Naar boven ↑

Rechtspraak

Molenaar Welzijnsproducten B.V. /A c.s.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 26 juli 2016
ECLI:NL:RBNHO:2016:6082

Molenaar Welzijnsproducten B.V. /A c.s.

Wederzijdse dwaling bij het maken van afspraken over concurrentiebeding, zodat werknemer niet aan de afspraken kan worden gehouden. Twee andere werknemers zijn wel aan concurrentiebeding gebonden en verrichten feitelijk werkzaamheden voor concurrerende vennootschap.

Werknemers A, B en C zijn in dienst van Molenaar. A en B zijn voor onbepaalde tijd in dienst, C voor bepaalde tijd. Op de arbeidsovereenkomsten is een concurrentiebeding van toepassing. De werknemers hebben naar aanleiding van de verandering in het bonussysteem van Molenaar ieder afzonderlijk in de periode januari 2016 tot maart 2016 aangegeven hun arbeidsovereenkomst met Molenaar te willen beëindigen. Molenaar vordert dat de kantonrechter bij wijze van voorlopige voorziening werknemers veroordeelt tot nakoming van de verplichtingen uit de afspraken omtrent het concurrentiebeding en geheimhoudingsbeding en meer in het bijzonder dat hij werknemers verbiedt activiteiten te verrichten voor Ster of voor Zwaluw. Zij legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat de werknemers weliswaar bij Ster in dienst zijn, maar feitelijk werkzaam zijn voor Zwaluw. Werknemers betwisten de vordering. Zij voeren aan dat C niet in dienst is bij Molenaar en dat voor hem geen concurrentiebeding geldt. Voorts geldt voor alle gedaagden dat zij niet in dienst zijn bij Zwaluw en ook overigens het concurrentiebeding niet overtreden. In reconventie vorderen gedaagden schorsing van het concurrentiebeding omdat zij door het beding onbillijk worden benadeeld en omdat het concurrentiebeding zwaarder is gaan drukken na de wijziging van de bonusregeling.

De kantonrechter oordeelt als volgt. In dit kort geding wordt ervan uit gegaan dat een arbeidsovereenkomst bestaat tussen C en Molenaar. C heeft namelijk niet betwist dat hij sinds geruime tijd zijn salaris ontvangt van Molenaar. Voorts heeft hij samen met B en A uitgebreid gesprekken gevoerd met Molenaar over het gewijzigde bonussysteem van Molenaar en heeft hij met Molenaar afspraken gemaakt over het einde van zijn arbeidsovereenkomst. Vervolgens is voor wat betreft C als verweer aangevoerd dat bij het maken van de afspraken omtrent non-concurrentie beide partijen uitgegaan zijn van de veronderstelling dat C reeds gebonden was aan een concurrentiebeding, hetgeen later onjuist is gebleken. C heeft gesteld dat aldus sprake is van wederzijdse dwaling, en dat Molenaar hem daarom niet aan de afspraken kan houden. Molenaar heeft erkend dat zij ervan uitging dat voor C hetzelfde concurrentiebeding gold als voor B en A, hetgeen inderdaad later niet juist is gebleken. De kantonrechter is van oordeel dat in deze omstandigheden inderdaad aannemelijk is dat sprake is van wederzijdse dwaling. De vordering tot nakoming van het concurrentiebeding ten aanzien van C wordt afgewezen. Wat betreft de gevorderde nakoming van het geheimhoudingsbeding heeft C geen verweer gevoerd, zodat dit zal worden toegewezen.

Ten aanzien van A en B wordt geoordeeld dat zij de feitelijke onderbouwing van Molenaar dat zij feitelijk ten behoeve van Zwaluw werkzaam zijn onvoldoende gemotiveerd betwist. De werknemers hebben nog aangevoerd dat geen sprake is van overtreding van het concurrentiebeding omdat de tekst van het beding aangeeft dat het moet gaan om een 'vennootschapsrechtelijk gelieerde onderneming' en dat voor uitleg van deze bepaling geen plaats is. De kantonrechter volgt de werknemers hierin niet. De bedoeling van partijen bij het redigeren van het concurrentiebeding was duidelijk: er waren vier marktpartijen die voor Molenaar serieuze concurrenten zijn, en die zijn specifiek benoemd in de tussen partijen expliciet gemaakte afspraken. Het feit dat in het eerste concept stond 'gelieerde ondernemingen' en dat dit later op advies van de jurist van B gewijzigd is in 'vennootschapsrechtelijk gelieerd' maakt deze bedoeling niet anders. De uitgebreid door de werknemers aan de orde gestelde aanleiding voor hun vertrek maakt niet dat deze overtreding van het concurrentiebeding hun niet verweten kan worden. De vorderingen van Molenaar worden  gedeeltelijk toegewezen. De vordering in reconventie wordt afgewezen.