Rechtspraak
werkneemster/Primera de Weiert
Werkneemster is op 4 juni 2014 voor bepaalde tijd (één jaar) bij Primera de Weiert in dienst getreden in de functie van verkoopster tegen een loon van € 9,12 per uur exclusief vakantietoeslag. Primera de Weiert hanteert een winkelreglement waarin kort en wel is opgenomen dat diefstal uit de winkel door werknemers leidt tot ontslag op staande voet. Primera de Weiert heeft werkneemster opgeroepen om op 3 maart 2015 langs te komen voor een werkbespreking. Bij dit gesprek was bedrijfsrechercheur X aanwezig. Tijdens dit gesprek, dat deels is opgenomen, heeft werkneemster een door X opgestelde verklaring ondertekend waarin zij diefstallen en de verschuldigdheid van een schadebedrag van € 2000 en onkosten voor onderzoek van € 500 erkent. Op basis van deze verklaring heeft X een ‘bevestiging ontslag op staande voet’ opgesteld die mede door werkneemster is ondertekend. De gemachtigde van werkneemster heeft op 5 maart 2015 de nietigheid van het gegeven ontslag op staande voet ingeroepen en heeft bij brief van 8 mei 2015 de overeenkomst buitengerechtelijk vernietigd. Werkneemster vordert onder meer een verklaring voor recht dat de overeenkomsten van 3 maart 2015 rechtsgeldig zijn vernietigd, subsidiair dat deze worden vernietigd en dat werkneemster niet gehouden is het bedrag van € 2500 aan Primera de Weiert te betalen. Primera de Weiert heeft verweer gevoerd met als conclusie afwijzing van de vorderingen van werkneemster.
De kantonrechter overweegt het volgende. Hoewel niet het hele gesprek van 3 maart 2015 is opgenomen, valt uit het opgenomen gedeelte van het gesprek op te maken dat dit in een rustige sfeer is verlopen en dat na rustige voorlezing van de verklaring door X werkneemster deze heeft ondertekend. Van het op onoorbare wijze onder druk zetten van werkneemster is de kantonrechter niet gebleken. Werkneemster heeft in de verklaring erkend dat zij op stelselmatige wijze geld, snoep en/of drinkwaren heeft weggenomen uit de winkel. Deze verklaring heeft zij in deze procedure bevestigd in de zin dat zij erkent dat zij geregeld geld en goederen heeft weggenomen. Niet aannemelijk is gemaakt dat werkneemster heeft gedwaald. Over de juistheid van haar eigen verklaring hoefde werkneemster geen juridisch advies in te winnen. Werkneemster heeft bij brief van 5 maart 2015 de vernietiging van het ontslag op staande voet ingeroepen. Op die grond vordert zij loondoorbetaling tot de dag van de dagvaarding. Anders dan de gemachtigde van werkneemster naar voren brengt, kan diefstal of verduistering in dienstbetrekking wel degelijk een dringende reden zijn voor een ontslag op staande voet, ook wanneer de gevolgen ingrijpend zijn. Gelet op de mate van zelfstandigheid in de functie van verkoper en de beperkte mogelijkheid van toezicht moet Primera de Weiert er volledig op kunnen vertrouwen dat werkneemster haar functie juist uitoefent. Dit vertrouwen heeft werkneemster beschaamd. Gelet op de duur en de omvang van de diefstal of verduistering is een ontslag op staande voet gerechtvaardigd. De kantonrechter is voorts van oordeel dat het ontslag op staande voet onverwijld is gegeven. Weliswaar beschikte X al enkele weken over de videobeelden met aanwijzingen dat werkneemster diefstal pleegde, Primera de Weiert was in afwachting van een rapport en heeft werkneemster terecht eerst willen confronteren met dit bewijs alvorens tot ontslag over te gaan. Werkneemster heeft gevorderd voor recht te verklaren dat zij niet gehouden is het bedrag van € 2500 te betalen, dan wel dit bedrag te matigen. De verklaring van werkneemster voldoet niet aan artikel 158 lid 1 jo. 157 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zodat de waardering van de verklaring aan de kantonrechter is. Afgaande op de verklaring van werkneemster is redelijkerwijze de conclusie gerechtvaardigd dat de schade voor Primera de Weiert in ieder geval € 2000 bedraagt wegens diefstal of verduistering. De kantonrechter wijst alle vorderingen van werkneemster af.