Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgeefster/werkneemster
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Lelystad), 8 september 2016
ECLI:NL:RBMNE:2016:4939

werkgeefster/werkneemster

Kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst (ernstige en duurzame verstoring arbeidsrelatie), omdat werkneemster op de hoogte was van en heeft bijgedragen aan uitvoering van concurrerende werkzaamheden en omdat werkneemster onvoldoende bereidheid heeft getoond tot borging van de bedrijfsbelangen van werkgeefster.

Werkneemster is op 15 juli 2011 in dienst getreden bij werkgeefster voor twee dagen per week tegen een brutomaandsalaris van € 1.717,81 exclusief emolumenten. Werkgeefster ontwikkelt en produceert in opdracht van haar relaties halffabrikaten. Werkneemster heeft daarnaast een eigen bedrijf genaamd Smartpolymers. De echtgenoot van werkneemster is van  2006-2016 eveneens in dienst geweest bij werkgeefster. Echtgenoot X heeft werkneemster in 2012 gevraagd om namens Smartpolymers werkzaamheden te verrichten voor het zogeheten Wicker-project waarbij wickerdraad is ontwikkeld. Bij dit project waren eveneens twee andere bedrijven betrokken, Bellagio en Azioni. Azioni heeft uiteindelijk patent aangevraagd op dit wickerdraad, echtgenoot X is hierbij genoemd als mede-uitvinder. In november 2015 ontdekte werkgeefster dat een van haar werknemers, te weten echtgenoot X, zonder haar medeweten werkzaamheden verrichte voor Azioni en Bellagio. Wekgeefster is hierop een intern onderzoek gestart en heeft werkneemster om een toelichting gevraagd. Werkneemster gaf aan algenonderzoek te hebben verricht voor het Wicker-project en gaf aan niet met echtgenoot X te spreken over zijn exacte werkzaamheden. Werkgeefster heeft werkneemster daarna op non-actief gesteld. Werkneemster heeft hiertegen geprotesteerd. Partijen hebben in mei 2016 gesproken over voortzetting van het dienstverband onder aangepaste voorwaarden, maar werden het niet eens over een gewijzigde arbeidsovereenkomst. Werkgeefster verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst, primair op grond van artikel 7:671b lid 1 onderdeel a jo. artikel 7:669 lid 3 onderdeel g BW en subsidiair op grond van artikel 7:671b lid 1 onderdeel a jo. artikel 7:669 lid 3 onderdeel h BW. Verweerster voert verweer concluderende tot afwijzing van de ontbinding, wedertewerkstelling, en voor het geval de ontbinding wordt toegewezen toekenning een van transitievergoeding en billijke vergoeding (€ 65.000).

De kantonrechter oordeelt als volgt. Vooropgesteld wordt dat werkgeefster het verloren vertrouwen in werkneemster niet baseert op het feit dat werkneemster met Smartpolymers werkzaamheden heeft verricht voor bedrijven die net als werkgeefster ook actief waren in de polymerenindustrie, maar op de omstandigheid dat haar echtgenoot met die bedrijven voor werkgeefster beschadigende activiteiten uitvoerde en dat werkneemster werkgeefster daarover niet heeft ingelicht en dat zij actief aan die activiteiten heeft bijgedragen. De kantonrechter maakt uit de stukken op dat werkneemster, met Smartpolymers op een andere manier dan via haar gebruikelijke onderzoekswerk, ondersteuning heeft geboden aan het project. Werkneemster had moeten begrijpen dat sprake was van verstrengeling van belangen met die van werkgeefster. Werkneemster heeft zonder een nadere toelichting te geven of een tegenvoorstel te doen de door werkgeefster voorgestelde aanpassingen in de arbeidsovereenkomst niet willen aanvaarden. Gelet op de belangen van werkgeefster, waar werkneemster als goed werknemer rekening mee diende te houden, had van werkneemster verwacht mogen worden dat zij zich coöperatiever en constructiever zou opstellen. De kantonrechter is van oordeel dat door de rol van werkneemster bij de activiteiten van haar echtgenoot en het gebrek aan bereidheid (ook nog ter zitting) om, gelet op de kwestie die zich had voorgedaan, aan de borging van de bedrijfsbelangen van werkgeefster in enige vorm tegemoet te komen en daar begrip voor te tonen, de arbeidsverhouding tussen partijen ernstig en duurzaam verstoord is geraakt, zodanig dat van werkgeefster niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de arbeidsovereenkomst zal worden beëindigd. De kantonrechter ziet geen aanleiding om aan werkneemster een billijke vergoeding toe te kennen.