Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer c.s./Connexxion Services B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 22 juli 2016
ECLI:NL:RBROT:2016:5612

werknemer c.s./Connexxion Services B.V.

Hoewel geen (taxi)voertuigen worden overgenomen, is de overgang van opdracht met betrekking tot Wmo-vervoer een overgang van onderneming. Onderhavige zaak is niet een-op-een vergelijkbaar met het Finse bussen-arrest en er wordt belang gehecht aan de andere factoren uit het Spijkers-arrest.

Stichting ROGplus Nieuwe Waterweg Noord (hierna: ‘ROGplus’) heeft een Europese openbare aanbesteding georganiseerd voor het uitvoeren van de dienst Regiotaxi Waterweg met betrekking tot het collectief vraagafhankelijk vervoer voor Wmo-geïndiceerde reizigers (Wmo = Wet maatschappelijke ondersteuning) vanuit de deelnemende gemeenten in de regio Maassluis, Schiedam en Vlaardingen (hierna: ‘de Opdracht’) per 1 augustus 2016. ZCN is sedert 2013 contracthouder en de zittende dienstverlener. Zij heeft de Opdracht uitbesteed aan onderaannemer Bios Personenvervoer (h.o.d.n. ‘Reva Taxi B.V.’). Ter uitvoering van de Opdracht huurt Bios Personenvervoer personeel in van Bios, de personeels-bv van ZCN. Op 12 april 2016 is de Opdracht definitief aan Connexxion gegund. Op partijen bij dit geschil is de CAO Taxivervoer en de CAO Sociaal Fonds Taxi (hierna: ‘CAO SFT’) van toepassing. De regeling ‘Overgang Personeel bij Overgang Vervoerscontracten’ (hierna: ‘de OPOV-regeling’) maakt onderdeel uit de van de CAO Taxivervoer en de CAO SFT. Kern van het geschil tussen partijen is de vraag of de overgang van de Opdracht van Bios naar Connexxion kwalificeert als een overgang van onderneming als bedoeld in artikel 7:662 BW.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Anders dan door Connexxion is betoogd is deze kwestie niet een-op-een vergelijkbaar met het zogenoemde Finse bussen-arrest (HvJ 25 januari 2011, ECLI:EU:C:2001:59). Daarin kende het Hof bij zijn ontkennende beantwoording van de vraag of in die zaak, die handelde over de overgang van de exploitatie van streekbuslijnen (geregeld openbaar vervoer), sprake was van een overgang van overneming, doorslaggevende betekenis toe aan de omstandigheid dat er geen ‘materiële activa van enig belang’ (meer in het bijzonder bussen) werden overgenomen. In het onderhavige geval heeft Connexxion, naar zij heeft gesteld, aan een substantieel deel van het personeel een arbeidsovereenkomst aangeboden maar worden er in het geheel geen (taxi)voertuigen door Connexxion overgenomen. Indien de lijn uit het Finse bussen-arrest gevolgd zou worden, dan zou dit in de onderhavige situatie leiden tot de uitkomst dat er geen sprake zou zijn van overgang van onderneming. Kort gezegd: zonder taxi’s geen taxibedrijf. In de onderhavige zaak spelen echter ook andere factoren een rol die conform de uitleg van het Spijkers-arrest dienen te worden meegewogen bij de beoordeling of er in casu sprake is van een situatie van overgang van onderneming. Zo blijkt uit de in zoverre onbetwist gelaten processtukken dat de Opdracht het vervoer betreft van een vaste klantenkring/doelgroep (en dus niet regulier openbaar vervoer). Voorts dient het met de uitvoering van de Opdracht belaste personeel, gelijk thans bij Bios/ZCN en anders dan bij regulier openbaar vervoer, te voldoen aan bepaalde (extra) kwaliteitseisen in verband met het feit dat het hier gaat om een kwetsbare doelgroep, te weten Wmo-geïndiceerden.

Verder worden de volgende omstandigheden meegewogen. Connexxion zal, gelijk Bios/ZCN dat nu doet, het vervoer uitvoeren met voertuigen met daarop duidelijk zichtbaar het aan ROGplus in eigendom toebehorende logo ‘Regiotaxi Waterweg’ en het unieke telefoonnummer, met dien verstande dat Connexxion haar eigen logo daaraan zal toevoegen. De (rand)voorwaarden waaraan Connexxion jegens ROGplus op grond van het bestek en de tussen die partijen gesloten overeenkomst is gebonden voor wat betreft de wijze van uitvoeren van de Opdracht per 1 augustus 2016, zijn vrijwel identiek aan die waaraan Bios/ZCN thans jegens ROGplus is gebonden. Connexxion neemt per 1 augustus 2016 (het gebruik van) een aantal activa van ROGplus en/of Bios/ZCN over. Verder weegt mee dat als gevolg van de OPOV-regeling, naar voorspeld mag worden, ten minste een fors deel van het personeel (met de hoogste anciënniteit) van Bios zal overgaan naar Connexxion om in haar dienst uitvoering te geven aan de Opdracht, en dat, naar Connexxion ter zitting heeft erkend, klanten en buitenstaanders weinig zullen merken van het feit dat de Opdracht per 1 augustus 2016 door Connexxion wordt uitgevoerd. Alle genoemde omstandigheden in onderling verband in ogenschouw nemend leiden de kantonrechter tot het oordeel dat hier de facto sprake is van vervreemding van een lopend bedrijf, waarbij de bedrijfsactiviteiten per 1 augustus 2016 nagenoeg ongewijzigd en met behoud van identiteit door Connexxion worden voortgezet, en daarmee is sprake van een overgang van onderneming als bedoeld in artikel 7:662 BW. De verwachting is dat de rechter oordelend in een bodemprocedure tot een eensluidend oordeel zal komen.