Naar boven ↑

Rechtspraak

eiser/ASR schadeverzekeringen N.V., Goudse schadeverzekeringen N.V. en X
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 26 oktober 2016
ECLI:NL:RBMNE:2016:5708

eiser/ASR schadeverzekeringen N.V., Goudse schadeverzekeringen N.V. en X

Na ongeval met maïshakselaar worden opdrachtgever en de verhuurder van de machine aansprakelijk geacht op grond van artikel 7:658 lid 4 BW en artikel 6:170 jo. 6:162 BW. Kelderluikcriteria worden toegepast. Deels eigen schuld van het slachtoffer.

Op 22 oktober 2013 was eiser als loonwerker (zzp’er) ingehuurd door opdrachtgever om samen met een werknemer van opdrachtgever te helpen met het oogsten van maïs. Opdrachtgever had op die datum ook een maïshakselaar met machinist ingehuurd. Eiser heeft op enig moment zijn arm in de kooi van de machine gestoken om naar metaal te zoeken, nadat de machine een storing gaf. Hierbij heeft hij vier vingers van zijn linkerhand (geheel of gedeeltelijk) verloren en is hij (fors) beperkt geraakt in zijn werk op zijn melkveebedrijf en in zijn werk als loonwerker. Opdrachtgever heeft bij ASR een aansprakelijkheidsverzekering. De verhuurder van de maïshakselaar heeft een aansprakelijkheidsverzekering bij De Goudse. Eiser vordert voor recht te verklaren dat opdrachtgever, ASR en/of de verhuurder van de maïshakselaar en/of De Goudse (hoofdelijk) aansprakelijk zijn voor de gevolgen van het ongeval op 22 oktober 2013 en hij vordert gedaagde(n) te veroordelen om aan eiser te vergoeden alle geleden en nog te lijden schade, kosten en interesten. Opdrachtgever, ASR, de verhuurder van de maïshakselaar en De Goudse concluderen tot afwijzing van de vordering.

De kantonrechter oordeelt in de hoofdzaak als volgt. Tussen eiser en opdrachtgever bestond geen arbeidsovereenkomst. Vast staat wel dat de werkzaamheden plaatsvonden in de uitoefening van het beroep of bedrijf van opdrachtgever. Opdrachtgever is op de hoogte van de risico’s van het werken met een maïshakselaar en hij had als coördinator van de werkzaamheden invloed op en zeggenschap over de werkomstandigheden. Opdrachtgever kan deze verantwoordelijkheid gelet op zijn centrale positie bij het uitvoeren van de werkzaamheden niet verleggen naar de verhuurder van de maïshakselaar. Opdrachtgever dient dan ook te worden aangemerkt als ‘een persoon’ in de zin van artikel 7:658 lid 4 BW en zij is overeenkomstig de leden 1 tot en met 3 van dit artikel aansprakelijk. Niet gebleken is dat opdrachtgever enige instructie heeft gegeven over de uitvoering van de werkzaamheden of dat zij een risico-inventarisatie heeft gemaakt. Verder is van opzet of bewuste roekeloosheid aan de zijde van eiser geen sprake. Dit leidt ertoe dat opdrachtgever op grond van artikel 7:658 BW (hoofdelijk) aansprakelijk is voor de schade die eiser door het ongeval heeft geleden en nog zal lijden. Voor de beantwoording van de vraag of de verhuurder van de maïshakselaar en De Goudse aansprakelijk zijn dient te worden beoordeeld of de machinist van de maïshakselaar onrechtmatig jegens eiser heeft gehandeld. Hierbij stelt de kantonrechter voorop dat het onderzoek aan de machine een gevaarscheppende situatie was en het in het leven roepen hiervan kan, bij verwezenlijking van dat gevaar, een onrechtmatige daad opleveren als bedoeld in artikel 6:162 BW indien is voldaan aan de kelderluikcriteria. Hoewel niet is komen vast te staan dat de machinist aan eiser de opdracht heeft gegeven om de klep van de haksel/snijkooi te openen, heeft eiser wel onweersproken gesteld dat de machinist hem de opdracht gaf om de sleutel uit de gereedschapskist te pakken waarmee de klep van de haksel/snijkooi kon worden geopend. Daarnaast is komen vast te staan dat toen de klep van de haksel/snijkooi eenmaal geopend was en ook eiser aan de hakselaar handelingen verrichtte, de machinist eiser niet heeft gewaarschuwd voor de in de haksel/snijkooi aanwezige, nog steeds ronddraaiende, messen. Dit had wel van hem verwacht mogen worden. Gezien het voorgaande heeft de machinist onrechtmatig gehandeld tegenover eiser. Dit leidt ertoe dat de verhuurder van de maïshakselaar op grond van artikel 6:170 BW als werkgever van de machinist (hoofdelijk) aansprakelijk is voor de schade die eiser door het ongeval lijdt en nog zal lijden.

Ter zitting heeft eiser verklaard dat hij de messen in de haksel/snijkooi niet hoorde, omdat het geluid van de motor van de maïshakselaar hier bovenuit kwam. Eiser wist dus dat de hakselaar niet volledig uit stond. Eiser heeft verklaard dat hij niet zeker weet of op deze betreffende hakselaar waarschuwingsstickers zaten, maar de kantonrechter acht dit wel aannemelijk. Dit maakt dat hij deze waarschuwing heeft genegeerd. Verder is gebleken dat eiser weliswaar de opdracht had om te helpen bij het zoeken naar de oorzaak van de storingsmelding, maar uiteindelijk heeft hij op eigen initiatief zijn arm in de haksel/snijkooi gestoken. Gelet op voornoemde omstandigheden is de kantonrechter van oordeel dat eiser een mate van eigen schuld heeft aan het ongeval. Een deel van de schade dient dus voor rekening van eiser te blijven. Dit laatste geldt alleen in de verhouding tussen eiser en de verhuurder van de maïshakselaar en niet in de verhouding tussen eiser en opdrachtgever. Alvorens verder te beslissen zal de kantonrechter bepalen dat eiser, de verhuurder van de maïshakselaar en De Goudse zich op na te melden wijze dienen uit te laten over de mate van eigen schuld van eiser.