Naar boven ↑

Rechtspraak

M.K.L. Holding B.V./werknemer
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 26 september 2016
ECLI:NL:RBLIM:2016:8284

M.K.L. Holding B.V./werknemer

Werknemer treedt als contactpersoon op voor bedrijf van echtgenote ter zake e-mailcontacten met klanten/leveranciers van (voormalig) werkgever. Werknemer dient geheimhouding te betrachten en het wordt hem verboden om binnen een jaar met klanten van werkgever in zakelijk contact te treden.

Werknemer is op 10 augustus 2015 in dienst getreden bij M.K.L. Holding B.V. (hierna: MKL) en aangesteld als directeur van Hose & Reel Products B.V. (dochtervennootschap van MKL, hierna: HRP). MKL houdt zich bezig met het ontwerpen, importeren, samenstellen en exporteren van slanghaspels. Per 1 mei 2016 is de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden beëindigd. De wijze van beëindiging is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst d.d. 31 maart 2016. In de arbeidsovereenkomst is een geheimhoudingsbepaling en een bepaling over nevenwerkzaamheden opgenomen. Werknemer is als contactpersoon opgetreden voor het bedrijf van zijn echtgenote ter zake e-mailcontacten met bedrijven die klanten c.q. leveranciers zijn van MKL en HRP. MKL c.s. vordert (a) werknemer te verbieden om voor de duur van één jaar – kort gezegd – concurrerende activiteiten te verrichten en (b) werknemer te gebieden om al wat hem uit hoofde van de uitvoering van zijn werkzaamheden tijdens zijn dienstverband bij MKL c.s. bekend is geworden strikt geheim te houden, een en ander op straffe van een dwangsom. Voorts vordert MKL c.s. (c) werknemer en zijn echtgenote te verbieden om gedurende de periode van één jaar met klanten/relaties van MKL c.s. in zakelijk contact te treden, een en ander op straffe van een dwangsom.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. De finale kwijting, zoals die is vastgelegd in de vaststellingsovereenkomst, is niet ongeclausuleerd en onbeperkt. Ter zitting is vast komen te staan dat niet over alle aspecten van concurrentie is gesproken in het kader van de vaststellingsovereenkomst. Werknemer heeft verklaard dat hij MKL en HRP niet op de hoogte heeft gesteld van het feit dat zijn echtgenote reeds een aanvang had gemaakt met het omvormen van haar bedrijf van een detailhandel in tuinbeelden, decoraties en bronzen beelden naar een groothandel in industriële slanghaspels. Het beweerdelijk onrechtmatig optreden van werknemer kan door MKL en HRP als grondslag dienen voor de vorderingen. Vervolgens oordeelt de voorzieningenrechter dat het werknemer uitdrukkelijk verboden was en is om (in)direct in welke vorm dan ook mededelingen te doen aan derden. MKL en HRP hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat de echtgenote van werknemer gebruik heeft gemaakt van de kennis van werknemer over HRP. Voldoende aannemelijk is ook dat het delen van kennis reeds plaatsvond voor de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Met MKL en HRP is de voorzieningenrechter voorts van oordeel dat het zeer onwaarschijnlijk is dat de echtgenote in zeer korte tijd zonder hulp en uit het niets een bedrijf opzet in slanghaspels. De vordering ter zake de geheimhouding (ad b) zal dan ook worden toegewezen. De voorzieningenrechter stelt in het kader van de eerste vordering (ad a) van MKL c.s. voorop dat het opzetten of deelnemen aan of werken bij een concurrerend bedrijf op zichzelf niet ongeoorloofd is. Onder omstandigheden kan evenwel ook zónder concurrentiebeding een gewezen werknemer zijn voormalige werkgever ontoelaatbaar concurrentie aandoen. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het systematisch bewerken van de klantenkring teneinde klanten te bewegen de relatie te verbreken een onrechtmatige daad kan opleveren (HR 9 december 1955 (Boogaard/Vesta)). De formulering van de vordering sluit echter niet aan bij deze toetsnorm van de Hoge Raad: het zeer breed geformuleerde petitum waarin wordt gevraagd werknemer een algeheel verbod op te leggen voor de duur van een jaar om te concurreren met MKL en HRP zal dan ook worden afgewezen. Voorts heeft de voorzieningenrechter onvoldoende aanknopingspunten om te kunnen oordelen dat werknemer stelselmatig en substantieel het duurzame bedrijfsdebiet van MKL en HRP heeft afgebroken met hulpmiddelen/kennis van zijn voormalige werkgever. Niet is gebleken dat er klanten ‘afhandig’ zijn gemaakt, niet is gebleken dat er voordelige aanbiedingen zijn gedaan. Er is sprake van concurrentie en niet uitgesloten is dat werknemer tijdens zijn schorsing reeds activiteiten heeft verricht voor een toekomstige concurrerende onderneming, maar er is nog niet gebleken van onrechtmatige werknemersconcurrentie. De voorzieningenrechter heeft daarentegen wel voldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat de echtgenote van werknemer gebruik maakt van kennis en kunde van werknemer over MKL en HRP, terwijl werknemer gehouden is aan de geheimhoudingsplicht. Zij maakt gebruik van de schending van de geheimhoudingsplicht door werknemer. Dat is onrechtmatig jegens MKL en HRP. Dit betekent dat de vordering met betrekking tot het verbieden van het in zakelijk contact treden met relaties/klanten (ad c) van MKL en HRP wordt toegewezen.