Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 16 september 2016
ECLI:NL:RBROT:2016:7057
werkneemster/Van Koppen & Van Eijk Projectservice B.V.
Werkneemster is sinds 13 maart 2006 in dienst bij VKVE, een uitzendorganisatie die veelal Poolse arbeidsmigranten uitzendt. In 2015 is geconstateerd dat VKVE bij de toepassing van de cao fouten heeft gemaakt. VKVE heeft naar aanleiding van deze constatering op 20 november 2015 € 16.759,91 bruto aan loon aan werkneemster nabetaald, op 2 december 2015 € 3.150,34 bruto en op 16 december 2015 € 1.354,48 bruto, bij elkaar een bedrag van € 21.264,73 bruto. VKVE heeft naast dit bedrag nog € 2.114,16 aan werkneemster betaald voor ‘bijkomende kosten’. Werkneemster vordert veroordeling van VKVE tot betaling van (1) € 8.456,63 aan wettelijke verhoging op grond van artikel 7:625 BW, (2) € 2.127,11 aan wettelijke rente en (3) € 998,25 aan buitengerechtelijke incassokosten.
De kantonrechter ziet in de omstandigheden van dit geval aanleiding de wettelijke verhoging te matigen tot nihil. Hierbij is van belang dat VKVE werkneemster het loon waarvan beide partijen dachten dat dit haar loon was, steeds tijdig heeft betaald. Pas later werd duidelijk dat de cao onjuist is toegepast en dat werkneemster recht op meer loon had. Werkneemster suggereert weliswaar dat VKVE haar bewust te weinig loon heeft betaald, maar dat dit daadwerkelijk zo is blijkt nergens uit. Als VKVE een deel van het loon te laat aan werkneemster betaalt, is zij op grond van artikel 6:119 BW als schadevergoeding de wettelijke rente verschuldigd. Werkneemster vordert wat dit betreft veroordeling van VKVE tot betaling van € 2.127,11 maar dit bedrag klopt niet. De gevorderde rente is toewijsbaar tot een bedrag van € 1.486,44.