Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 14 juli 2016
ECLI:NL:RBLIM:2016:6130
werknemer/RVDS Bikes B.V.
Werknemer is op 1 maart 2012 bij RVDS Bikes B.V. (hierna: RVDS) in dienst getreden als eerste verkoper. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO voor Motorvoertuigen en Tweewielers (hierna: de CAO) van toepassing. Vanaf 16 mei 2015 is werknemer arbeidsongeschikt wegens ziekte. In de CAO is bepaald dat de werkgever bij arbeidsongeschiktheid van de werknemer gedurende een tijdvak van maximaal 24 maanden gehouden is het salaris van de werknemer door te betalen, waarbij geldt dat gedurende de eerste zes maanden 100% van het salaris wordt doorbetaald en gedurende de volgende 18 maanden 90% van het salaris wordt doorbetaald. Op 1 april 2016 heeft RVDS haar bedrijfsactiviteiten beëindigd. Vanaf die datum heeft werknemer geen loon meer ontvangen. Werknemer vordert in kort geding onder meer betaling van loon vanaf april 2016 tot de dag dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig eindigt.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De kern van het geschil is helder: heeft de thans nog steeds wegens ziekte arbeidsongeschikte werknemer recht op doorbetaling van het loon vanaf 1 april 2016? En zo ja, wat is de omvang van dat loon? Het betoog van RVDS dat een Ziektewetuitkering in mindering moet worden gebracht op eventuele loonaanspraken van werknemer, miskent dat die Ziektewetuitkering vanwege het bestaan van de arbeidsovereenkomst tussen werknemer en RVDS niet is toegekend. Evenmin kan het verweer van RVDS worden gevolgd dat werknemer bij de aanvraag van die Ziektewetuitkering (die bij beslissing van het UWV d.d. 20 mei 2016 is geweigerd) meer of andere informatie aan het UWV had moeten verstrekken dan hij thans heeft gedaan. De conclusie is dat de verweren van RVDS geen stand houden en dat zij gehouden is tot doorbetaling van het loon van werknemer vanaf 1 april 2016. Vervolgens dient te worden beoordeeld wat de omvang van die loonbetalingsverplichting is. Vooropgesteld wordt dat partijen het erover eens zijn dat het bepaalde in artikel 94 lid 1 onder a van de CAO in casu toepasselijk is. Verder staat vast dat vanaf 16 mei 2015 (datum ziekmelding werknemer) tot 1 april 2016, 100 procent van het loon aan werknemer is uitbetaald. Los van de vraag of artikel 94 lid 1 onder a van de CAO een standaard- of minimumbepaling betreft, is de kantonrechter van oordeel dat werknemer er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat er ook na een half jaar arbeidsongeschiktheid wegens ziekte een loonbetalingsverplichting van 100 procent gold. Daartoe wordt verwezen naar een arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch dat op 14 juli 2015 in gelijke zin heeft geoordeeld (zie AR 2015-0659). Dit vertrouwen is in casu gewekt doordat er na het verstrijken van de eerste zes maanden arbeidsongeschiktheid wegens ziekte nog gedurende 4,5 maanden 100 procent van het loon aan werknemer is doorbetaald, terwijl op grond van de CAO slechts 90 procent van dat loon behoefde te worden uitbetaald. Onder deze omstandigheden wordt het verweer van RVDS gepasseerd, zodat 100 procent van het loon toewijsbaar is. Gelet op de datum waarop een ontslagvergunning van het UWV is verleend (1 juli 2016), de toepasselijk opzegtermijn van één maand, de duur van de procedure bij het UWV die in mindering kan worden gebracht en gelet op het gegeven dat opzegging geschiedt tegen het einde van de maand, zal de arbeidsovereenkomst door RVDS met gebruikmaking van de ontslagvergunning van het UWV kunnen worden opgezegd tegen 31 augustus 2016 (de arbeidsovereenkomst eindigt mitsdien op 1 september 2016). Ofschoon ten tijde van de mondelinge behandeling het loon over de maanden juli en augustus 2016 nog niet vervallen is en het hier dus een toekomstige vordering betreft, valt niet te verwachten dat RVDS tot betaling van het loon over deze maanden over zal gaan. Om die reden en vanwege het feit dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen op 1 september 2016 eindigt, veroordeelt de kantonrechter RVDS, naast betaling van achterstallig loon inclusief vakantiebijslag over de maanden april, mei en juni 2016, tot betaling aan werknemer van het brutomaandloon inclusief vakantiebijslag vanaf 1 juli 2016 tot 1 september 2016.