Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland, 31 augustus 2016
ECLI:NL:RBNNE:2016:4074
werknemer/Stichting Openbaar Onderwijs Groep Groningen
In de periode van 14 december 2012 tot het begin van de zomervakantie van 2013, heeft werknemer op grond van een met OSG2 gesloten arbeidsovereenkomst gewerkt als invaldocent Duits. Hij heeft dat gedaan op het Reitdiep College. Na het einde van het dienstverband met OSG2 heeft werknemer gesolliciteerd naar een functie als invaldocent bij de RSG Ter Apel. Werknemer heeft het Reitdiep College opgegeven als referent. De RSG Ter Apel heeft per e-mail informatie gevraagd aan het Reitdiep College. De informatie is namens de directeur verstrekt door een stafmedewerker personeel en organisatie die aan werknemer per e-mail verslag heeft gedaan van de informatie die zij heeft verstrekt. Werknemer is niet aangenomen op het RSG Ter Apel. Werknemer vordert voor recht te verklaren dat de stafmedewerker jegens hem onrechtmatig heeft gehandeld.
De kantonrechter stelt voorop dat niet vaststaat dat werknemer niet is aangenomen door de RSG Ter Apel als gevolg van de informatie die het Reitdiep College over hem heeft verstrekt. Om proceseconomische redenen zal de kantonrechter echter bij de beoordeling van het geschil van dat oorzakelijk verband veronderstellenderwijs uitgaan en aan werknemer geen bewijs opdragen van zijn in dit verband betrokken stellingen. Zonder nadere toelichting die werknemer niet geeft, is niet begrijpelijk waarom een stafmedewerker geen informatie mag geven en het geven van informatie onrechtmatig zou zijn. Werknemer stelt verder dat de aan de RSG Ter Apel verstrekte informatie feitelijk onjuist is. Die stelling heeft werknemer onvoldoende onderbouwd. Het is werknemer geweest die ervoor heeft gekozen het Reitdiep College te misleiden door opportuniteitshalve bij zijn sollicitatie een niet waarheidsgetrouw curriculum vitae te gebruiken, met alle gevolgen van dien. In de gegeven omstandigheden had werknemer er rekening mee moeten houden dat de commotie waartoe het verzwijgen van de onfortuinlijke aanstelling bij de CSG Wessel Gansfort heeft geleid bij het Reitdiep College, en de afspraken die naar aanleiding daarvan zijn gemaakt bij het geven van een referentie zouden worden gedeeld met een mogelijk nieuwe werkgever. Werknemer miskent verder dat het Reitdiep College bovendien uit haar eigen ervaringen kon putten. Die eigen ervaringen komen erop neer dat werknemer niet in staat was (tijdig) een Verklaring Omtrent het Gedrag te verstrekken en dat ook op het Reitdiep College is geklaagd over grensoverschrijdend gedrag van werknemer.
De kantonrechter ziet in het licht van deze zaak aanleiding om te overwegen dat het zonder meer zorgelijk is te noemen dat OSG2 kennelijk miskent dat het verstrekken van een Verklaring Omtrent het Gedrag in het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs en in het beroepsonderwijs en volwasseneneducatie verplicht is voor (onder meer) docenten. Door een docent aan te stellen en te laten werken voordat hij een Verklaring Omtrent het Gedrag heeft verstrekt, wordt niet alleen de wet overtreden maar mist ook iedere borging dat het gedrag van een aan te stellen docent in het verleden géén bezwaar vormt voor het vervullen van de functie. Door een docent aan te stellen voordat die docent een Verklaring Omtrent het Gedrag heeft verstrekt, wordt het immers mogelijk gemaakt dat die docent in het verleden een strafbaar heeft gepleegd dat relevant is voor het vervullen van zijn functie en aan het vervullen van die functie in de weg staat. Of werknemer op enig moment een Verklaring Omtrent het Gedrag heeft verstrekt, wordt in deze zaak door beide partijen wijselijk in het midden gelaten. Volgt afwijzing van de vorderingen.