Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Stichting Humanitas
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 22 augustus 2016
ECLI:NL:RBROT:2016:6495

werkneemster/Stichting Humanitas

Opzegging arbeidsovereenkomst wegens langdurige arbeidsongeschiktheid zonder toestemming UWV. Billijke vergoeding ex artikel 7:681 lid 1 onderdeel a BW moet vooral gezien worden als alternatief voor de rechtsgevolgen die zouden zijn ingetreden als opzegging vernietigd zou zijn. Afwijzing billijke vergoeding.

Werkneemster is enkele jaren als oproepkracht werkzaam geweest voor Humanitas. Vanaf 1 mei 2014 is werkneemster in dienst bij Humanitas in de functie van verpleegkundige. Op basis van een 22-urige werkweek bedroeg haar salaris € 1.629,84 per maand. Op 12 mei 2014 heeft werkneemster zich ziek gemeld. Gedurende haar re-integratie heeft werkneemster drie keer intern gesolliciteerd op een in haar ogen passende functie. Humanitas heeft deze sollicitaties afgewezen. Op 29 april 2016 heeft Humanitas werkneemster schriftelijk laten weten dat de arbeidsovereenkomst als beëindigd dient te worden beschouwd met ingang van 9 mei 2016, in verband met de langdurige arbeidsongeschiktheid van werkneemster. Werkneemster verzoekt de kantonrechter om toekenning van een billijke vergoeding van € 60.000 ex artikel 7:681 lid 1 BW. Aan het verzoek ligt ten grondslag dat Humanitas de arbeidsovereenkomst in strijd met artikel 7:671 BW heeft opgezegd. Daarnaast verzoekt werkneemster om wettelijke verhoging en wettelijke rente over opgebouwde, niet-genoten vakantiedagen, en wettelijke rente over de vergoeding in verband met onregelmatige opzegging.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Tussen partijen staat vast dat Humanitas de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW. Werkneemster heeft immers niet schriftelijk met de opzegging ingestemd, terwijl Humanitas evenmin beschikte over de vereiste toestemming van het UWV voor de opzegging. Hoewel de wet niet uitdrukkelijk de eis van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever stelt, blijkt uit de wetsgeschiedenis dat een ontslag zonder schriftelijke instemming van werkneemster en zonder toestemming van het UWV als zodanig al ernstig verwijtbaar is, omdat dan is opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW. Het is aan de rechter om aan de hand van de individuele omstandigheden van het geval te beoordelen of en zo ja in welke omvang het toekennen van een billijke vergoeding aan de werknemer in de rede ligt (Kamerstukken I 2013/14, 33818, C, p. 99).

Naar het oordeel van de kantonrechter moet de billijke vergoeding van artikel 7:681 lid 1 onderdeel a BW vooral gezien worden als alternatief voor de rechtsgevolgen die zouden zijn ingetreden als op verzoek van werkneemster de opzegging van de arbeidsovereenkomst vernietigd zou zijn. De kantonrechter concludeert dat niet aannemelijk is dat vernietiging van de opzegging zou hebben geleid tot een loonaanspraak van werkneemster, zodat ook geen aanleiding bestaat haar op dat punt te compenseren en aan haar een billijke vergoeding toe te kennen. Werkneemster heeft onvoldoende gesteld op grond waarvan verwacht zou mogen worden dat het UWV een ontslagvergunning zou weigeren. Ook ten aanzien van de mogelijkheden tot herplaatsing heeft werkneemster haar stellingen onvoldoende onderbouwd. Hetgeen werkneemster verder heeft gesteld, ten aanzien van de totstandkoming van de arbeidsovereenkomst, vormt evenmin reden voor toekenning van een billijke vergoeding, nu artikel 7:681 BW betrekking heeft op de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Ook de wijze waarop Humanitas de drie interne sollicitaties van werkneemster heeft afgewikkeld, vormt onvoldoende reden voor toekenning van een billijke vergoeding. Het verzoek van werkneemster dient derhalve te worden afgewezen. Met betrekking tot de wettelijke verhoging over de opgebouwde, niet genoten vakantiedagen matigt de kantonrechter de wettelijke verhoging tot nihil, nu onder de gegeven omstandigheden niet gezegd kan worden dat sprake is geweest van betalingsonwil aan de zijde van Humanitas. De wettelijke rente over de vakantiedagen en de wettelijke rente over de vergoeding in verband met onregelmatige opzegging wordt toegewezen.