zonder dat daarvoor door haar redenen kenbaar zijn gemaakt, de arbeidsovereenkomst met werkneemster opgezegd op 30 mei 2016, terwijl zij wist dat werkneemster niet instemde met beëindiging van haar arbeidsovereenkomst. X heeft ter zitting gesteld dat hij niet wist dat een dergelijke opzegging van de arbeidsovereenkomst slechts effect kan sorteren met toestemming van het UWV. Het is echter een feit van algemene bekendheid dat in een situatie als deze zonder toestemming van het UWV niet rechtsgeldig opgezegd kan worden. Zeker (een directeur van) een onderneming in de grootte van Reinaert behoort deze (basale) kennis te bezitten. Werkneemster is door Reinaert op 22 juni 2016 op non-actief gesteld op grond van de in de brief van X van 22 juni 2016 vermelde reden. De schriftelijke verklaring waar X in deze brief naar verwijst, blijkt een e-mailbericht van de planner van de operatiekamer van 22 juni 2016 te zijn. Werkneemster heeft geen kopie daarvan gekregen met het verzoek erop te reageren. Enige andere aanwijzing dan die verklaring dat werkneemster zich op 20 juni 2016 in de kamer van X in de buurt van diens computer bevond, heeft Reinaert niet gegeven. Reinaert heeft ook niet duidelijk gemaakt wat er op zichzelf ontoelaatbaar aan is dat een directiesecretaresse zich om 18:15 – niet of nauwelijks buiten de reguliere werktijd, zeker op directieniveau – in de kamer van de directeur bevindt en ‘bezig is’ met diens computer. X heeft ter zitting verklaard dat de beelden ook door Reinaert zijn bekeken. De camera waarop volgens hem iets te zien zou kunnen zijn, was volgens X evenwel defect. Reinaert heeft verder verklaard dat het onderzoek naar het incident op 20 juni 2016 nog niet is afgerond en dat zij daar verder geen mededelingen over kan doen. Indien nodig zal Reinaert, zo stelt zij, de non-actiefstelling op grond van artikel 3.1.5 van de cao ZKN met drie weken verlengen. De voorgeschiedenis geeft de kantonrechter aanleiding de argumenten van Reinaert (extra) kritisch tegen het licht te houden. Reinaert heeft wellicht inderdaad de camerabeelden bekeken, maar gelet op de zeer expliciete stelling van werkneemster dat op de beelden te zien is dat zij om 16:24 uur het pand verlaat, heeft Reinaert niet mogen volstaan met de blote stelling dat de camera defect was. Van verder onderzoek door Reinaert is voorts niets gebleken aangezien een nadere toelichting waaruit dat onderzoek dan bestaat en waarop het zich richt, is uitgebleven. Zonder nadere toelichting, die Reinaert niet heeft gegeven, valt ook niet in te zien waarom het onderzoek (als dat al wordt verricht) na het incident van 20 juni 2016 nog niet is afgerond of waarom in de (voorlopige) bevindingen geen inzicht kan worden gegeven. Reinaert lijkt in de veronderstelling te verkeren dat zij op grond van artikel 3.1.5 van de cao ZKN de maximale duur van twee keer drie weken zonder meer voor onderzoek mag benutten. In een situatie als deze ligt het evenwel op de weg van de werkgever om voortvarendheid te betrachten teneinde (ook voor de werknemer) zo snel mogelijk duidelijkheid te krijgen. Nergens blijkt uit dat Reinaert het verdere onderzoek naar hetgeen is voorgevallen op 20 juni 2016 met de nodige spoed verricht. Volgt toewijzing van de vordering van werkneemster.